vrijdag 1 januari 2021

Een gelukkig leesjaar!

Ik had een geweldig leesjaar. 
Omdat ik mijn leesdoel behaalde, maar bovenal omdat ik zoveel goede boeken las. 


Eerst de cijfers: 49 boeken. Ruim boven de vooropgestelde 45. In 2019 las ik 2 boeken minder, maar meer pagina's, dus ik heb dit jaar dunnere boeken gelezen. 
Het dikste boek was Berta Isla van Javier Marías en dat telt 'slechts' 544 pagina's. En eerlijk gezegd waren dat ook wat pagina's te veel. Echt dikke kleppers heb ik blijkbaar aan me voorbij laten gaan. 

Als ik snel tel, heb ik veertien papieren boeken gelezen, de rest op e-reader. Heel wat e-books van het Kobo Plus abonnement, waar ik dus regelmatig eens een maand op inteken, dat blijft een goede deal. 
De papieren boeken koop ik consequent in de betere boekhandel, leve de Buchbar, De Groene Waterman en Passa Porta.Ik gaf in 2020 slechts een dikke tweehonderd euro uit aan boeken, wat een goedkope hobby! 

Ik dacht in deze corona-tijden net minder te lezen, want ik miste mijn treinritten. Maar ik ontdekte hoe fijn het is om gewoon een boek te lezen in je zetel, om op een doodgewone zaterdagmiddag (want er was toch niks te doen) een paar uur te lezen. 

woensdag 30 december 2020

Villa Kakelbont en een wijnvat in Borgloon

We ontbijten in een leeg restaurant, we wrijven de slaap uit onze ogen. En voor ik het besef, zijn we ergens helemaal anders. Oona is Pippi Langkous, Juno is Annika. 
Ik mag mijneer Nilsson zijn. Mijn tekst is beperkt tot oe oe a a
Feilloos herhalen ze de dialogen uit het grote Pippi-boek waaruit ik voorlas de vorige dag. Frase na frase. Ga je mee op schoolreisje, Pippi? 

We logeren in een 'wijnvat', een houten tonnetje. Het was guur weer, er was geen plek om naartoe te gaan want alles is gesloten, en toch, het was helemaal goed. We speelden spelletjes, aaiden ezels en pony's en verloren ons in de verhalen van Villa Kakelbont. 

Er wordt een stoel, excuseer, een paard, het restaurant rondgedragen. Want zo sterk is Pippi. De meisjes kijken elkaar verwachtingsvol aan, ze gaan helemaal op in hun spel. 
Ik eet mijn chocoladebroodje, drink het beste appelsap ooit, laat het flesje bubbels wijselijk voor later op de dag.

Hier zitten we toch maar. Met z'n drieën. 
We hebben het goed en hebben elkaar en ik wil dit in mijn hoofd prenten. 
Ja, als een prent, een gedetailleerde schets van hoe het nu is. 
Hun blikken, de twinkeloogjes. Hun vlechtjes. Hun lachjes.
Mijneer Nilsson mag nu op het paard. Oe oe a a, zeg ik gedwee. 
De pret kan niet op.

Ik weet niet meer waar we zijn of heen gaan: Borgloon of Villa Kakelbont in Zweden, het is me allemaal om het even, ik ga waar zij gaan, ik ben waar zij zijn en zo zijn wij. Zo zijn wij. 










We sliepen in het Helshovens Wijnvat, een aanrader. We wandelen eerst tussen de fruitboomgaarden met vrienden naar het Doorkijkkerkje, ook in de winter is het daar mooi. We kwamen de volgende grijze, gure dag door met een bezoek aan de Stroopfabriek, fijne kinderzoektocht daar. We wandelen ook in Kerniel, prachtig maar te kort, want soms zeuren kinderen, weetjewel. 

dinsdag 22 december 2020

Juno spreekt (afl.9)

Ze groeit en praat maar door. En ik ben stapelzot van haar haren, haar lach en haar praatjes. 

