vrijdag 28 december 2018

Juno spreekt (5)

Al een tijdje geleden dat ik deze rubriek nog eens bovenhaal, ik schrijf veel te weinig op, want Juno doet elke dag wel een heerlijke uitspraak. Toch een paar praatjes die mijn lijstje hebben gehaald:
  • Wil je dit papiertje kroketten? (Nieten bedoelt ze, geen idee hoe ze op dat wordt komt)
  • Ik was een jongensbaby hé mama?
  • Ik ben een Juno dinosaurus Smits Morreel wolf! Groaaah! 
  • Ik ben niet sjattig! (heel grappig na de vorige zin waarbij ik natuurlijk vertederd naar haar keek)
  • En ik ben Juno en ik ben het kindje (ik stel onze bezoekers voor aan Juno en zij stelt zichzelf voor :-))
  • Is dat jouw beste vriend (Ik mag op de trein een balpen lenen van een jonge kerel.)
  • Mijn vleugel vestje. (fluohesje)
  • Een aardbei, twee aardbeiden. (logisch, toch?)
  • Is er iemand vanbinnen bij jou? In je buik? Hm. Bij mij ook niet. (Ze kijkt wat teleurgesteld)
  • Maar dat is niet echt, dat is alsop! 
  • Kom, we gaan naar paprika! (Ze bedoelt Afrika). 
  • Kijk een Kerstmis! (verzamelnaam voor Kerstman, Kerstboom, Kerstversiering, Kerststal,...)
  • Ik ben gevonden! (gewonnen, bij een spelletje. We laten haar meestal in de waan).
Heerlijke meid. Absoluut wel schattig.





woensdag 28 november 2018

Parker

Als je de deur van ons huis vroeger achter je toe trok, tien meter naar links wandelde, de straat overstak, dan was daar, op het hoekje, Het Schrijverke. Het was de naam van de winkel, maar voor mij was het vooral de naam van de man in de winkel, die was vast Het Schrijverke. Hij was niet klein. Hij was oud en rookte sigaren in de winkel. Zijn leesbril kon elk moment van zijn neus glijden. Hij gromde en mompelde. Geen kindervriend. Geen vriend van iemand, zo leek het wel.

En toch kwam ik er graag. Soms durfde ik heel even tussen de rekken lopen. Al wist ik natuurlijk wat ik nodig had, vullingen voor de vulpen die ik haatte. Of een tintenkiller. Of een geo-driehoek, als ik die weer eens was kwijtgespeeld. 
Bij Het Schrijverke werden de Parker-pennen verkocht op zo'n draaimolen. Een feest voor kinderhanden om daar toch altijd, heel even, aan te draaien. De pennen in verschillende kleuren draaiden dan rond. In de glazen toonbank lagen heel chique vulpennen, met kleine handgeschreven labels eraan met een getal op waarvan ik amper kon geloven dat het de prijs was. 

Het Schrijverke is er al lang niet meer. In de buurt waar ik nu woon, is er nog wel een winkel voor schrijfwaren. Ik geniet van dat woord en de geur in de winkel. Er is ook vriendelijke meneer die een kleine display naar me toeschuift met een aantal Parker-pennen. Geen draaimolen. 
Ik wil zo'n Parker-pen. Dat komt omdat ik een paar dagen geleden op het werk toevallig een e-mail kreeg met een foto van een Parker-pen. Ik bekeek de pen op mijn computerscherm nauwkeurig. Ze was anders dan de dierbare pen uit mijn kinderjaren. Andere kleur, ander type. Die e-mail kwam vrijdag en ik heb zaterdag, zondag, maandag en dinsdag aan mijn Parker-pen van vroeger gedacht. Daarom ben ik hier, bij de schrijfwaren, daarom bekijk ik de pennen in de display. 

De pen die ik zoek is er niet bij. Het moet een bepaalde tint bordeaux zijn. En deze pennen zijn te slank. En ook aan de clip, met het pijltje, is iets anders, al weet ik niet zo meteen wat. 
Ik probeer toch maar even, de pen schrijft meteen heerlijk al schrijf ik helemaal niets, op de kladblok tekende ik een gebogen lijn. Ik vraag om een zwarte vulling. Dat kan. Ik weet niet hoe lang dat al is, maar ik schrijf zoveel liever met zwart. 


Dus ik betaal veel voor een pen die ik absoluut niet nodig heb en ook niet is wat ik had gehoopt. De pen is te licht, de zwarte vulling blijkt een gel-vulling. Het topje van de pen is anders, ik weet plots exact hoe ik daar met mijn tong aan voelde. Het uiteinde is anders, daar mist een metalen randje. Nee, dit is niet mijn pen. Nostalgie is niet te koop. 

Maar ik kan er een brief mee schrijven. En dat is exact wat ik nu ga doen. 


woensdag 14 november 2018

Knutseljuf Oona



De knutseljuf van Juno wenst me te spreken. Ze vertelt me over de vooruitgang van Juno, nu al dik drie jaar. Ze weet me te zeggen dat mijn kleutertje perfect weet wat donker geel is en wat licht geel.
Ik vind dat echt knap van haar, zegt Oona. Ze kijkt me vrolijk maar serieus aan en gaat verder met haar bespreking.
Ook het concept van 'binnen de lijntjes' kleuren heeft Juno de voorbije maanden goed begrepen. Naar uitvoering is er nog wat verbetering mogelijk. Juno is altijd enthousiast om te knutselen en ze wil veel zelf doen. Kleuren, knippen, en vooral plakken.
Soms begrijpt ze de knutseljuf wel verkeerd. En ze moet ook nog leren wachten, want juf Oona moet soms eerst nog wat voorbereiden.
Ze kan echt al goed schilderen. Haar naam schrijven is nog moeilijk, maar het rondje van de O kan ze al perfect en als het niet perfect is, dan is het een hartje.
Dat is toch goed voor haar leeftijd, hé mama? 

Ik kijk knutseljuf Oona verbijsterd aan. Ik weet met mijn trots geen blijf.
Ze heeft zoveel geluk met een zus zoals jij, met zo'n knutseljuf, zeg ik wat onhandig.
Ze knikt maar kijkt me niet aan. Haar aandacht is alweer bij het zwartepiet-masker dat ze maken.
Ik neem snel een foto, en ga verder met mijn keukenwerk. Ik snijd ajuin, ik moet er een beetje bij huilen.

donderdag 1 november 2018

23u53, Schiphol.

Het is mooi om ergens te zijn als de nacht valt. Op een vreemde plek, met vreemde mensen.
Ik stap af van de ene trein, ik wacht op een volgende, ik heb even tijd. Ik neem de roltrap naar de hal, ik heb dorst en ook wel honger. Ik ben ver van huis, ver van het werk ook. Dat is exact de bedoeling.

De lege hal van Schiphol vult zich met de nacht. Niet met het donker: dat wordt verwoed buiten gehouden met felle lampen. Nee, de hal vult zich met de tekenen van de nacht. Zoals stilte. En vermoeidheid. En opgestapelde geuren van een dag met duizenden mensen.

Het is bijna tijd voor de nacht. Alsof iemand alvast heeft geroepen dat het tijd is voor tandenpoetsen. Ik mag nog net de supermarkt in voor een laatste boodschap. Ik koop water en iets zoets en moet me een weg banen langs de rekkenvullers. De nacht is hier niet meer dan het klaarmaken voor de dag.

