woensdag 3 oktober 2018

De planteneter - vegan inspiratie: een nieuwe blogrubriek!

Kijk, een nieuwe pagina op mijn blog: de planteneter.
Dat komt zo. Meer en meer eten we plantaardig. Om vele redenen, maar vooral omdat ik me daar goed bij voel. Ik was een van die mensen die hoofdschuddend en zuchtend naar de veganisten keek. Kaas opgeven? Yoghurt? En wat dan met taartjes, koekjes,...?
Maar het kan verkeren, want dan heb ik dus zo'n woensdag:




Een vers gebakken zuurdesembrood (met eindelijk een lekker boter-alternatief), risotto met knolselder en een ongelofelijk lekkere vegan chocoladetaart.

Gezien het belang van eten in mijn leven (topprioriteit), ben ik hier veel mee bezig. Ik vond een paar goede blogs en kookboeken. Sinds een jaar experimenteer ik met meer vegan recepten, ik kookte zelfs een volledig plantaardig oudejaarsmenu voor tien vrienden. Sinds de zomer ga ik er echt helemaal voor om thuis zo veel mogelijk vegan te koken. Dat lukt aardig, al eet ik nog altijd kaas op mijn boterham. En 'op een ander' laat ik me dan helemaal gaan, dus je hoeft me niet beschuldigend aan te kijken als ik een heerlijke vier kazen pizza verorber. Flexanist is de correcte term blijkbaar.
Ik besloot om bij te houden wat lekker was... Oona kiest heel graag mee wat we gaan eten (en ze lust gelukkig redelijk veel), maar ze kiest graag op basis van een foto. Dus als ik nu eens foto's nam, dan zou ze ook af en toe al scrollend mee het weekmenu kunnen bepalen.
Sinds deze zomer roep ik plots STOP net voor we aan tafel gaan en neem ik nog snel een foto. Ik steek nul energie in het maken van mooie foto's (sorry). En soms vergeet ik het en soms eten we echt iets heel saai (wortelpuree met een veggieburger uit de supermarkt) dat het vermelden niet waard is. En wanneer ik hetzelfde recept nog eens maak, zet ik het er geen twee keer op. Al eten we echt heel weinig hetzelfde...

Ik zette al die foto's op een tumblr-blog omdat dat nu eenmaal super snel werkt.
Dat was misschien niet zo'n strakke keuze. Instagram had even goed (en even snel) geweest. En nu staat daar van die vreselijke reclame. Maar kijk, voorlopig doen we het zo en kan je op deze pagina op mijn blog de tumblr volgen... Ah ja, en je moet wel even doorklikken, anders zie je alleen maar de recenste posts. (Die tumblr, ik had er wat beter over moeten nadenken.) (We zien wel.)

Smakelijk!

Ps: er is ook de Try-Vegan campagne deze maand. Veel inspiratie!

zondag 30 september 2018

Adriaan

Adriaan herkent haar handen. Diezelfde ranke vingers, amper gerimpeld rond de vingerkootjes, de gladde dunne nagels. Veel mooier en zachter ook dan de andere handen die eerder over zijn borstkas waren gegleden of door zijn haren hadden gewoeld.
Maar dit zijn niet haar handen, het zijn de handen van haar moeder, die behoedzaam een grote kom dampende groen-bruine soep voor zijn neus zetten.
Hij moet op haar naam denken. Op het moment dat hij haar ruikt doorheen de soepgeur, die geur van zweet en oude kleren, weet hij het weer: Machteld.
Hij kijkt op, maar zij heeft zich al afgekeerd, ze monstert de tafeltjes rond het zijne, of er misschien nog iets moet gebracht of weggehaald. Ze heeft zich een kwartslag van hem weggedraaid, hij ziet hoe ze haar oude grijze haren in een knot op haar hoofd heeft gedraaid en hoe haar schouders hangen onder het gewicht van het vele werken, of misschien gewoon van het leven. Ze is oud geworden, bedenkt hij. Hij warmt zijn handen aan de kom soep. Net wanneer hij de lepel wil nemen en wil proeven, ziet hij het gebeuren. Zij veegt haar handen aan haar schort, misschien meer uit gewoonte dan uit noodzaak, voor een mogelijk restje soep of een vlok schuim. Traag veegt ze haar handen, die mooie handen, diezelfde handen.
Het zweet breekt hem uit, het is de hete damp van de soep die in zijn gezicht slaat. Dat is niet waar, het is de damp, de waas van de herinnering. Het kwelt hem: de handen van Machteld zijn na al dat zwoegen, na teilen vol vuil water, schraal bier en aangekoekte etensresten nog zo mooi bewaard gebleven. Hoe zou het dan wel niet zijn met de handen van haar dochter, na het verstrijken van meer dan tien jaren?

