woensdag 30 december 2020

Villa Kakelbont en een wijnvat in Borgloon

We ontbijten in een leeg restaurant, we wrijven de slaap uit onze ogen. En voor ik het besef, zijn we ergens helemaal anders. Oona is Pippi Langkous, Juno is Annika. 
Ik mag mijneer Nilsson zijn. Mijn tekst is beperkt tot oe oe a a
Feilloos herhalen ze de dialogen uit het grote Pippi-boek waaruit ik voorlas de vorige dag. Frase na frase. Ga je mee op schoolreisje, Pippi? 

We logeren in een 'wijnvat', een houten tonnetje. Het was guur weer, er was geen plek om naartoe te gaan want alles is gesloten, en toch, het was helemaal goed. We speelden spelletjes, aaiden ezels en pony's en verloren ons in de verhalen van Villa Kakelbont. 

Er wordt een stoel, excuseer, een paard, het restaurant rondgedragen. Want zo sterk is Pippi. De meisjes kijken elkaar verwachtingsvol aan, ze gaan helemaal op in hun spel. 
Ik eet mijn chocoladebroodje, drink het beste appelsap ooit, laat het flesje bubbels wijselijk voor later op de dag.

Hier zitten we toch maar. Met z'n drieën. 
We hebben het goed en hebben elkaar en ik wil dit in mijn hoofd prenten. 
Ja, als een prent, een gedetailleerde schets van hoe het nu is. 
Hun blikken, de twinkeloogjes. Hun vlechtjes. Hun lachjes.
Mijneer Nilsson mag nu op het paard. Oe oe a a, zeg ik gedwee. 
De pret kan niet op.

Ik weet niet meer waar we zijn of heen gaan: Borgloon of Villa Kakelbont in Zweden, het is me allemaal om het even, ik ga waar zij gaan, ik ben waar zij zijn en zo zijn wij. Zo zijn wij. 










We sliepen in het Helshovens Wijnvat, een aanrader. We wandelen eerst tussen de fruitboomgaarden met vrienden naar het Doorkijkkerkje, ook in de winter is het daar mooi. We kwamen de volgende grijze, gure dag door met een bezoek aan de Stroopfabriek, fijne kinderzoektocht daar. We wandelen ook in Kerniel, prachtig maar te kort, want soms zeuren kinderen, weetjewel. 

dinsdag 22 december 2020

Juno spreekt (afl.9)

Ze groeit en praat maar door. En ik ben stapelzot van haar haren, haar lach en haar praatjes. 

De voorbije maanden mocht ik weer een paar pareltjes noteren:

  • Leg maar op de stafel (stapel dus)
  • Mag ik je bahe eens aandoen, mama? (bh)
  • Tanfottels (de opvolger van tanpoffels)
  • Eten we nog eens vofant?  (vol-au-vent)
  • Ik dans in mijn bloemenparijs!
  • Nog wat glitter voor de mooitheid.
  • Wist je dat ik van vlees ben gemaakt?
  • Dat was maar een verzinning.
  • Als je getikt bent, dan word je gevrijd.
  • Kom kijken mama, we maken een schimmelspel! 
  • Ik heb geen vreesthoogte.
  • Ik droomde van tomaat en komkommer. En abogado (avocado). En die droom heb ik opgegeten en nu ben ik wakker.
En verder zijn de dingen nog altijd vaak pakop en ook wel hegeim. Heerijk. 








Hier nog meer Juno Spreekt



zaterdag 28 november 2020

Brief aan een onbekend publiek (en een antwoord terug!)



Liefste onbekend publiek


U kent me niet en ik ken u niet.

Ik ben Katelijne, aangenaam. ik wil weten hoe het met u gaat. Ik heb ook een paar vragen voor u. Dat zit zo. Ik volg een opleiding rond leiderschap in cultuur. Een boeiende opleiding, met heel wat interessante sprekers die komen vertellen over de uitdagingen in onze cultuursector, over wat je vooral wel en vooral niet als leider moet doen. Bovendien is het een bijzonder fijne groep van Vlamingen en Nederlanders met wie ik dus een heel jaar lang mag discussiëren, nadenken en plezier maken.