Op een feloranje schoonmaakmachine, het lijkt wel een extreem groot insect, rijdt een magere man behendig en verveeld in bochtige patronen. De nacht is niet meer dan het verwijderen van de sporen van de dag.

 



Door de luidsprekers wordt een laatste trein aangekondigd. En een voorlaatste die werd afgelast. Het is geen bandje, geen machine die een mens nadoet, maar een echte stem die vertelt dat de trein naar Zwolle zo dadelijk zal vertrekken. De nacht, die zo meteen zal beginnen, is hier het zwijgen. De laatste aankondiging en dan mag de man met de mooie, duidelijke stem naar huis. Kondigt hij zijn eigen vertrek aan? Reist hij mee, met de laatste trein, rijdt hij zwijgend mee de nacht in?

Op de trein deel ik mijn tijd en zwijgen met andere reizigers. Ze hebben grotere koffers dan ik, andere huidskleuren, grotere schermen en dikkere jassen. Maar we delen het geeuwen, het staren naar buiten en ons weerspiegelde zelf. En we delen de nacht.

woensdag 3 oktober 2018

De planteneter - vegan inspiratie: een nieuwe blogrubriek!

Kijk, een nieuwe pagina op mijn blog: de planteneter.
Dat komt zo. Meer en meer eten we plantaardig. Om vele redenen, maar vooral omdat ik me daar goed bij voel. Ik was een van die mensen die hoofdschuddend en zuchtend naar de veganisten keek. Kaas opgeven? Yoghurt? En wat dan met taartjes, koekjes,...?
Maar het kan verkeren, want dan heb ik dus zo'n woensdag:




Een vers gebakken zuurdesembrood (met eindelijk een lekker boter-alternatief), risotto met knolselder en een ongelofelijk lekkere vegan chocoladetaart.

Gezien het belang van eten in mijn leven (topprioriteit), ben ik hier veel mee bezig. Ik vond een paar goede blogs en kookboeken. Sinds een jaar experimenteer ik met meer vegan recepten, ik kookte zelfs een volledig plantaardig oudejaarsmenu voor tien vrienden. Sinds de zomer ga ik er echt helemaal voor om thuis zo veel mogelijk vegan te koken. Dat lukt aardig, al eet ik nog altijd kaas op mijn boterham. En 'op een ander' laat ik me dan helemaal gaan, dus je hoeft me niet beschuldigend aan te kijken als ik een heerlijke vier kazen pizza verorber. Flexanist is de correcte term blijkbaar.
Ik besloot om bij te houden wat lekker was... Oona kiest heel graag mee wat we gaan eten (en ze lust gelukkig redelijk veel), maar ze kiest graag op basis van een foto. Dus als ik nu eens foto's nam, dan zou ze ook af en toe al scrollend mee het weekmenu kunnen bepalen.
Sinds deze zomer roep ik plots STOP net voor we aan tafel gaan en neem ik nog snel een foto. Ik steek nul energie in het maken van mooie foto's (sorry). En soms vergeet ik het en soms eten we echt iets heel saai (wortelpuree met een veggieburger uit de supermarkt) dat het vermelden niet waard is. En wanneer ik hetzelfde recept nog eens maak, zet ik het er geen twee keer op. Al eten we echt heel weinig hetzelfde...

Ik zette al die foto's op een tumblr-blog omdat dat nu eenmaal super snel werkt.
Dat was misschien niet zo'n strakke keuze. Instagram had even goed (en even snel) geweest. En nu staat daar van die vreselijke reclame. Maar kijk, voorlopig doen we het zo en kan je op deze pagina op mijn blog de tumblr volgen... Ah ja, en je moet wel even doorklikken, anders zie je alleen maar de recenste posts. (Die tumblr, ik had er wat beter over moeten nadenken.) (We zien wel.)

Smakelijk!

Ps: er is ook de Try-Vegan campagne deze maand. Veel inspiratie!

zondag 30 september 2018

Adriaan

Adriaan herkent haar handen. Diezelfde ranke vingers, amper gerimpeld rond de vingerkootjes, de gladde dunne nagels. Veel mooier en zachter ook dan de andere handen die eerder over zijn borstkas waren gegleden of door zijn haren hadden gewoeld.
Maar dit zijn niet haar handen, het zijn de handen van haar moeder, die behoedzaam een grote kom dampende groen-bruine soep voor zijn neus zetten.
Hij moet op haar naam denken. Op het moment dat hij haar ruikt doorheen de soepgeur, die geur van zweet en oude kleren, weet hij het weer: Machteld.
Hij kijkt op, maar zij heeft zich al afgekeerd, ze monstert de tafeltjes rond het zijne, of er misschien nog iets moet gebracht of weggehaald. Ze heeft zich een kwartslag van hem weggedraaid, hij ziet hoe ze haar oude grijze haren in een knot op haar hoofd heeft gedraaid en hoe haar schouders hangen onder het gewicht van het vele werken, of misschien gewoon van het leven. Ze is oud geworden, bedenkt hij. Hij warmt zijn handen aan de kom soep. Net wanneer hij de lepel wil nemen en wil proeven, ziet hij het gebeuren. Zij veegt haar handen aan haar schort, misschien meer uit gewoonte dan uit noodzaak, voor een mogelijk restje soep of een vlok schuim. Traag veegt ze haar handen, die mooie handen, diezelfde handen.
Het zweet breekt hem uit, het is de hete damp van de soep die in zijn gezicht slaat. Dat is niet waar, het is de damp, de waas van de herinnering. Het kwelt hem: de handen van Machteld zijn na al dat zwoegen, na teilen vol vuil water, schraal bier en aangekoekte etensresten nog zo mooi bewaard gebleven. Hoe zou het dan wel niet zijn met de handen van haar dochter, na het verstrijken van meer dan tien jaren?

De andere kant

Dat ik nu ook daar
dat ik nu ook dat
dat ik
dat jij
dat wij,
ach wij.

Ook ik ben verbaasd.
Die woorden, mijn mond.

Maar terwijl ik vecht met mij
- ik noem het zoeken -
weet dat wij wel ooit
en dus
dat wij wel ooit
en dus altijd.