De voorbije maanden mocht ik weer een paar pareltjes noteren:

  • Leg maar op de stafel (stapel dus)
  • Mag ik je bahe eens aandoen, mama? (bh)
  • Tanfottels (de opvolger van tanpoffels)
  • Eten we nog eens vofant?  (vol-au-vent)
  • Ik dans in mijn bloemenparijs!
  • Nog wat glitter voor de mooitheid.
  • Wist je dat ik van vlees ben gemaakt?
  • Dat was maar een verzinning.
  • Als je getikt bent, dan word je gevrijd.
  • Kom kijken mama, we maken een schimmelspel! 
  • Ik heb geen vreesthoogte.
  • Ik droomde van tomaat en komkommer. En abogado (avocado). En die droom heb ik opgegeten en nu ben ik wakker.
En verder zijn de dingen nog altijd vaak pakop en ook wel hegeim. Heerijk. 








Hier nog meer Juno Spreekt



zaterdag 28 november 2020

Brief aan een onbekend publiek (en een antwoord terug!)



Liefste onbekend publiek


U kent me niet en ik ken u niet.

Ik ben Katelijne, aangenaam. ik wil weten hoe het met u gaat. Ik heb ook een paar vragen voor u. Dat zit zo. Ik volg een opleiding rond leiderschap in cultuur. Een boeiende opleiding, met heel wat interessante sprekers die komen vertellen over de uitdagingen in onze cultuursector, over wat je vooral wel en vooral niet als leider moet doen. Bovendien is het een bijzonder fijne groep van Vlamingen en Nederlanders met wie ik dus een heel jaar lang mag discussiëren, nadenken en plezier maken.

Het lastige van die opleiding is dat het ook voor een stuk over jezelf gaat. Ik doe dat niet zo graag, in de spiegel kijken. Wie ben ik? Wat drijft mij? Waar wil ik naartoe? Dat vind ik moeilijke vragen. Maar ik heb veel nagedacht de voorbije tijd. Vooral over u, liefste onbekend publiek. Wie bent u? Maakt u soms deel uit van een publiek? U bent nog nooit in het cultuurcentrum hiernaast geweest? Vindt u dat jammer?

Ikzelf hou veel van theater. Dat was moeilijk in corona-tijden, maar gisteren zag ik na maanden eindelijk nog eens een voorstelling. De zaal vol afgeplakte stoelen en zenuwachtige medewerkers van het cultuurcentrum, maar alles verliep vlot en veilig.

Ik hou van theater omdat ik van verhalen hou. Ik lees ook graag, maar nog liever wil ik naar iemand kijken die mij een verhaal vertelt. Vindt u dat ook leuk, verhalen? Houdt u meer van film? Of wil u liever zelf iets doen om te ontspannen, dansen misschien?

Wat vindt u leuk?
Wat vindt u belangrijk?

Ik droom soms dat ik in een cultuurhuis werk. Ik stel me een mooi gebouw voor, met een podium, een witte zaal met muren en ruimtes om dingen in te zetten. Met een dansvloer misschien, spiegels. Met muziekinstrumenten of met schildersezels. Een huis waarin verhalen kunnen worden verteld. Wat zou ik dan kunnen doen voor u? Wat kan ik, of beter, dat cultuurhuis, betekenen voor u? 

Wacht, ik moet eerst iets anders vragen. Hoe gaat het eigenlijk met u? Het kan goed zijn dat corona serieus heeft ingehakt op uw leven. Ik zat in mijn leiderschapsbubbeltje te videobellen met collega’s. Dat viel allemaal nog wel mee eigenlijk.

Hoe is het voor u? Misschien is het maanden geleden dat u uw moeder heeft aangeraakt. Misschien is het maanden geleden dat u door iemand anders werd aangeraakt. Werd u nog eens geraakt, door woorden, door verhalen?

Ik ben bezorgd om u, lief bijna-publiek. Want wie denkt er nog aan u? De zalen zitten snel vol met de grote fans van cultuur die de weinige kaartjes hebben weten bemachtigen. En de medewerkers hebben het erg druk met looprichtingen aan te geven en overal alcoholgels neer te zetten. Denken zij nog aan u? En bovendien zijn er nu minder centen, want er zijn minder kaartjes verkocht. Het zal wellicht wat tijd vragen om u uit te nodigen, om met u te praten. Dus wie denkt er nog aan u, het publiek dat niet komt?

Je bent een leider in wat je doet, niet in wat je zegt. Dat las ik terug in mijn nota’s van de opleiding en ik besefte dat daar de angel zit. Ik doe heel weinig. Heel weinig voor u, mijn liefste onbekend publiek. Ik werk voor een organisatie met een wonderschone missie rond cultuur en het samenbrengen van mensen, maar ver, ver weg van u, het publiek.