De andere kant

Dat ik nu ook daar
dat ik nu ook dat
dat ik
dat jij
dat wij,
ach wij.

Ook ik ben verbaasd.
Die woorden, mijn mond.

Maar terwijl ik vecht met mij
- ik noem het zoeken -
weet dat wij wel ooit
en dus
dat wij wel ooit
en dus altijd.



woensdag 26 september 2018

Ik wil alleen maar dansen

Ik wil alleen maar dansen.
Maar ik ben moe en doorweekt, ik heb het koud. Zij ook. Wij hebben het feestje niet gevonden.
Die avond dronken we wijn in haar gezellig salon en ik kon me maar net bedwingen om onder het dekentje te kruipen. Nee, dat niet. Wij zouden gaan dansen.
Dus we vertrekken, in de regen, naar een tent waar het water zo naar binnen stroomt maar niemand zich dat lijkt aan te trekken. Deze mensen, ze zijn doorgaans wat ouder dan ons, willen dansen. In een soort vrolijke koppigheid wordt er gedanst en de muziekinstallatie kan het niet aan. De muziek valt voortdurend stil, we drinken wijn en cola, dansen, stoppen, drinken, dansen, stoppen, vloeken, drinken en vertrekken. Want er is nog een feestje. Nog een kans.
Wij fietsen verder de stad in, de regen houdt niet op. We vinden alleen gesloten deuren. Er is een club waar jonge blonde meisjes draaien rond schriele jongens met petjes en grote sneakers. Niet voor ons. Daarnaast is een andere club, de beat klinkt aanlokkelijk, maar nee, van het feestje dat wij zoeken heeft niemand gehoord.
Er komen nog mensen zoals wij. Ze willen dansen, ze zoeken ook naar dat feest dat niet blijkt te bestaan. Ook zij worden nat en vinden dezelfde gesloten deuren.
Ik word droef. Ik wil alleen maar dansen.
Dat deden we een tijd geleden in een klein café en dat was heerlijk. Het deed verlangen naar een echt feest, met echte dansmuziek, zonder vreemde mannen die verbaasd staan te kijken wie er zo danst in hun café. We moeten ons beter voorbereiden.
Een paar weken geleden: een heerlijk feest maar er was gedoe met tickets. En zo werd het te laat, had zij nog altijd geen ticket en dat was jammer want de muziek was goed. Maar zij moet erbij.
Een ander weekend. Op de planning: een feest op een hippe locatie. Wij gaan eerst naar een fantastische dansvoorstelling, drinken wijn op café en fietsen dan de stad helemaal door, overtuigd dat de nacht ver genoeg gevorderd is voor een hip feest. Met een energie die van de voorstelling rechtstreeks in ons lijf is geslopen. Kom maar op.
De dame aan de kassa lacht vrolijk. Maar het is er leeg. Er is iemand die jassen aanneemt van niemand, er is iemand die hamburgers bakt voor niemand.
We fietsen teleurgesteld naar thuis en roepen in de stille straten. Wie wil er dansen? Waar zijn jullie dan toch? Wij hebben vriendschap te vieren en lijken veroordeeld tot een zetel en een fles wijn.
Dit weekend zochten we dus in de kou naar een feest dat niet bestond.
Het is niet dat ik goed kan dansen. Het is niet dat ik er iets mee wil je bereiken. Het is niet dat ik weerbarstig verlang naar iets wat misschien voorbij is.
Hoe het was, vraagt Michiel.
Ik wil alleen maar dansen, zeg ik.
Het wordt niet het beste ontbijt.

zaterdag 1 september 2018

Juno is drie en ze heeft gelijk.