woensdag 26 september 2018

Ik wil alleen maar dansen

Ik wil alleen maar dansen.
Maar ik ben moe en doorweekt, ik heb het koud. Zij ook. Wij hebben het feestje niet gevonden.
Die avond dronken we wijn in haar gezellig salon en ik kon me maar net bedwingen om onder het dekentje te kruipen. Nee, dat niet. Wij zouden gaan dansen.
Dus we vertrekken, in de regen, naar een tent waar het water zo naar binnen stroomt maar niemand zich dat lijkt aan te trekken. Deze mensen, ze zijn doorgaans wat ouder dan ons, willen dansen. In een soort vrolijke koppigheid wordt er gedanst en de muziekinstallatie kan het niet aan. De muziek valt voortdurend stil, we drinken wijn en cola, dansen, stoppen, drinken, dansen, stoppen, vloeken, drinken en vertrekken. Want er is nog een feestje. Nog een kans.
Wij fietsen verder de stad in, de regen houdt niet op. We vinden alleen gesloten deuren. Er is een club waar jonge blonde meisjes draaien rond schriele jongens met petjes en grote sneakers. Niet voor ons. Daarnaast is een andere club, de beat klinkt aanlokkelijk, maar nee, van het feestje dat wij zoeken heeft niemand gehoord.
Er komen nog mensen zoals wij. Ze willen dansen, ze zoeken ook naar dat feest dat niet blijkt te bestaan. Ook zij worden nat en vinden dezelfde gesloten deuren.
Ik word droef. Ik wil alleen maar dansen.
Dat deden we een tijd geleden in een klein café en dat was heerlijk. Het deed verlangen naar een echt feest, met echte dansmuziek, zonder vreemde mannen die verbaasd staan te kijken wie er zo danst in hun café. We moeten ons beter voorbereiden.
Een paar weken geleden: een heerlijk feest maar er was gedoe met tickets. En zo werd het te laat, had zij nog altijd geen ticket en dat was jammer want de muziek was goed. Maar zij moet erbij.
Een ander weekend. Op de planning: een feest op een hippe locatie. Wij gaan eerst naar een fantastische dansvoorstelling, drinken wijn op café en fietsen dan de stad helemaal door, overtuigd dat de nacht ver genoeg gevorderd is voor een hip feest. Met een energie die van de voorstelling rechtstreeks in ons lijf is geslopen. Kom maar op.
De dame aan de kassa lacht vrolijk. Maar het is er leeg. Er is iemand die jassen aanneemt van niemand, er is iemand die hamburgers bakt voor niemand.
We fietsen teleurgesteld naar thuis en roepen in de stille straten. Wie wil er dansen? Waar zijn jullie dan toch? Wij hebben vriendschap te vieren en lijken veroordeeld tot een zetel en een fles wijn.
Dit weekend zochten we dus in de kou naar een feest dat niet bestond.
Het is niet dat ik goed kan dansen. Het is niet dat ik er iets mee wil je bereiken. Het is niet dat ik weerbarstig verlang naar iets wat misschien voorbij is.
Hoe het was, vraagt Michiel.
Ik wil alleen maar dansen, zeg ik.
Het wordt niet het beste ontbijt.

zaterdag 1 september 2018

Juno is drie en ze heeft gelijk.

Lieve Juno

Je bent drie.
Nu ben ik groot, zeg je. Je hebt gelijk.

Je onderhandelt meesterlijk over het aantal boekjes dat wordt voorgelezen. Je doet alsof je het concept 'allerlaatste' niet begrijpt.
Je hebt gelijk, mijn meisje, je kan het maar proberen.

Je pannenkoek wil je in een oprolletje, als het even kan wil je de planten gieteren en je bent nog steeds niet zo gek op kajuintjes. Olifanten zijn nog opanten en de paardjes wil je haaien. En een nietmachine is voor jouw een kroketje.
Je hebt gelijk, de wereld is mooi met jouw woorden.

Je zingt altijd maar luider en gekker sjaapje heb je witte wol? Je wil weten hoe laat het is. Je zegt amai en ok dan. Je ziet de verbazing dan misschien op mijn gezicht, hoe kan het toch kleintje, dat jij zo heerlijk zelfzeker in de wereld staat?

Ik ga bij mijn zus blijven, zeg je stoer wanneer ik jullie afzet op een sportkampje. Je hebt gelijk mijn meisje, je hebt de liefste zus van de hele wereld, jullie twee, dat is alleen maar liefde, zolang alles eerlijk verdeeld is tenminste.

Je bent een dinosaurus. Dan ben je een broertje. Dan een grootmoeder, dan een wolf, dan roodkapje. Dan ben je een poesje. Dan ben ik papa, dan is papa Oona en dan ben je zelf de logica kwijt. En word je boos. Ik ben Juno, roep je tegen ons.
Je hebt gelijk, jij bent onze Juno.

Je neemt stiekem koekjes uit de kast, tekent met potloden op de muur en je kruipt weer uit je bed, na drie boekjes en vier liedjes. Het was maar een mopje, zeg je dan.
Je hebt gelijk, wie kan er nu boos zijn om een mopje, mijn kruimelmondje?

Je bent al honderd keer net niet in het water gevallen. Je hebt de bloemetjes niet geplukt, die zijn gewoon kapot, in je handje, toevallig. Je zegt iets in een zelfverzonnen taal, ik antwoord, en je gilt het uit van de pret. Je vindt het heerlijk om je handen met zeep te wassen, geen groter plezier dan ergens een toilet met roze zeep, of schuim. Je loopt op de randjes en de kantjes in onze stad, masseert mijn rug achterop de fiets en kijkt verbaasd naar een fietser naast ons. Je wijst en roept: die kennen wij niet hé mama.
Je hebt gelijk, mijn meisje. En we lachen: jij, ik en de fietser die wij niet kennen.

Ik wil altijd jou hebben, zeg je soms.
Dat is geweldig mijn liefste grote meisje, want ik wil ook jou, altijd.








vrijdag 10 augustus 2018

Ik gaf mijn ontslag (en trok het terug in).


Sorry, het is een lang verhaal.

Dit is mijn leven:




De NMBS speelt een cruciale rol in de tevredenheidsindex in mijn leven. Dat is geen goede situatie. 
Een bakje cornflakes smaakt naar niets als je op een overvolle stinkende trein het laatste plekje op een vieze trap hebt kunnen bemachtigen en je met 'slechts' zes minuten vertraging aankomt in Brussel Noord.

In april ontplofte het in mijn hoofd. Ik had te veel zorgen en er moest iets veranderen. En door het gewicht van het pendelen, koos ik voor een vrij radicale beslissing: mijn ontslag bij de organisatie waar ik nog altijd graag werkte. 
Je moet weten, ik pendel ongeveer tien jaar. Plus nog eens twee jaar dat ik ook in Brussel studeerde. 
Ik heb in die jaren veel geprobeerd. Werken op de trein bijvoorbeeld. Dat is heel moeilijk door de slechte dataverbinding (tussen Mortsel Oude-God en Vilvoorde is er quasi geen verbinding). En de laatste twee, drie jaar is dat gewoon onmogelijk geworden doordat het zó druk is geworden dat je zelden een zitplaats kan bemachtigen, laat staan met een tafeltje voor een laptop. Lezen dan maar, en dat is echt heerlijk. Dat is de reden waarom ik vlot 35 boeken per jaar lees. Lezen doet lezen: doordat ik de op de trein lees, neem ik ook 's avonds veel sneller mijn boek vast. Maar ik lees op een rit gemiddeld 32 minuten. De andere 32 minuten (in het beste geval) ben ik niet aan het lezen, dan fiets ik naar het station, wacht ik op het perron, sta ik vreselijk te drummen om met de trap naar beneden te gaan van het perron, haal ik mijn fiets uit de stinkende fietsenstalling en fiets ik twee kilometer naar kantoor tussen uitlaatgassen en gevaarlijk manoeuvrerende vrachtwagens en bussen. En dan nog eens in de omgekeerde richting. Daar is allemaal weinig plezier aan te beleven. 
Vertragingen? Ik probeer deze te rationaliseren (files zijn erger, files zijn erger, files zijn erger) of te negeren, maar het resultaat blijft dat ik elke minuut dat de trein stilstaat, vooruit bolt of gewoon niet komt opdagen, een minuut verlies met mijn dochters. Een minuut wachten is een minuut minder voorlezen. Dat pikt. 

Ik keek uit naar een lange zomer met mijn gezin. Ik zou het pendelen schrappen (en helaas dus ook de job) en dan zou ik meer energie hebben om ook de andere donkere wolken in mijn hoofd aan te pakken. 

Dat was mijn plan.