Het zal niet eenvoudig zijn om elkaar te treffen. Ik weet niet goed waar te beginnen. Ik durf niet gewoon op u toe te stappen en u te vragen wat u belangrijk vindt. Nee, ik schrijf dan maar een brief. Ik heb de voorbije corona-maanden een paar brieven geschreven. Naar een vriend die erg ziek is. Naar een dierbare vriendin en dat is wat ik haar schreef, dat ze me zo dierbaar is. En naar een onbekende man, dat was fijn en romantisch. Maar ik wijk af. Ik wil maar zeggen: ik schrijf graag brieven. Ook naar u.

Kan u mij vertellen wat u graag doet? Wat u belangrijk vindt?

Even terug naar mijn ingebeeld cultuurhuis. Stel dat we het samen doen, leiden in cultuur, u en ik. Waar moeten wij het dan over hebben? Ons cultuurhuis is nog helemaal leeg en we mogen alles kiezen. Wat zouden wij dan organiseren? Wat zou u me vertellen, wat zou ik voor u kunnen doen? Wil u me daarover schrijven?


Liefs,

Katelijne


PS: Schrijft u terug?

(1 november 2020)

maandag 2 november 2020

Ik heb Corona.

Hoe het gaat? Redelijk goed, dankjewel.  

Toen ik mijn eerste symptomen kreeg twee weken geleden, dacht ik niet dat het corona was. 

Soms heb ik sombere, donkere, moeilijke dagen. Ik had zo'n weekend dat ik verloren liep in mijn hoofd. Maandag was een zware dag. Dinsdag kwam er tegen de avond keelpijn opzetten, typisch, dat ken ik. Op tijd slapen dan maar, maar de nacht was slecht. Woensdagochtend was ik geradbraakt en had ik een brandende keel, dikke klieren in mijn nek, en de gekende sinus-voorhoofdspijn. Daar is mijn winterverkoudheid dacht ik. 

Ik meld me ziek op het werk en bel mijn huisarts. Symptomen die toch aan corona doen denken dus ik moet me laten testen in het testdorp. Een afspraak maken via de website gaat snel en eenvoudig. Ik fiets erheen (ik zweet me te pletter, ben helemaal uitgeput) en op minder dan een minuut was ik getest. Mijn 'ticket' wordt niet ingescand, ik hoop van harte dat de juiste wisser aan het juiste barcode-stickertje aan de juiste naam wordt gekoppeld... 

Ik fiets naar mijn studio en val compleet uitgeteld neer in bed. Intussen neemt Michiel alles over, ik mag immers niet aan de schoolpoort staan, aan de dansles,... We besluiten die middag dat het ook gewoon verstandiger is dat ik in mijn eentje op mijn studio in quarantaine blijf. Want als het resultaat positief is, dan moet Michiel twee weken in quarantaine (bij onze manier van samenwonen zijn we huisgenoten...) en ook de meisjes. Dus Michiel gooit zijn hele agenda om en ik kruip in bed. 

De volgende dagen lees ik drie boeken, check ik elke tien minuten de cozo-app (waar je al je medische resultaten kan raadplegen) en de corona-alert app (waar je via een code ook je test registreert). Het resultaat komt maar niet. Mijn verkoudheidsklachten gaan voorbij, maar ik ben doodop. Het trapje naar de mezzanine op mijn studio is dodelijk. Ik krijg ook pijn op mijn borst. Maar geen koorts, geen hoest, geen grieperig gevoel. 

Ik doe heel weinig. Ik denk dat ik nog nooit in mijn leven zo lang op m'n eentje was. De eenzaamheid weegt en ik mis de meisjes. Ik voel me schuldig dat Michiel en ons mama nu moeten inspringen voor de meisjes, maar dat heeft natuurlijk geen zin. Ik ben ook gewoon te zwak om voor de meisjes te zorgen. Een geweldige vriendin gaat boodschappen voor me doen. Ik laat pizza leveren. Ik slaap en doezel. En lees. En check alweer de apps, maar nog steeds, na dágen, geen resultaat. 



Ondertussen hoop ik dat dit het is, corona. Dan ben ik ervan af. En dan is deze isolatie niet voor niets geweest. 