Het lastige van die opleiding is dat het ook voor een stuk over jezelf gaat. Ik doe dat niet zo graag, in de spiegel kijken. Wie ben ik? Wat drijft mij? Waar wil ik naartoe? Dat vind ik moeilijke vragen. Maar ik heb veel nagedacht de voorbije tijd. Vooral over u, liefste onbekend publiek. Wie bent u? Maakt u soms deel uit van een publiek? U bent nog nooit in het cultuurcentrum hiernaast geweest? Vindt u dat jammer?

Ikzelf hou veel van theater. Dat was moeilijk in corona-tijden, maar gisteren zag ik na maanden eindelijk nog eens een voorstelling. De zaal vol afgeplakte stoelen en zenuwachtige medewerkers van het cultuurcentrum, maar alles verliep vlot en veilig.

Ik hou van theater omdat ik van verhalen hou. Ik lees ook graag, maar nog liever wil ik naar iemand kijken die mij een verhaal vertelt. Vindt u dat ook leuk, verhalen? Houdt u meer van film? Of wil u liever zelf iets doen om te ontspannen, dansen misschien?

Wat vindt u leuk?
Wat vindt u belangrijk?

Ik droom soms dat ik in een cultuurhuis werk. Ik stel me een mooi gebouw voor, met een podium, een witte zaal met muren en ruimtes om dingen in te zetten. Met een dansvloer misschien, spiegels. Met muziekinstrumenten of met schildersezels. Een huis waarin verhalen kunnen worden verteld. Wat zou ik dan kunnen doen voor u? Wat kan ik, of beter, dat cultuurhuis, betekenen voor u? 

Wacht, ik moet eerst iets anders vragen. Hoe gaat het eigenlijk met u? Het kan goed zijn dat corona serieus heeft ingehakt op uw leven. Ik zat in mijn leiderschapsbubbeltje te videobellen met collega’s. Dat viel allemaal nog wel mee eigenlijk.

Hoe is het voor u? Misschien is het maanden geleden dat u uw moeder heeft aangeraakt. Misschien is het maanden geleden dat u door iemand anders werd aangeraakt. Werd u nog eens geraakt, door woorden, door verhalen?

Ik ben bezorgd om u, lief bijna-publiek. Want wie denkt er nog aan u? De zalen zitten snel vol met de grote fans van cultuur die de weinige kaartjes hebben weten bemachtigen. En de medewerkers hebben het erg druk met looprichtingen aan te geven en overal alcoholgels neer te zetten. Denken zij nog aan u? En bovendien zijn er nu minder centen, want er zijn minder kaartjes verkocht. Het zal wellicht wat tijd vragen om u uit te nodigen, om met u te praten. Dus wie denkt er nog aan u, het publiek dat niet komt?

Je bent een leider in wat je doet, niet in wat je zegt. Dat las ik terug in mijn nota’s van de opleiding en ik besefte dat daar de angel zit. Ik doe heel weinig. Heel weinig voor u, mijn liefste onbekend publiek. Ik werk voor een organisatie met een wonderschone missie rond cultuur en het samenbrengen van mensen, maar ver, ver weg van u, het publiek.

Het zal niet eenvoudig zijn om elkaar te treffen. Ik weet niet goed waar te beginnen. Ik durf niet gewoon op u toe te stappen en u te vragen wat u belangrijk vindt. Nee, ik schrijf dan maar een brief. Ik heb de voorbije corona-maanden een paar brieven geschreven. Naar een vriend die erg ziek is. Naar een dierbare vriendin en dat is wat ik haar schreef, dat ze me zo dierbaar is. En naar een onbekende man, dat was fijn en romantisch. Maar ik wijk af. Ik wil maar zeggen: ik schrijf graag brieven. Ook naar u.

Kan u mij vertellen wat u graag doet? Wat u belangrijk vindt?

Even terug naar mijn ingebeeld cultuurhuis. Stel dat we het samen doen, leiden in cultuur, u en ik. Waar moeten wij het dan over hebben? Ons cultuurhuis is nog helemaal leeg en we mogen alles kiezen. Wat zouden wij dan organiseren? Wat zou u me vertellen, wat zou ik voor u kunnen doen? Wil u me daarover schrijven?