Ik had nog geen andere job. Sommige mensen noemden dat een moedige keuze maar dat is helemaal niet waar. Het was een luxe keuze. We kunnen het namelijk perfect een paar maanden redden met één loon in plaats van twee lonen. Er zou geen bio-boterham minder voor op tafel komen. Heel veel mensen die in een gelijkaardige struggle zitten met hun job (of nog veel vervelender: die vastzitten in een saaie, afstompende, vreselijke job) hebben de luxe niet om zomaar te vertrekken en met de glimlach te zeggen dat je het allemaal wel zal zien. Gewoon tijd voor mijn gezin, wat schrijven aan mijn roman en rustig de vacatures checken. Mét een latte machiato. Dat is werkelijk grote luxe.

Nu had ik niet het beste moment uitgekozen. Het project waar ik het meeste op werk zit in een belangrijk overgangsjaar en ik moest het al heel lang zonder technische collega stellen. Er werd eindelijk een nieuwe collega gevonden, en net dan zou ik vertrekken? En dus ook het project in de steek laten op een cruciaal moment? 
Insert schuldgevoel. Maximaal. Want met mijn ontslag zag ik natuurlijk wat ik allemaal wél heb op mijn job en wat een goede werkgever ik heb. 
Dus na heel wat gebakkelei (dat woord klinkt gezellig, maar het was weer veel drama en twijfel langs mijn kant) kwamen we uit op een compromis. Ik zou een lange, onbetaalde vakantie nemen, en daarna halftijds terugkomen tot december. Zo kon ik het project goed overdragen aan de collega's en zelf rustig uitkijken naar iets anders. Voor beide partijen een goed idee. Ik zou dus nog steeds vertrekken, maar nog wat langer maar minder werken. 

Dat was dus het tweede plan. 

Het werd stilaan zomer en er begon weer wat te schuiven in onze organisatie. Dat schuiven vind ik soms irritant maar vaak ook heel boeiend en uitdagend. Ik denk gewoon graag mee na welke richting het allemaal uit kan gaan. En de maand voor mijn lange vakantie was echt een heel interessante, fijne maand... Had ik spijt? Tot op zekere hoogte wel, maar met alle factoren in acht genomen, was het nog altijd de juiste rationele beslissing. Maar de spijt, die zat in mijn hart. Dus ik zei tegen mijn collega's dat ik ook in mijn zes weken afwezigheid (luxe, luxe, ik zei het al!) ook nog wel wat zaken zou opvolgen en verder uitwerken. Gewoon, omdat ik dat graag doe en me verantwoordelijk voel. 

En intussen scrolde ik door vacatures en zag ik weinig dat me interesseerde. Er was een frustrerend sollicitatiegesprek voor een job in Antwerpen dat goed begon maar eindigde met het gevoel dat de wens om sterk inhoudelijk te werken een soort van misplaatste ambitie was. Nee, gelukkig werd ik er niet van. 

Op het einde van mijn vakantie kwam er nog een nieuw project op de proppen bij publiq (eentje waar ik mijn inhoudelijk ei zeker in kwijt kan!) en werd er nog wat verder geschoven waardoor er plots een heel mooi takenpakket voor me lag. In een slapeloze nacht (gevecht tussen hoofd en hart) werd het me helder. Het heeft geen zin om bij mijn oorspronkelijke beslissing te blijven omdat ik het nu eenmaal beslist heb. Het heeft wel zin om mezelf te vertrouwen en nu net voor het andere te kiezen.
De beslissing om ontslag te geven voelde in april echt goed, ik voelde me opgelucht. Maar ondertussen is het augustus en voelt het anders. Voortschrijdend inzicht, andere situatie. Ook al is Brussel nog steeds even ver weg. 

Dus ik zei ja. 
Ik blijf bij publiq. Zeker tot eind december, en dan zie we weer.

Het is een soap, ik weet het. Weggaan, nog even blijven, maar toch zeker weggaan, of toch blijven enzovoort enzovoort. Een vreemd gedragspatroon met te veel drama. Sommige mensen hebben dat in hun relatie, ik met mijn job. Nou ja. 

Ik ben er niet trots op, integendeel. Het zou veel eenvoudiger voor me zijn (en voor mijn baas!) als ik zoals een normale mens zou weten wat ik wil, en daar ook naar zou handelen. 

Dus natuurlijk ben ik ook wat bang voor gezichtsverlies. Mijn collega's, heel wat mensen met wie ik graag samenwerk,... wat moeten ze wel niet denken van mij, zwalpend tussen mijn frustraties en dromen? 

Maar de keuze tussen gezichtsverlies en een job waar ik blij van word, met nieuwe uitdagingen en kansen met de fijnste collega's, was dan toch gemakkelijk gemaakt. 

Nu hopen dat de NMBS mee wil. Ik zal dit bericht ongetwijfeld herlezen wanneer de trein om onduidelijke redenen stilstaat tussen Schaarbeek en Brussel Noord. Ik zal zuchten, ja. En ik zal blij zijn. 

Dit ben ik dus. En ik ben maar wat blij dat mijn collega's mij op die manier aanvaarden. 





dinsdag 7 augustus 2018

Zweden: de wereld van Astrid Lindgren

Dit is een van mijn favoriete foto's van onze vakantie in Kopenhagen/Zuid-Zweden.


Oona draagt haar haar in twee vlechtjes en dat is niet toevallig. Want Pippi Langkous heeft ook twee vlechtjes en die hebben we gezien!

Met grote verwachtingen (toch zeker bij mij en Oona) gingen we naar Astrid Lindgrens Värld, de wereld van Astrid Lindgren. Een heel park opgebouwd rond alle figuren uit de verhalen van Astrid Lindgren. We hadden er echt een heerlijke dag!

Geen elektrische spectaculaire attracties hier, wel veel openluchtvoorstellingen rond alle karakters en heel veel leuke speelmogelijkheden.
Ik ga het gewoon laten zien hoe fantastisch het is.



We begonnen met een voorstelling van Pippi Langkous, in Villa Kakelbont natuurlijk. Op voorhand had ik het schema bekeken en hadden we het verhaal van deze voorstelling (Toen Pippi twee rovers te slim af was) nog eens gelezen. Zo was het Zweeds volgen helemaal geen probleem. Het was een heel fijne voorstelling, vol enthousiasme gebracht door de acteurs.
Nadien kan je dan een kijkje nemen in Villa Kakelbont. Mijnheer Nelson (het aapje) was er jammer genoeg niet, maar we hebben zo wel zijn bedje gezien.


En hier zit Oona op het paard van Pippi...

Daarna gingen we naar een voorstelling van Emiel van de Hazelhoeve. Michiel was alvast een plekje gaan zoeken in de schaduw, want het was die dag erg warm. We aten onze broodjes en keken naar alweer een heerlijke voorstelling.

Juno vond dit verhaal heel leuk, zeker toen er dus een koets met een echt paard tevoorschijn kwam. Dit verhaal (Toen Emiel met zijn hoofd vastzat in de soepterrine) was heerlijk grappig. De kinderacteurs deden dat geweldig. We kozen er dan ook voor om in de namiddag naar nog een voorstelling van Emiel te gaan in plaats van Pippi Langkous.


En daar was een varkentje... Emiel woont op een boerderij, dus daar is een échte boerderij. Zo tof gedaan allemaal.



Een echte klassieke theatervoorstelling, maar zo mooi en puur gebracht. Geen afgelikte toestanden, maar goed uitgewerkt met leuke details (zoals een pomp waar echt water uit komt).


En je kan dan zelfs nog op de foto met Ida en haar mama!