Maandag ga ik terug aan het werk, van thuis uit natuurlijk. Het is zo'n drukke periode. Verstandig is het niet, soms wordt de pijn op m'n borst te hevig en moet ik even gaan liggen. Ik bel mijn huisarts, die vindt het ook heel raar dat het resultaat van de test nog steeds niet binnen is. 

Dinsdagnamiddag, NA ZEVEN DAGEN, verschijnt dan eindelijk het resultaat: positief. En in tegenstelling tot wat ik had verwacht, voel ik me niet opgelucht. Het komt echt aan. Ik vind het moeilijk. 

Op enkele dagen voor de eerste symptomen heb ik toevallig wel een aantal vrienden gezien. Op het randje van de regels: wel binnen maar netjes op afstand... Ik was ook nog op kantoor, we vergaderden een hele dag. Met plexi's tussen ons, met mondmaskers op. Maar toch. Ik maak me zorgen dat ik hen heb besmet, dat ik zo'n superverspreider ben. 

En ik weet niet waar ik het heb opgelopen. Dat is echt vervelend. Ik dacht echt 'veilig' te zijn en geloofde niet echt in contact-besmettingen... Mijn enige knuffelcontact testte negatief. Dus hoe dan? Toch via de meisjes? Toch via de lucht? Ik zal het nooit weten. 

Het absurde is dat het positieve resultaat in de feiten niets veranderde. Wie positief test, moet 7 dagen in isolatie sinds de start van de symptomen. Dan zou je immers niet meer besmettelijk zijn. Die 7 dagen waren dus al achter de rug.

Woensdag zie ik dan eindelijk na 9 dagen mijn meisjes terug! De fietstocht van 2,5 kilometer naar ons huis en de schoolpoort valt me erg zwaar, het lukt me amper. Maar de knuffels maken alles goed.

Intussen zijn we bijna twee weken nadat de symptomen begonnen. Ik ben niet meer ziek, maar wel uitgeput. Het was niet verstandig om een hele week te werken, vaak vanuit mijn bed... Ik kan nog steeds alleen maar traag fietsen. Ik legde nieuwe lakens op mijn bed en moest er een half uur van bekomen. Nee, het gaat eigenlijk nog niet zo goed. Beetje verwonderlijk omdat het ziek zijn zelf goed meeviel, maar de nasleep vind ik erg vervelend. 

Maar ik besef ook mijn privileges. Ik kon gemakkelijk in isolatie gaan. Ik kreeg hulp. Ik verloor geen inkomen. Ik hoefde me nooit echt zorgen te maken over mijn gezondheid. Ik heb alle tijd om beter te worden. 

En ik maakte een aantal voornemens. 

  • Ik doe niet mee aan het veroordelen van het gedrag van anderen. We kennen nooit het hele plaatje. En vooral: het helpt niet. Niets of niemand. 
  • Ik zet het nieuws vaker uit. Dat betekent ook facebook. Dan ook maar facebook. 
  • Ziek is ziek. Ik ga pas weer aan het werk als ik me helemaal beter voel, als ik geen pijn meer heb, want ik ben te ver gegaan. 
Ik ga wat rust nemen de volgende dagen. 
Surfen op immoweb.
Nog meer lezen. 

Veel groeten vanuit mijn bed,



zaterdag 26 september 2020

1 jaar birdnesting - over thuiskomen en de kerstboom

Hoe gaat het nu, met mij, met ons huis, met ons birdnest? We zijn een jaar later en het gaat goed. En dat van die kerstboom, dat leg ik straks uit. 

Birdnesting is een vorm van co-ouderschap waarbij niet de kinderen, maar de ouders wisselen van huis. De meisjes zijn altijd hier, wij hebben elk een eigen plek. We wisselen ook vaak, van maandag tot woensdagochtend is Michiel bij hen, vanaf woensdagmiddag tot vrijdagochtend is het mijn beurt. En het weekend is afwisselend. Klinkt ingewikkelder dan het is, we vinden het alle vier een goede regeling.

We zijn nu na een jaar ook eindelijk onze zaken juridisch aan het regelen. Ik ben blij dat we dat niet overhaast hebben gedaan. De verstandhouding tussen ons is goed, we hebben deze periode van 'feitelijke' scheiding goed nagedacht hoe we het nu gaan doen. 