Lieve Juno

Je bent drie.
Nu ben ik groot, zeg je. Je hebt gelijk.

Je onderhandelt meesterlijk over het aantal boekjes dat wordt voorgelezen. Je doet alsof je het concept 'allerlaatste' niet begrijpt.
Je hebt gelijk, mijn meisje, je kan het maar proberen.

Je pannenkoek wil je in een oprolletje, als het even kan wil je de planten gieteren en je bent nog steeds niet zo gek op kajuintjes. Olifanten zijn nog opanten en de paardjes wil je haaien. En een nietmachine is voor jouw een kroketje.
Je hebt gelijk, de wereld is mooi met jouw woorden.

Je zingt altijd maar luider en gekker sjaapje heb je witte wol? Je wil weten hoe laat het is. Je zegt amai en ok dan. Je ziet de verbazing dan misschien op mijn gezicht, hoe kan het toch kleintje, dat jij zo heerlijk zelfzeker in de wereld staat?

Ik ga bij mijn zus blijven, zeg je stoer wanneer ik jullie afzet op een sportkampje. Je hebt gelijk mijn meisje, je hebt de liefste zus van de hele wereld, jullie twee, dat is alleen maar liefde, zolang alles eerlijk verdeeld is tenminste.

Je bent een dinosaurus. Dan ben je een broertje. Dan een grootmoeder, dan een wolf, dan roodkapje. Dan ben je een poesje. Dan ben ik papa, dan is papa Oona en dan ben je zelf de logica kwijt. En word je boos. Ik ben Juno, roep je tegen ons.
Je hebt gelijk, jij bent onze Juno.

Je neemt stiekem koekjes uit de kast, tekent met potloden op de muur en je kruipt weer uit je bed, na drie boekjes en vier liedjes. Het was maar een mopje, zeg je dan.
Je hebt gelijk, wie kan er nu boos zijn om een mopje, mijn kruimelmondje?

Je bent al honderd keer net niet in het water gevallen. Je hebt de bloemetjes niet geplukt, die zijn gewoon kapot, in je handje, toevallig. Je zegt iets in een zelfverzonnen taal, ik antwoord, en je gilt het uit van de pret. Je vindt het heerlijk om je handen met zeep te wassen, geen groter plezier dan ergens een toilet met roze zeep, of schuim. Je loopt op de randjes en de kantjes in onze stad, masseert mijn rug achterop de fiets en kijkt verbaasd naar een fietser naast ons. Je wijst en roept: die kennen wij niet hé mama.
Je hebt gelijk, mijn meisje. En we lachen: jij, ik en de fietser die wij niet kennen.

Ik wil altijd jou hebben, zeg je soms.
Dat is geweldig mijn liefste grote meisje, want ik wil ook jou, altijd.








vrijdag 10 augustus 2018

Ik gaf mijn ontslag (en trok het terug in).


Sorry, het is een lang verhaal.

Dit is mijn leven:




De NMBS speelt een cruciale rol in de tevredenheidsindex in mijn leven. Dat is geen goede situatie. 
Een bakje cornflakes smaakt naar niets als je op een overvolle stinkende trein het laatste plekje op een vieze trap hebt kunnen bemachtigen en je met 'slechts' zes minuten vertraging aankomt in Brussel Noord.