Er zijn nog veel meer voorstellingen: Ronja de Roversdochter, de gebroeders Leeuwenhart, Karlsson van het dak,... We moeten nog zo veel lezen want het zag er echt allemaal fantastisch uit, en voor verschillende leeftijden.

En wat kan je ook leuk spelen in het park!


Er zijn heel veel kleine huisjes. Soms kan je er een tafereeltje zien, en soms kan je erin. 


Als het kind maar kokenete kan spelen, wat is ze gelukkig. Of beter, ik bent super blij, zoals ze zelf zegt.


Op de tafel dansen in het reuzenhuis...


Een supertof en lang speelparcours...


Een boerderij met een zolder waar je kan springen in het hooi...


En een houten koe kan melken, zolang er een ander kind water ophaalt uit de put en de koe te drinken geeft. 


En een ijsje hoort erbij, zie onze dames genieten in dit prachtige theehuisje op kindermaat. 



Gelukkige kinderen, gelukkig ouders! We waren doodmoe die dag en hebben nog maar een deel van het park en van de voorstellingen gezien. Onze vakantiebestemming volgend jaar wordt dus misschien wel opnieuw Zuid-Zweden*, alleen al maar omdat dit echt een topdag was!

----

Nog wat details:
  • Het park is niet goedkoop, maar elke kroon waard. Kinderen betalen vanaf drie jaar. Er worden ook tickets verkocht voor meerdere dagen en dat is eigenlijk wel een goed plan.
  • Het park ligt in de driehoek Malmö, Stockholm, Göteborg (telkens circa drie uur rijden).
  • We kampeerden op Spilhammarscamping, kwartiertje rijden van het park. Dikke aanrader: mooie, niet al te grote camping met een klein zwemmeer en vriendelijke uitbaters. Je loopt er ook zo het bos in en er is een loopparcours. We konden er maar een nachtje blijven en dat was eigenlijk echt jammer. Er is ook een camping aan het park zelf, maar achteraf ben ik heel blij dat we dat niet hebben gedaan, het zag er niet echt uitnodigend uit. 
  • Het programma van de voorstellingen kan je op voorhand bekijken, zo weet je al welke verhalen je kan (her)lezen.
  • Hoogseizoen en mooi weer, dus veel volk. Even aanschuiven voor de parking maar in het park viel het goed mee. Best wel op tijd een plaatsje zoeken voor de voorstellingen. 
  • Zweden zijn lieve, beleefde mensen. Dat maakt zo'n park toch een stuk aangenamer. 


*Al zullen we dan toch nog eens nadenken of we weer met de bus reizen. Lees ons avontuur met de Flixbus hier.



maandag 30 juli 2018

(Ver) reizen met de Flixbus

Wij gingen naar Kopenhagen met ons gezinnetje. Met de bus. We kregen wel wat reacties toen we anderen vertelden over ons vakantieplan. En vooral de vraag: hoe was het? Zou je het aanraden?

Het plan
In tegenstelling tot andere jaren waarbij we de zomer-vakantiebestemming lang op voorhand vastleggen, waren we dit jaar in mei nog onbeslist. De vorige twee jaren had ik het iets te koud gehad in Noorwegen (al was het daar zoooo mooi). Onze reis naar Bulgarije met Pasen viel dan weer wat tegen: de natuur was niet echt verbluffend en het land (buiten de steden) is gewoon niet voorzien op toerisme. Dat klinkt enigszins cool: lekker pionieren in een onbekend land. Maar ik wil gewoon vákantie: met lekker eten, goed aangeduide wandelingen en een paar interessante dingen om te ontdekken. De combinatie van citytrippen en natuur vinden we altijd fijn. En toen ontdekten we dat er dus een bus rechtstreeks van Brussel naar Kopenhagen reed. Een paar dagen citytrippen en dan oversteken naar Zweden en daar kamperen en plonsen in een meer? Dat klonk als een perfect vakantieplan. Bovendien lag het zuiden van Zweden een stuk zuidelijker dan ik dacht en is het zomerweer ongeveer hetzelfde als in eigen land.

Waarom we kozen voor Flixbus
Belangrijkste reden is de milieu-impact. We hadden in de paasvakantie al het vliegtuig genomen en twee keer vliegen op een jaar is niet goed voor de schuldgevoelens. Je kan redeneren dat wij als veggie/vegan-familie zonder auto onze voetafdruk al serieus beperken en dat dus een vliegreis wel moet kunnen. Of je kan redeneren dat het gewoon inconsequent is om de ene dag op te zoeken hoe groot de milieu-impact is van kaas en de andere dag een stoot kerosine te boeken. Beide redeneringen flitsen regelmatig door mijn hoofd. Ik ga dan ook geen uitspraken doen over de toekomst, er is geen beslissing genomen dat wij nooit meer gaan vliegen.
Infografiek van Zomer Zonder Vliegen

Een andere reden was de bagage. Bij Flixbus mag je per persoon 1 groot stuk meenemen en 1 klein stuk. Zonder meerprijs. Dat is echt wel een groot verschil met de lage vliegtarieven waar je tegenwoordig meer betaalt voor de bagage dan voor je zitje. Een citytrip kan je nog gemakkelijk doen met een stuk handbagage, maar wij gaan kamperen. Dat is dus een tent (en dat is geen kleintje) en heel wat kampeerspullen. We nemen verder wel weinig mee, dus dit is de bagage voor ons 4: 1 grote zak met de tent en stoeltjes, 1 grote zak met slaapzakken, matjes en kookgerei en een klein autozitje, 1 grote rugzak met kleren en een dagrugzak (draagzak voor Juno, verrekijker, hoedjes, zonnecrème,...).



Belangrijk was dan ook dat we niet moesten overstappen. Want het is echt een gesleur met die bagage als je die niet gewoon in koning auto stopt. Ik zag het amper zitten om in Kopenhagen de bagage te sleuren van de busstop naar de camping (en terecht, want dat was de hel) dus ik wou zeker tussenin geen extra stop.

De rit naar Kopenhagen is 's nachts. Ik wist dat ik zelf wellicht niet zoveel zou slapen, maar had wel vertrouwen dat dat voor de kindjes wel zou meevallen. Zo 'bespaar' je vakantietijd, 's avonds vertrekken en de volgende ochtend op bestemming. En op de terugweg nog een hele vakantiedag om dan 's avonds de bus op te stappen.

Ook financieel was dit een voltreffer. We betaalden €90 per persoon voor een retour. Gezien we nogal laat boekten, zaten vliegtickets al meteen aan het driedubbele, en dan nog vaak €200 extra voor een aantal bagagestuks.

We houden ook gewoon niet van autorijden, Michiel en ik vinden dat vermoeiend en stresserend. En ik hou veel van mijn meisjes, maar niet als ze zitten te jengelen op de achterbank. Op zo'n bus kan je gewoon met elkaar praten, eten, spelletjes spelen,...

En natuurlijk, ook goesting om iets anders te doen, dat ook natuurlijk.

De heenrit
Een uur voor vertrek waren we in Brussel Noord. Onze bus zou om 19u55 vertrekken en om 8u50 aankomen in Kopenhagen. Een halfuur voor vertrek kregen we het bericht dat onze bus maar liefst 3,5u vertraging had! Die vertraging zou uiteindelijk opgelopen tot ongeveer 5 uur...
De app van Flixbus toont wel mooi de vertragingen, maar toch hadden ze ons wat vroeger kunnen informeren dat de bus nog niet eens vertrokken was uit Parijs.
In de krant verschijnen geen prettige berichten over de vertrekplaats van Flixbus aan Brussel Noord. Helemaal terecht, want dat is daar echt vreselijk. Je zit er volledig onbeschut, er is geen toilet, er hangt een grimmig sfeertje en het is er heel, heel vuil. Op een of andere wonderbaarlijke manier heb ik de meisjes meer dan twee uur kunnen entertainen terwijl Michiel bij de bagage bleef. Ik herinnerde me de sproeiers aan Rogier en McDonalds was nog open voor een ijsje.