De conclusie is eenvoudig: birdnesting werkt voor ons.
Voor de meisjes is er relatief weinig veranderd, hun leven is nog net op dezelfde manier georganiseerd als vroeger. De emotionele schade is al groot genoeg, het is echt wennen voor hen (nog steeds) om ons niet sámen bij hen te hebben. En moesten ze een toverstok hebben, ik weet wat ze zouden wensen. Dat maakt me best verdrietig. Maar dit voelt als 'second best'. Omdat we veel van wat goed was, hebben behouden. Omdat we hier nog altijd thuiskomen, allemaal. 

Op zondagavond eten we samen, met z'n vieren. Dat is helemaal niet raar, dat is net heel vertrouwd. In corona-tijden en in de zomer was ons ritme wat ontregeld, maar nu hecht ik weer veel belang aan die zondag. Omdat het rust geeft. Het weekend dat ik bij de meisjes ben is het een fijne afsluiter, dan kan ik hen zonder al te veel verdriet achterlaten. Het weekend dat ik niet bij de meisjes ben, is het echt het moment om naar uit te kijken. Het helpt dan ook dat ik mijn voetjes onder tafel mag schuiven... Dan bespreken we ook dingen, met z'n vieren, maar ook met z'n tweeën. Als er bijzonderheden zijn in de week, of dingen die we moeten bespreken over de meisjes,... Het is goed dat ik weet dat er elke zondag een moment is waarop dat kan, ik vind het fijn dat ik niet elke keer aan Michiel moet vragen of we kunnen praten. 

Een andere kritische succesfactor is de poetshulp. Die doet net als vroeger de grote kuis en wij doen net als vroeger de kleinere dingen tussendoor. We hadden daar vroeger een goede taakverdeling in, en dat lukt ook nu. Al heb ik moeten leren de vuilniszakken buiten te zetten, want de vuilkar komt op mijn dag...

Het vraagt opofferingen, deze manier van samen-leven. Er zijn dingen in ons huis die ik speciaal doe omdat Michiel dat zo graag wil. Mijn sociale leven, en ook voor een deel mijn job, moet zich maar plooien naar onze strakke regeling. Ik heb een soort van gespleten leven, dagen dat ik door en door mama ben, alleenstaand, wat best heftig is. En dagen dat ik als een vrijgezel hard werk maar ook voluit leef, probeer te gaan lopen, te weinig slaap en alles doe waar ik verdorie zin in heb. Het is vanzelfsprekend maar tegelijk vermoeiend om elke twee à drie dagen te switchen tussen die levens. 

Dit systeem kost geld, veel geld. We betalen elk de helft van de lening van het huis en alle kosten die daarbij horen. En ik betaal maandelijks huur voor een appartement waar ik amper ben. Ik ben nu aan het puzzelen of ik een appartement kan kopen, maar dat wordt echt geen eenvoudige financiële oefening... 

Het sleuren met was katapulteert me terug naar mijn studententijd. Ik vergeet voortdurend dingen, er ligt altijd wel iets op de andere plek dat ik nodig heb. Ja, er zijn heel wat nadelen. 

Het zorgt ook voor een blijvende, sterke verbondenheid met Michiel, anders krijg je dit niet georganiseerd. Tijdens een leuke date een bericht krijgen of ik eraan wil denken om WC-papier te kopen voor thuis, yep, that happened... 

We doen dit voor de meisjes, natuurlijk, maar misschien ook voor elkaar. Dit is ook het beste voor mij. Omdat dit de relatie is die wél haalbaar is en waaruit veel goeds komt. Zoals een rustige, stabiele omgeving. Voor de meisjes, maar zeker ook voor mezelf. 

Ik denk ook dat het een overgangsscenario is. Maar niet voor even, wel voor lang. We hebben echt de intentie om dit nog enkele jaren vol te houden. Nee, niet volhouden, gewoon doen. Het wordt nog moeilijk. Nieuwe partners in dit systeem, dat wordt een uitdaging. Op dit moment kan ik het idee niet verdragen dat hier een andere vrouw zou rondlopen, de tafel zou dekken, vragen aan de meisjes hoe hun dag was. Rationeel kan ik dat wel begrijpen, vanuit Michiel zijn standpunt. Maar emotioneel... nee, daar ben ik nog niet aan toe. Maar als er nu een ding is wat ik het voorbije jaar heb moeten leren: dag per dag. 