In april ontplofte het in mijn hoofd. Ik had te veel zorgen en er moest iets veranderen. En door het gewicht van het pendelen, koos ik voor een vrij radicale beslissing: mijn ontslag bij de organisatie waar ik nog altijd graag werkte. 
Je moet weten, ik pendel ongeveer tien jaar. Plus nog eens twee jaar dat ik ook in Brussel studeerde. 
Ik heb in die jaren veel geprobeerd. Werken op de trein bijvoorbeeld. Dat is heel moeilijk door de slechte dataverbinding (tussen Mortsel Oude-God en Vilvoorde is er quasi geen verbinding). En de laatste twee, drie jaar is dat gewoon onmogelijk geworden doordat het zó druk is geworden dat je zelden een zitplaats kan bemachtigen, laat staan met een tafeltje voor een laptop. Lezen dan maar, en dat is echt heerlijk. Dat is de reden waarom ik vlot 35 boeken per jaar lees. Lezen doet lezen: doordat ik de op de trein lees, neem ik ook 's avonds veel sneller mijn boek vast. Maar ik lees op een rit gemiddeld 32 minuten. De andere 32 minuten (in het beste geval) ben ik niet aan het lezen, dan fiets ik naar het station, wacht ik op het perron, sta ik vreselijk te drummen om met de trap naar beneden te gaan van het perron, haal ik mijn fiets uit de stinkende fietsenstalling en fiets ik twee kilometer naar kantoor tussen uitlaatgassen en gevaarlijk manoeuvrerende vrachtwagens en bussen. En dan nog eens in de omgekeerde richting. Daar is allemaal weinig plezier aan te beleven. 
Vertragingen? Ik probeer deze te rationaliseren (files zijn erger, files zijn erger, files zijn erger) of te negeren, maar het resultaat blijft dat ik elke minuut dat de trein stilstaat, vooruit bolt of gewoon niet komt opdagen, een minuut verlies met mijn dochters. Een minuut wachten is een minuut minder voorlezen. Dat pikt. 

Ik keek uit naar een lange zomer met mijn gezin. Ik zou het pendelen schrappen (en helaas dus ook de job) en dan zou ik meer energie hebben om ook de andere donkere wolken in mijn hoofd aan te pakken. 

Dat was mijn plan.

Ik had nog geen andere job. Sommige mensen noemden dat een moedige keuze maar dat is helemaal niet waar. Het was een luxe keuze. We kunnen het namelijk perfect een paar maanden redden met één loon in plaats van twee lonen. Er zou geen bio-boterham minder voor op tafel komen. Heel veel mensen die in een gelijkaardige struggle zitten met hun job (of nog veel vervelender: die vastzitten in een saaie, afstompende, vreselijke job) hebben de luxe niet om zomaar te vertrekken en met de glimlach te zeggen dat je het allemaal wel zal zien. Gewoon tijd voor mijn gezin, wat schrijven aan mijn roman en rustig de vacatures checken. Mét een latte machiato. Dat is werkelijk grote luxe.

Nu had ik niet het beste moment uitgekozen. Het project waar ik het meeste op werk zit in een belangrijk overgangsjaar en ik moest het al heel lang zonder technische collega stellen. Er werd eindelijk een nieuwe collega gevonden, en net dan zou ik vertrekken? En dus ook het project in de steek laten op een cruciaal moment? 
Insert schuldgevoel. Maximaal. Want met mijn ontslag zag ik natuurlijk wat ik allemaal wél heb op mijn job en wat een goede werkgever ik heb. 
Dus na heel wat gebakkelei (dat woord klinkt gezellig, maar het was weer veel drama en twijfel langs mijn kant) kwamen we uit op een compromis. Ik zou een lange, onbetaalde vakantie nemen, en daarna halftijds terugkomen tot december. Zo kon ik het project goed overdragen aan de collega's en zelf rustig uitkijken naar iets anders. Voor beide partijen een goed idee. Ik zou dus nog steeds vertrekken, maar nog wat langer maar minder werken. 

Dat was dus het tweede plan. 

Het werd stilaan zomer en er begon weer wat te schuiven in onze organisatie. Dat schuiven vind ik soms irritant maar vaak ook heel boeiend en uitdagend. Ik denk gewoon graag mee na welke richting het allemaal uit kan gaan. En de maand voor mijn lange vakantie was echt een heel interessante, fijne maand... Had ik spijt? Tot op zekere hoogte wel, maar met alle factoren in acht genomen, was het nog altijd de juiste rationele beslissing. Maar de spijt, die zat in mijn hart. Dus ik zei tegen mijn collega's dat ik ook in mijn zes weken afwezigheid (luxe, luxe, ik zei het al!) ook nog wel wat zaken zou opvolgen en verder uitwerken. Gewoon, omdat ik dat graag doe en me verantwoordelijk voel. 