Liefs,

Katelijne


PS: Schrijft u terug?

(1 november 2020)

maandag 2 november 2020

Ik heb Corona.

Hoe het gaat? Redelijk goed, dankjewel.  

Toen ik mijn eerste symptomen kreeg twee weken geleden, dacht ik niet dat het corona was. 

Soms heb ik sombere, donkere, moeilijke dagen. Ik had zo'n weekend dat ik verloren liep in mijn hoofd. Maandag was een zware dag. Dinsdag kwam er tegen de avond keelpijn opzetten, typisch, dat ken ik. Op tijd slapen dan maar, maar de nacht was slecht. Woensdagochtend was ik geradbraakt en had ik een brandende keel, dikke klieren in mijn nek, en de gekende sinus-voorhoofdspijn. Daar is mijn winterverkoudheid dacht ik. 

Ik meld me ziek op het werk en bel mijn huisarts. Symptomen die toch aan corona doen denken dus ik moet me laten testen in het testdorp. Een afspraak maken via de website gaat snel en eenvoudig. Ik fiets erheen (ik zweet me te pletter, ben helemaal uitgeput) en op minder dan een minuut was ik getest. Mijn 'ticket' wordt niet ingescand, ik hoop van harte dat de juiste wisser aan het juiste barcode-stickertje aan de juiste naam wordt gekoppeld... 

Ik fiets naar mijn studio en val compleet uitgeteld neer in bed. Intussen neemt Michiel alles over, ik mag immers niet aan de schoolpoort staan, aan de dansles,... We besluiten die middag dat het ook gewoon verstandiger is dat ik in mijn eentje op mijn studio in quarantaine blijf. Want als het resultaat positief is, dan moet Michiel twee weken in quarantaine (bij onze manier van samenwonen zijn we huisgenoten...) en ook de meisjes. Dus Michiel gooit zijn hele agenda om en ik kruip in bed. 

De volgende dagen lees ik drie boeken, check ik elke tien minuten de cozo-app (waar je al je medische resultaten kan raadplegen) en de corona-alert app (waar je via een code ook je test registreert). Het resultaat komt maar niet. Mijn verkoudheidsklachten gaan voorbij, maar ik ben doodop. Het trapje naar de mezzanine op mijn studio is dodelijk. Ik krijg ook pijn op mijn borst. Maar geen koorts, geen hoest, geen grieperig gevoel. 

Ik doe heel weinig. Ik denk dat ik nog nooit in mijn leven zo lang op m'n eentje was. De eenzaamheid weegt en ik mis de meisjes. Ik voel me schuldig dat Michiel en ons mama nu moeten inspringen voor de meisjes, maar dat heeft natuurlijk geen zin. Ik ben ook gewoon te zwak om voor de meisjes te zorgen. Een geweldige vriendin gaat boodschappen voor me doen. Ik laat pizza leveren. Ik slaap en doezel. En lees. En check alweer de apps, maar nog steeds, na dágen, geen resultaat. 



Ondertussen hoop ik dat dit het is, corona. Dan ben ik ervan af. En dan is deze isolatie niet voor niets geweest. 

Maandag ga ik terug aan het werk, van thuis uit natuurlijk. Het is zo'n drukke periode. Verstandig is het niet, soms wordt de pijn op m'n borst te hevig en moet ik even gaan liggen. Ik bel mijn huisarts, die vindt het ook heel raar dat het resultaat van de test nog steeds niet binnen is. 

Dinsdagnamiddag, NA ZEVEN DAGEN, verschijnt dan eindelijk het resultaat: positief. En in tegenstelling tot wat ik had verwacht, voel ik me niet opgelucht. Het komt echt aan. Ik vind het moeilijk. 

Op enkele dagen voor de eerste symptomen heb ik toevallig wel een aantal vrienden gezien. Op het randje van de regels: wel binnen maar netjes op afstand... Ik was ook nog op kantoor, we vergaderden een hele dag. Met plexi's tussen ons, met mondmaskers op. Maar toch. Ik maak me zorgen dat ik hen heb besmet, dat ik zo'n superverspreider ben. 