Ik sluit ook compromissen, zoals rond de kerstboom. Excuseer, herfstboom. De meisjes hadden in een papa-weekend het idee om alvast de kerstboom te zetten maar dan met herfstversiering. Ze hebben super schattige diertjes getekend en geknipt en met touwtjes in de boom gehangen. En zo staat er dus al een kerstboom in september...
In mijn eigen huis, op míjn plek zou ik dit niet dulden. Geen kerstboom voor de Sint, daar wijken we niet vanaf! Maar dit is niet mijn huis. Dit is het huis van ons, van de meisjes. Hun allerschattigste gezichtjes toen ik thuiskwam en ze me begroetten bij de boom... Hier plooi ik. Hier ga ik mee, mee met hen. Zelfs mee met Michiel. 

Het is dus zelfs geen compromis, ik heb me er gewoon bij neergelegd. Omdat ik het een kleine prijs vind voor alles wat ik hier bij win. De onderhandelingen over hoe lang de boom mag blijven staan, zijn trouwens al gestart, haha. 

We gaan dus door. 
Na dit woelige, heftige emotionele jaar, weet dit vogeltje waar haar nestje is. 




zondag 9 augustus 2020

Blijf van mijn worst!

Beste vrienden,
beste familie,

Ik zou heel graag aan tafel willen zitten in vrede met u. Ik zou daarom HET GESPREK OVER DE VEGETARISCHE WORST willen schrappen uit ons register.
Ik verklaar me nader.

Op mijn veertiende wou ik geen vlees meer eten. Mijn ouders gingen tot op zekere hoogte mee in mijn argumenten, maar het duurde nog wel enkele jaren voor ik helemaal geen vlees meer at. Ik at nog wel zeevruchten en vis, maar na het lezen van ‘Dieren eten’ (nog steeds een tip trouwens, al zal het boek wat gedateerd zijn) heb ik ook dat afgezworen. En ik ben nog elke dag blij met mijn persoonlijke keuze.

Maar ik had het onlangs weer voor: HET GESPREK. Commentaar op mijn worst. Ik eet zo graag, dat commentaar op eten altijd gevoelig ligt. Maar als het over mijn worst gaat… Gevaar!

Vroeger was het nog interessant, dan vroegen mensen me vaak waarom ik geen vlees at. Dat was meestal een tof gesprek. Al vind ik het nog altijd niet fijn om over dode dieren te praten terwijl we aan tafel zitten, dus ik probeer het gesprek dan wat uit te stellen tot ik ook mijn dessert op heb. Jullie weten dat ik graag eet.

Tegenwoordig gaat het aan tafel niet meer over het waarom. De beelden van de slachthuizen zijn gekend en iedereen staarde al eens zuchtend naar de grafieken van de ecologische voetafdruk van vlees en zuivel. Goed nieuws dus, er is veel veranderd de voorbije twintig jaar. Ik hoef niet meer alles uit te leggen. En het vegetarische aanbod is ongelofelijk toegenomen. Maar daar, liefste medemens, knelt voor u blijkbaar het schoentje. In lang vervlogen tijden had ik de keuze tussen een pureeburger-met-een-erwtje uit de supermarkt, een brok smakeloze tofu of een dure spinazieburger uit de biowinkel waar mijn mama gelukkig af en toe naartoe reed. Vandaag de dag is het aanbod gigantisch: er zijn heel wat gespecialiseerde merken, de meeste supermarkten hebben ook producten van hun huismerk, en het lijkt wel alsof er elke week nog nieuwe vleesvervangers opduiken. Vroeger probeerde ik alle nieuwe dingen te testen, maar dat kan ik niet meer bijhouden.

Vandaag in het supermarkt-rek: worsten, hamburgers, spekjes, gehaktballen, ‘kip’stukjes, ‘runds’reepjes en ga zo maar door. En dan beland ik keer op keer in HET GESPREK.

Het gaat ongeveer zo:

Ja, maar wat ik niet begrijp, is dat jullie dan toch dingen willen die er als vlees uitzien en ook naar vlees smaken!

Stel je voor, zeg. Wat een arrogantie toch van die vegetariërs! Willen ze een vlees-uitzicht en een vlees-smaak! Dat is toch te gek?
Ik zou dan willen schreeuwen: leve nep! Leve fake-meat!