En intussen scrolde ik door vacatures en zag ik weinig dat me interesseerde. Er was een frustrerend sollicitatiegesprek voor een job in Antwerpen dat goed begon maar eindigde met het gevoel dat de wens om sterk inhoudelijk te werken een soort van misplaatste ambitie was. Nee, gelukkig werd ik er niet van. 

Op het einde van mijn vakantie kwam er nog een nieuw project op de proppen bij publiq (eentje waar ik mijn inhoudelijk ei zeker in kwijt kan!) en werd er nog wat verder geschoven waardoor er plots een heel mooi takenpakket voor me lag. In een slapeloze nacht (gevecht tussen hoofd en hart) werd het me helder. Het heeft geen zin om bij mijn oorspronkelijke beslissing te blijven omdat ik het nu eenmaal beslist heb. Het heeft wel zin om mezelf te vertrouwen en nu net voor het andere te kiezen.
De beslissing om ontslag te geven voelde in april echt goed, ik voelde me opgelucht. Maar ondertussen is het augustus en voelt het anders. Voortschrijdend inzicht, andere situatie. Ook al is Brussel nog steeds even ver weg. 

Dus ik zei ja. 
Ik blijf bij publiq. Zeker tot eind december, en dan zie we weer.

Het is een soap, ik weet het. Weggaan, nog even blijven, maar toch zeker weggaan, of toch blijven enzovoort enzovoort. Een vreemd gedragspatroon met te veel drama. Sommige mensen hebben dat in hun relatie, ik met mijn job. Nou ja. 

Ik ben er niet trots op, integendeel. Het zou veel eenvoudiger voor me zijn (en voor mijn baas!) als ik zoals een normale mens zou weten wat ik wil, en daar ook naar zou handelen. 

Dus natuurlijk ben ik ook wat bang voor gezichtsverlies. Mijn collega's, heel wat mensen met wie ik graag samenwerk,... wat moeten ze wel niet denken van mij, zwalpend tussen mijn frustraties en dromen? 

Maar de keuze tussen gezichtsverlies en een job waar ik blij van word, met nieuwe uitdagingen en kansen met de fijnste collega's, was dan toch gemakkelijk gemaakt. 

Nu hopen dat de NMBS mee wil. Ik zal dit bericht ongetwijfeld herlezen wanneer de trein om onduidelijke redenen stilstaat tussen Schaarbeek en Brussel Noord. Ik zal zuchten, ja. En ik zal blij zijn. 

Dit ben ik dus. En ik ben maar wat blij dat mijn collega's mij op die manier aanvaarden. 





dinsdag 7 augustus 2018

Zweden: de wereld van Astrid Lindgren

Dit is een van mijn favoriete foto's van onze vakantie in Kopenhagen/Zuid-Zweden.


Oona draagt haar haar in twee vlechtjes en dat is niet toevallig. Want Pippi Langkous heeft ook twee vlechtjes en die hebben we gezien!

Met grote verwachtingen (toch zeker bij mij en Oona) gingen we naar Astrid Lindgrens Värld, de wereld van Astrid Lindgren. Een heel park opgebouwd rond alle figuren uit de verhalen van Astrid Lindgren. We hadden er echt een heerlijke dag!

Geen elektrische spectaculaire attracties hier, wel veel openluchtvoorstellingen rond alle karakters en heel veel leuke speelmogelijkheden.
Ik ga het gewoon laten zien hoe fantastisch het is.