Intussen was er ook een politie-interventie, gelukkig hebben de meisjes dat niet gezien. We werden wel allemaal zo moe... Juno is uiteindelijk gewoon op de bagage in slaap gevallen.


De vertraging bleef maar oplopen, onze ergernissen ook en ik kon toch echt niet in zo'n hoerenkotje naar de wc gaan? Want het station was al lang gesloten... Uiteindelijk arriveert de bus om half één, ontstaat er drukte om de bagage in te laden en een goede plaats te bemachtigen. De bus vertrekt in Parijs en blijkbaar was er een defect waardoor er andere bus gezocht moest worden. Pech dus. Bij een vliegreis kan je evengoed uren vertraging hebben of uren en uren in een bloedhete file staan door een verkeersongeval. We hadden echt niet de indruk dat dit aan Flixbus lag, de andere bussen vertrokken allemaal op tijd.
De meisjes sliepen onrustig en wij amper. We hadden gelukkig een slaapzak mee in de bus genomen, want op de vraag (via e-mail) of er dekentjes waren voorzien op de bus, kregen we geen antwoord. De bus reed nu ook een stuk overdag waardoor we in files belanden, dus hopla, nog wat vertraging erbij. We arriveerden om 15u40 in Kopenhagen en dus niet om 8u50, meer dan zes uur later dan gepland. Daar ging die eerste vakantiedag. De beloofde wifi deed het niet, maar verder was de busreis zoals je een busreis verwacht. Nee, absoluut geen aangename ervaring. De mensen op de bus waren gelukkig allemaal rustig, geen dronkaards of feestvierders. Een aantal van hen zouden nog doorreizen naar Stockholm (yep, de rit Parijs-Stockholm is blijkbaar populair) en misten ook hun connectie. Flixbus zou de kosten vergoeden, maar voor één groot gezin op de bus was het alvast niet haalbaar om een hotelovernachting en nieuwe bustickets eerst zelf te betalen... Pijnlijke situatie.

Het kon dus alleen maar beter voor de terugreis, en zo was het dan ook. Al moet ik eerst zeggen dat de busstop in Kopenhagen al even triestig is als in Brussel. Ik had op een of andere manier meer verwacht van deze groene stad. De bussen stoppen in een straat langs de spoorweg. Een bushokje, maar verder niets. Heel veel mensen op een smal voetpad die de hele tijd de fietsers hinderen (en dat zijn er veel in Kopenhagen). En wat doe je dan als het regent?
Gelukkig was het zomers warm, zowel bij aankomst als bij vertrek in Kopenhagen. De bus arriveerde netjes op tijd, maar er was nog meer drukte om een goede plaats te bemachtigen. Ik heb mezelf ook niet van mijn mooiste kant laten zien en de kleine kindjes als zielige troef uitgespeeld. Een grotere bus en uiteindelijk minder volk (het drummen was dus voor niets), dus we konden vrolijk elk twee zetels inpalmen. De meisjes keken wat filmpjes (die we hadden gedownload, nu werkte de wifi anders wel perfect). En daarna vielen ze al snel in slaap. Ook nu weer kalme, rustige chauffeurs, maar twee korte tussenstops. Een heel vuile wc, gelukkig was het proper in het tankstation. Juno had een hysterische bui in het midden van de nacht (vervelend voor de medepassagiers) maar sliep dan gelukkig verder tot wel half acht 's ochtends. We kwamen uiteindelijk aan om 10u10, dat was 25 minuten later dan gepland. Oorzaak waren wegenwerken in Hamburg en op zo'n lange rit vind ik dat echt een aanvaardbare vertraging. Gelukkig was de terugreis dus veel vlotter en aangenamer!

Zouden we het opnieuw doen?
Reizen met de Flixbus? Zeker en vast. Het is een ecologisch en betaalbaar vervoersmiddel. Maar ik zou het niet opnieuw doen voor zo'n lange ritten. Op zich viel het goed mee met de kindjes: ik denk nog altijd dat het veel lastiger was geweest om hen meer dan een dag in een auto te zetten. Maar zolang die busstations, zowel in Brussel als Kopenhagen, niet in orde zijn, vind ik het geen optie. Het is gevaarlijk, vuil, niet praktisch en je hebt geen uitwijkmogelijkheden bij vertragingen of regen.
Volgend jaar proberen we eens de trein denk ik.

woensdag 11 juli 2018

Zomerlezen

Ik ga mijn reading challenge op Goodreads vlot halen, als ik zo voortlees. Nog beter is dat ik de laatste maanden bijna alleen maar geweldige boeken heb gelezen. Hierbij mijn tips:


Carson McCullers: ein-de-lijk gelezen. De ballade van het treurige café is zeer mooi. Het hart is een eenzame jager is ook zeer mooi en zeer straf. Ik las ook Noord van Sien Volders, maar dat boek mist echt iets. Ik kon er de vinger niet op leggen, maar bij Carson McCullers was het er wél.


In Het uur van het violet schrfijt Katie Roiphe op een ongeziene manier over de dood. Het is een van de inzichten van de voorbije maanden: ik weet amper iets over de dood. Ik stapte over mijn angst heen en las dit boek, over schrijvers in hun laatste uren en ik bleef verweesd achter. Zo veel mensen, zo veel manieren om naar de dood te kijken. Waw. Lees dit boek, dat misschien zwaar, maar vooral treffend en verrijkend is.


Voor het vergeten van Peter Verhelst stond al op mijn te-lezen-lijst nog voor het verschijnen. Na Tongkat ben ik een instant fan geworden van Verhelst zijn romans (ik kende zijn poëzie al een beetje). Op de academie werd de auteur bovendien uitgenodigd en dat was heel inspirerend. Die man, zijn stem, wat hij zegt. En dit boek is heel, heel, veel. Het zijn lagen, vele lagen en toch is er nog een verhaal, een boodschap, toch word je als lezer helemaal geleid. Een heel aparte leeservaring, maar dit raakte zo aan mijn esthetisch gevoel, dat ik echt moest bekomen van dit boek. Gelezen als papieren boek en zo blij dat boeken nog met zorg worden uitgegeven. 


Kolja van Arthur Japin heb ik ook graag gelezen, en dit is volgens mij een ideaal vakantieboek. Toch voor wie bereid is weg te dwalen naar een donker en koud Rusland. Een fantastisch verhaal met prachtige zinnen, Japin zoals ik hem graag lees. En je kan dit boek nu helemaal gratis lezen, als je de app Vakantiebieb installeert op je smartphone (dus niet op je e-reader).


Walk Through Walls van Marina Ambramovic las ik als een gek. Een paar gestolen minuten? Meteen verder lezen. Ik las het uit op een moment dat ik al lang had moeten slapen. Dit autobiografisch boek is er volgens mij niet alleen voor de fans van de performance-kunstenares. Ik weet niet of ik echt een fan ben, ik ben alleszins wel gefascineerd door haar werk en door performance-kunst in het algemeen. Ik weet niet helemaal wat ik daar mee moet. Na het lezen van dit boek weet ik het nog steeds niet helemaal, maar het is inspirerend, haar leven is straf. Wat een vróuw. 