Ik zweer vlees af omwille van morele, ethische en ecologisch-duurzame redenen. Met die keuze moet ik dus blijkbaar ook de smaak en het uitzicht van vlees voorgoed afwijzen.
Terwijl, als je aan een vleeseter (of flexitariër) vraagt waarom hij of zij nog vlees eet; dan is het antwoord meestal: omwille van de smaak. Dus, je mag als vleeseter vasthouden aan de gewoonte van vlees eten omwille van de smaak, maar je mag als vegetariër geen vegetarische-worst-die-niet-te-onderscheiden-is-van-een-gewone-braadworst eten, net omwille van de smaak. Geef toe, dat is niet logisch. En het is een wij-jullie-denken dat gewoon niet nodig is.

Jaap Korteweg, aka de Vegetarische Slager, is een straffe ondernemer. Hij wil vanuit visie en gedrevenheid, maar ook vanuit een strak businessmodel, vleeseters overtuigen om steeds vaker te kiezen voor een vegetarisch alternatief. Hij kiest resoluut voor nep en heeft er zijn specialiteit van gemaakt om met zijn bedrijf alles zo goed mogelijk na te bootsen. Met hun nep-kip maak je zeer lekkere vol-au-veggie en de nep-gehaktballen doen het zeer goed in een tomatensaus zoals bij de bomma. Geniaal vind ik dat. Want, zo zegt hij, smaak is belangrijk. Mijn producten zijn er voor wie de smaak van vlees wil, maar niet het dierenleed en niet de ecologische impact. En dat zijn véél mensen.

En misschien, beste flexitariër, dat jij dat een gek een idee vindt. Nep-vlees dat té goed naar vlees smaakt. Dat is je goed recht. Eet iets anders, er is echt heel veel keuze van linzenburger tot pikante tofureepjes. Die proeven in de verste verte niet naar vlees, oef zeg. Maar veroordeel mij en mijn veggie-vrienden niet. Omdat wij ook houden van de smaak van braadworst, van de textuur van hamburgers.
Gun me mijn nep-vleesje.

En nu we toch bezig zijn, ik wil in HET GESPREK nog twee zaken vermijden. Sorry, ik ben op dreef. Ten eerste, HET GESPREK vervolgt dus meestal zo:

Ja, maar, dat is ook helemaal niet gezond hé.

Nee, natuurlijk niet. Ik eet geen worst omdat het gezond zou zijn. Ik ben geen vegetariër omdat ik kilo’s wil verliezen. Soms wil ik gewoon worst en de volgende dag eet ik weer iets gezonder. Punt.

En dan, ten tweede:

Ja, maar goedkoop is dat ook helemaal niet hé.

Nee, wie heeft dat beweerd? Voor een goed stuk vlees betaal je ook wat (al is dat nog veel te weinig gezien de hoge kost aan onze wereldbol). Dus ik betaal met plezier €4,49 voor een pakje nep-spek, meer dan het dubbele dan écht spek. Soms wil ik gewoon de smaak van spekjes, de volgende dag maak ik een super goedkoop stoofpotje met een bokaal kikkererwten van €1,09.

Tot slot, een geruststelling. Ik wil niet iedereen tot het vegetarisme bekeren. Omdat ik daar niet in geloof. Dat is zoals iedereen overtuigen om suikervrij te eten. Of alcohol te laten. Ik weet dat ik dik word van suiker en dat alcohol vanalles met mijn lijf en hoofd doet dat niet alleen verslavend maar best ook verwoestend is. En toch at ik net een stuk chocolade en dronk ik gisteren met veel smaak een halve fles cava. Dus, ik geloof in matigheid. Met mate kunnen we de wereld redden. Als iedereen af en toe het vlezeke op zijn boterham laat en gewoon kleinere stukjes vlees eet en niet elke dag, dan maakt dat een verschil. Heel veel flexitariërs hebben een veel grotere impact dan enkele wannabe-vegans die cold turkey (pun intended) overschakelen op een plantaardig dieet er na twee weken de brui aan geven omdat het verdikke moeilijk is en terug in oude vlees-gewoontes (=veel vlees) hervallen.


Ik hoop dat ik niet op zere tenen trap.
En dat je begrijpt dat ik gewoon mijn worst met smaak wil eten.


Tot binnenkort aan tafel, ik kom in vrede.

Katelijne

PS 1: hierbij mijn favorieten, de KONINGEN VAN HET NEPVLEES
PS 2: Ja natuurlijk, ik eet kei graag linzen. En gerookte tempeh. En een stoofpotje van seitan. Heerlijk, zo zonder-vlees-smaak!