We begonnen met een voorstelling van Pippi Langkous, in Villa Kakelbont natuurlijk. Op voorhand had ik het schema bekeken en hadden we het verhaal van deze voorstelling (Toen Pippi twee rovers te slim af was) nog eens gelezen. Zo was het Zweeds volgen helemaal geen probleem. Het was een heel fijne voorstelling, vol enthousiasme gebracht door de acteurs.
Nadien kan je dan een kijkje nemen in Villa Kakelbont. Mijnheer Nelson (het aapje) was er jammer genoeg niet, maar we hebben zo wel zijn bedje gezien.


En hier zit Oona op het paard van Pippi...

Daarna gingen we naar een voorstelling van Emiel van de Hazelhoeve. Michiel was alvast een plekje gaan zoeken in de schaduw, want het was die dag erg warm. We aten onze broodjes en keken naar alweer een heerlijke voorstelling.

Juno vond dit verhaal heel leuk, zeker toen er dus een koets met een echt paard tevoorschijn kwam. Dit verhaal (Toen Emiel met zijn hoofd vastzat in de soepterrine) was heerlijk grappig. De kinderacteurs deden dat geweldig. We kozen er dan ook voor om in de namiddag naar nog een voorstelling van Emiel te gaan in plaats van Pippi Langkous.


En daar was een varkentje... Emiel woont op een boerderij, dus daar is een échte boerderij. Zo tof gedaan allemaal.



Een echte klassieke theatervoorstelling, maar zo mooi en puur gebracht. Geen afgelikte toestanden, maar goed uitgewerkt met leuke details (zoals een pomp waar echt water uit komt).


En je kan dan zelfs nog op de foto met Ida en haar mama!

Er zijn nog veel meer voorstellingen: Ronja de Roversdochter, de gebroeders Leeuwenhart, Karlsson van het dak,... We moeten nog zo veel lezen want het zag er echt allemaal fantastisch uit, en voor verschillende leeftijden.

En wat kan je ook leuk spelen in het park!


Er zijn heel veel kleine huisjes. Soms kan je er een tafereeltje zien, en soms kan je erin. 


Als het kind maar kokenete kan spelen, wat is ze gelukkig. Of beter, ik bent super blij, zoals ze zelf zegt.


Op de tafel dansen in het reuzenhuis...


Een supertof en lang speelparcours...


Een boerderij met een zolder waar je kan springen in het hooi...


En een houten koe kan melken, zolang er een ander kind water ophaalt uit de put en de koe te drinken geeft. 


En een ijsje hoort erbij, zie onze dames genieten in dit prachtige theehuisje op kindermaat. 



Gelukkige kinderen, gelukkig ouders! We waren doodmoe die dag en hebben nog maar een deel van het park en van de voorstellingen gezien. Onze vakantiebestemming volgend jaar wordt dus misschien wel opnieuw Zuid-Zweden*, alleen al maar omdat dit echt een topdag was!

----

Nog wat details:
  • Het park is niet goedkoop, maar elke kroon waard. Kinderen betalen vanaf drie jaar. Er worden ook tickets verkocht voor meerdere dagen en dat is eigenlijk wel een goed plan.
  • Het park ligt in de driehoek Malmö, Stockholm, Göteborg (telkens circa drie uur rijden).
  • We kampeerden op Spilhammarscamping, kwartiertje rijden van het park. Dikke aanrader: mooie, niet al te grote camping met een klein zwemmeer en vriendelijke uitbaters. Je loopt er ook zo het bos in en er is een loopparcours. We konden er maar een nachtje blijven en dat was eigenlijk echt jammer. Er is ook een camping aan het park zelf, maar achteraf ben ik heel blij dat we dat niet hebben gedaan, het zag er niet echt uitnodigend uit. 
  • Het programma van de voorstellingen kan je op voorhand bekijken, zo weet je al welke verhalen je kan (her)lezen.
  • Hoogseizoen en mooi weer, dus veel volk. Even aanschuiven voor de parking maar in het park viel het goed mee. Best wel op tijd een plaatsje zoeken voor de voorstellingen. 
  • Zweden zijn lieve, beleefde mensen. Dat maakt zo'n park toch een stuk aangenamer. 


*Al zullen we dan toch nog eens nadenken of we weer met de bus reizen. Lees ons avontuur met de Flixbus hier.