Net uit: Een heel leven van Robert Seenthaler. Een pareltje. Dit boek is waar De acht bergen (Paolo Cognetti) en De pelikaan (Michael Driesen) samenkomen. Maar vooral niet kiezen, maar alledrie lezen en verliefd worden. Op mannen, op bergen.

woensdag 4 juli 2018

Daar gaan ze.




Ze gaan elkaar acht dagen niet zien.
Juno gaat een paar dagen weg met haar grootouders, Oona gaat op chirokamp. Wel zeven dagen.

Oona leest een boek voor. Ze knutselen olifantenmaskers zonder hulp of instructies, zelf verzonnen, zelf gemaakt. Ze toeteren. Ze knuffelen.
Juno begrijpt niet wat er staat te gebeuren, maar wel dat het belangrijk is.



Het vertrek van Juno is chaotisch, het vertrek van Oona vervult me met nostalgie. Chiroleiding die ongestructureerd spullen inlaadt, identiteitskaarten van kinderen verzamelt, praatjes met ouders slaat en discussieert welke koelkast er nu wel of niet meegaat. Een van de leidsters heeft al zwarte vegen in haar gezicht, ze haalt lachend haar schouders op. Vuil zullen ze worden.











Gisterenavond deed ik alvast een eerste kaartje op de bus. Want post is belangrijk, de uitdeling van de post is een heerlijk of een vreselijk moment op kamp. Ik had niet veel meer inspiratie dan mijn ouders vroeger, stel ik vast. Hoe gaat het daar op kamp? Is het lekker eten?

Ik onderteken met mama.
Al zeven jaar ben ik dat, en door het te schrijven, voelt het plots raar.

Maar daar sta ik, en ik zwaai.

Wij gaan vertrekken, zegt een leidster.
En dan draait ze zich nog even om voor de deur van de bus sluit, nadat ze de blikken van de ouders heeft gezien.

Ik ga op jullie kinderen letten, ik ga voor hen allemaal zorgen. 

Ik ben zo ongelofelijk blij.




dinsdag 26 juni 2018

Venkellof

De eerste dag zal ik je een hartige venkeltaart maken. Je zal verbaasd kijken. Maar de smaak van het deeg, de eieren, de parmezaan en de appeltjes stelt je gerust. Ook de vorm, want taart is altijd feest. Je hebt venkel gegeten. Je lacht verlegen. Ik vraag of je morgen terug komt.

De tweede dag serveer ik je gnocchi's. Misschien ken je gnocchi's, de deegballetjes die zowel pasta als aardappel zijn, waarschijnlijk heb je ze nog niet vaak gegeten, en zeker niet met venkel, zacht gestoofd en met veel tijm. Ik heb er een lichte roomsaus bijgemaakt, met sjalotjes en erwtjes. De gnocchi's heb ik niet platgekookt, maar even opgebakken in een hete pan. Ik heb je bord afgewerkt met enkele plukjes venkellof. Je aarzelt om die op te eten, maar ziet het mij ook doen. Ik geef een onhandige uitleg over de venkelknollen die verminkt in het groenterek belanden, ontdaan van hun frisse groen, en het is net zo lekker, dat venkellof.
Lekker, zeg je.
Lekker, zeg ik.
Je zal verzadigd zijn. Maar ook opgewonden en nieuwsgierig. Je vraagt zelf of je morgen ook misschien. Ik zeg ja, op de middag dan. En wanneer je die avond weg gaat en ik het pannetje saus schoonlik, kook ik alvast wat granen.

Ik sta de volgende dag vroeg op om fijne jonge wortelen te zoeken en radijsjes, met felle kleuren. Ik proef drie soorten olijven en kies de hele zoute. Ik leg de venkel koud, glaceer de wortelen met honing, pers een appelsien. Je bent er dan eindelijk. Ik heb op je gewacht.
Ik schenk je wijn, je kijkt me aan, je bent dicht bij mij.

En dan snij ik de venkel. Heel, heel fijn. De geur hangt tussen ons. Geen andere groente ruikt zo intens wanneer hij wordt aangesneden. Ik assembleer de salade en meng wortelen en granen. Het rood van de radijzen schreeuwt om aandacht, de citrusgeur doet een poging, maar de venkel heerst.

Ik kies twee mooie borden uit en een lepel om ons te bedienen. Maar nog voor we aan tafel gaan, nog voor ik je helemaal overtuigd heb van mijn geliefde knol, weet ik dat je naar venkel smaakt en dat ik je wil blijven proeven.











maandag 18 juni 2018

Een ongewenst bericht.

Mijn nichtje kreeg vandaag een chatbericht via Skype van mijn papa. Die dood is.
Ik kan mezelf niet tegenhouden. Ik open Skype en inderdaad, ook ik heb een bericht.
In het bericht staat enkel een link die meteen verraadt dat het om spam gaat.
Maar zijn naam staat daar. En een soort status. Dagen geleden voor het laatst
Daar wordt de zin afgebroken, daar werd zijn leven afgebroken.

De enige oplossing is dat ik mijn papa blokkeer.
Meld als spam.

Ik ben bijzonder kwaad op de wereld.

zondag 10 juni 2018

Juno spreekt (4)

Ik bent jarig in de zomer.
Bijna drie maar pret voor tien met Juno.
Haar leukste uitspraken van de voorbije maanden...
  • Wij gaan peren met de tent! (Kám-peren, Oona heeft het dagenlang geoefend, maar helaas)
  • Een opant heeft een snurf. 
  • Ik wil naar de peentuin!
  • Kijk, een grote draaier (een windmolen).
  • Ik ben een mini-tje moe.
  • Even wachten en ook geduld hebben, mama. (ok dan)
  • Jij bent zeker moe, papa? Ikke niet. Want ik ben super blij. (forceert een dansje als bewijs)
  • Niet mijn tranen wegdoen! Mijn tranen moeten hangen! 
  • Kijk mama, ik slaap. (ogen terug open). Nee, dat was alsop! (Juno legt me het concept 'alsof' uit)






woensdag 30 mei 2018

Twee jaar.

De dood verjaart voor de tweede keer. Niets te vieren natuurlijk. 

Op het bureaublad van mijn computer staat een kleine foto die ik af en toe openklik. Papa met Juno, nog maar enkele dagen oud. De foto is nog steeds niet afgedrukt. Ik denk dat ik zelfs nog nooit aan Juno heb uitgelegd dat er nog een opa is. Het valt me zwaar, omdat ik niet wil dat hij een foto wordt, een beeld, een gedachte. Omdat ik niet wil zien dat hij dat al is. 

Ik herinner me zijn stem. Ook zijn geur, en die van zijn aftershave, of die van zijn aftershave toen ik klein was. Ik weet hoe zijn blik, hoe zijn zachte ogen en zijn rimpels. Ik overloop zijn lijf en voel me opgelaten. Handen, voeten in sandalen, zijn kale 'bolleke', schouders, neus. 
Ik weet het nog. 
Ik ben geslaagd voor mijn zelfverzonnen test tegen het vergeten.

Het is zoals met kleine baby's, maar dan droevig. Eerst gaat het om dagen, dan om weken, dan gaat het plots om maanden en nu zijn het alleen maar lange jaren. 
Twee jaar missen is nochtans exact hetzelfde als 730 dagen. 

donderdag 24 mei 2018

Hineininterpretierung

Twee keer was ik terug vijftien deze week.

Woensdag

Ik zeg dat ik nooit gerevolteerd heb. Nooit heb ik geroepen tegen mijn ouders, nooit heb ik gedaan wat absoluut niet mocht, hoogstens ben ik hard de trap opgestormd. En zelfs dat herinner ik me niet.
Misschien dat dat ooit nog komt, zegt iemand. Dat wordt moeilijk. Papa is dood. Mama is, godzijdank, nog steeds haar lieve, open zelf. Niets kan ik bedenken waartegen ik me moet afzetten.
Ik word melancholisch. En diep romantisch omdat ik verlang naar een beeld dat onbereikbaar is. De energie van de revolte. Ik kan het bijna voelen. Het voelt plots als een ongelofelijk gemis. Ik wil vijftien zijn en schreeuwen.

Donderdag

Ik ga kijken naar een concert van DAAU. Ze bestaan 25 jaar en spelen een fantastisch concert waarbij ze oude nummers compleet herwerken. Het moet twintig jaar geleden zijn dat ik hun eerste cd  heb kapot gespeeld. Er was een grote cd speler op mijn kamer beland en ik wachtte tot ik eindelijk alleen thuis was (moeilijk in een huis met zes) want DAAU moest luid. Was het mijn liefje toen die me die cd heeft gegeven? Ik heb geen tijd voor die gedachte, want er is niets veranderd, de energie van de muziek sleurt me mee, ik probeer te zwemmen en besef dat ik me moet laten drijven. Ik laat het weinig toe, die golven. Laat ik het ooit nog toe in dit volwassen leven waar ik geluidloos ben in gegleden? En als ik dat niet doe, wat gebeurt er dan met al die gemiste getijden? 
Ik zie mij, ik weet welke broek ik draag en hoe mijn haar, het patroon op de vloer van mijn kamer, het getik van de verwarming, het boekenrek met bundels van Herman De Coninck en ik die dans, die beweeg en alles is mogelijk. Misschien is het een vertekende herinnering. Een hineininterpretierung van het meisje dat ik was. Misschien dat dat wel mag.


Ik lig wakker en ik pieker wat ik moet doen met die energie van twintig jaar geleden. 
En hoe ik het ga doen, dat revolteren.


vrijdag 18 mei 2018

Met de vrienden naar de Veluwe

De Veluwe... een streek in Nederland waar ik verzot op ben. Vergeet Zeeland, vergeet zelfs de Waddeneilanden, de Veluwe is waar je moet zijn.
Ik ben daar al lang lang geleden met mijn ouders geweest. En later mocht ik als knalverliefde puber mee met Michiel en zijn ouders, wat een feestje was dat. En daarna gingen we zelf, met ons twee, en dan met ons drie, en dan met ons vier!

Zo meteen meer over het Nationale Park, eerst wil ik vertellen dat ook de natuur rondom prachtig is en vrij toegankelijk. Een bijzonder gebied is Kootwijk, waar een oud zendstation is, middenin een heidegebied. Heerlijk om daar te fietsen, fascinerend ook. We verbleven drie jaar geleden met die ieniemieni Juno in Vakantiepark Berkenhorst. Poortje door en hop, je zat al op de heide.

september 2015...
oh. smelt.


Vorig jaar verbleven we in Landalpark Coldenhove, daar kon je ook zo de heide in lopen, wat we dan ook deden. En ook toen gingen we fietsen.

november 2016
En nu trokken we dus met onze vrienden mee naar de Veluwe met het Hemelvaartsweekend. We vertrokken zelf samen met Katrien al een dagje vroeger en gingen alvast naar het Nationale Park De Hoge Veluwe. Dat is dus een groot, afgebakend natuurgebied. Je betaalt behoorlijk wat inkom, daarmee steun je het natuurbehoud. Bovendien zijn er overal in het park gratis witte fietsen die je kan oppikken en weer achterlaten. De deelfiets avant la lettre, want dat bestaat daar al heel lang. Je kan het hele park vlot doorfietsen langs mooie fietspaden, het autoverkeer is beperkt (maar helaas niet helemaal verbannen). Hoe verder je wegfietst van het parkcentrum, hoe rustiger én mooier.
Wandelen kan ook natuurlijk, dan heb je nog meer kans om herten te zien. Die worden ook bijgevoederd op sommige plaatsen, dus tegen valavond heb je veel kans om ze te zien. In de herfst zijn er zelfs speciale wandelingen om de herten te horen 'burlen'.



In het nationale park heb je Museonder, een museum over alles wat er onder de grond zit. Zeker tof om eens te doen. Er is ook een klassiek bezoekerscentrum met alle (natuur)informatie over het park, daar vertrekken ook de begeleide wandelingen en fietstochten.

Het hoogtepunt voor mij is het fantastische museum Kröller-Müller. Dit museum is het levenswerk van Hélène Kröller-Müller die een enorme verzameling kunst aanlegt met een aantal duidelijke keuzes. Een grote verzameling Van Gogh, maar ook veel van De Stijl, Picasso, Braque, Seurat, Monet, Giacometti... Jongens, jongens, wat daar niet op een kluitje bijeen hangt. Omgeven door een grote beeldentuin (dat schiet er meestal een beetje in omdat we meestal al verzadigd zijn van alles wat er binnen te zien is), middenin in die natuur. De sfeer die er hangt (omdat bijna iedereen er naartoe fietst?), het vriendelijke onthaal, het mooie gebouw,... Het is misschien niet gewoon mijn lievelingsmuseum maar mijn lievelingsplék.



Theo Van Doesburg - ontdekking van de dag


Deze Mondriaan moet ik elke keer zien.

van der Leck - naast een aantal fascinerende werken ook deze schone typografie

Permeke


Kindvriendelijk ook, zei ik dat al? Er zijn een aantal gratis speurtochten en we kregen ook het museumdobbelspel.


En nu was het tijd om te kamperen! We hadden namelijk op een van die fietstochten Natuurcamping Harskamperdennen ontdekt... En dat was een topper!
Met een gezelschap van 21 huurden we een paar kampeerveldjes naast elkaar. Het is een grote camping, maar volledig in het bos, en het is eigenlijk een verzameling van allemaal kleine veldjes. Wij zaten dicht bij de water- (excuseer, modder-) speeltuin en dat is dus leuk voor kinderen van twee tot tien (en zelfs ouder denk ik). Op de camping zijn verschillende kleine speeltuinen, een groot springkussen,...
We maakten ook een vuur, waar er heerlijke appeltjes en cakejes (!) op werden gemaakt.


We deden een pijlenzoektocht naar een uitkijktoren met de hele bende, heel plezant.



Ik ging ook 's ochtends joggen met zes mannen. Ja, ik loop hier helemaal vooraan, maar dat was de twee minuten dat ik een kleine voorsprong had genomen na een pauze. Meestal hing ik achteraan natuurlijk... Heerlijk om in z'on mooie natuur te lopen.




En er was ook pret met een drone.


Of het nu echt de moeite is om alle kampeerspullen te versleuren voor een lang weekend, daarover zal er discussie blijven. En het was ook spijtig dat het zondagochtend dan toch een paar druppels regende waardoor er extra vroeg werd opgestaan om de tenten op tijd op te bergen (of dat deden toch de anderen, wij waren nogal koppig).
Maar het was een prachtig weekend, ik weet zeker dat we de Veluwe-liefde nog een paar harten heeft veroverd.