En ik weet niet waar ik het heb opgelopen. Dat is echt vervelend. Ik dacht echt 'veilig' te zijn en geloofde niet echt in contact-besmettingen... Mijn enige knuffelcontact testte negatief. Dus hoe dan? Toch via de meisjes? Toch via de lucht? Ik zal het nooit weten. 

Het absurde is dat het positieve resultaat in de feiten niets veranderde. Wie positief test, moet 7 dagen in isolatie sinds de start van de symptomen. Dan zou je immers niet meer besmettelijk zijn. Die 7 dagen waren dus al achter de rug.

Woensdag zie ik dan eindelijk na 9 dagen mijn meisjes terug! De fietstocht van 2,5 kilometer naar ons huis en de schoolpoort valt me erg zwaar, het lukt me amper. Maar de knuffels maken alles goed.

Intussen zijn we bijna twee weken nadat de symptomen begonnen. Ik ben niet meer ziek, maar wel uitgeput. Het was niet verstandig om een hele week te werken, vaak vanuit mijn bed... Ik kan nog steeds alleen maar traag fietsen. Ik legde nieuwe lakens op mijn bed en moest er een half uur van bekomen. Nee, het gaat eigenlijk nog niet zo goed. Beetje verwonderlijk omdat het ziek zijn zelf goed meeviel, maar de nasleep vind ik erg vervelend. 

Maar ik besef ook mijn privileges. Ik kon gemakkelijk in isolatie gaan. Ik kreeg hulp. Ik verloor geen inkomen. Ik hoefde me nooit echt zorgen te maken over mijn gezondheid. Ik heb alle tijd om beter te worden. 

En ik maakte een aantal voornemens. 

  • Ik doe niet mee aan het veroordelen van het gedrag van anderen. We kennen nooit het hele plaatje. En vooral: het helpt niet. Niets of niemand. 
  • Ik zet het nieuws vaker uit. Dat betekent ook facebook. Dan ook maar facebook. 
  • Ziek is ziek. Ik ga pas weer aan het werk als ik me helemaal beter voel, als ik geen pijn meer heb, want ik ben te ver gegaan. 
Ik ga wat rust nemen de volgende dagen. 
Surfen op immoweb.
Nog meer lezen. 

Veel groeten vanuit mijn bed,



zaterdag 26 september 2020

1 jaar birdnesting - over thuiskomen en de kerstboom

Hoe gaat het nu, met mij, met ons huis, met ons birdnest? We zijn een jaar later en het gaat goed. En dat van die kerstboom, dat leg ik straks uit. 

Birdnesting is een vorm van co-ouderschap waarbij niet de kinderen, maar de ouders wisselen van huis. De meisjes zijn altijd hier, wij hebben elk een eigen plek. We wisselen ook vaak, van maandag tot woensdagochtend is Michiel bij hen, vanaf woensdagmiddag tot vrijdagochtend is het mijn beurt. En het weekend is afwisselend. Klinkt ingewikkelder dan het is, we vinden het alle vier een goede regeling.

We zijn nu na een jaar ook eindelijk onze zaken juridisch aan het regelen. Ik ben blij dat we dat niet overhaast hebben gedaan. De verstandhouding tussen ons is goed, we hebben deze periode van 'feitelijke' scheiding goed nagedacht hoe we het nu gaan doen. 

De conclusie is eenvoudig: birdnesting werkt voor ons.
Voor de meisjes is er relatief weinig veranderd, hun leven is nog net op dezelfde manier georganiseerd als vroeger. De emotionele schade is al groot genoeg, het is echt wennen voor hen (nog steeds) om ons niet sámen bij hen te hebben. En moesten ze een toverstok hebben, ik weet wat ze zouden wensen. Dat maakt me best verdrietig. Maar dit voelt als 'second best'. Omdat we veel van wat goed was, hebben behouden. Omdat we hier nog altijd thuiskomen, allemaal. 

Op zondagavond eten we samen, met z'n vieren. Dat is helemaal niet raar, dat is net heel vertrouwd. In corona-tijden en in de zomer was ons ritme wat ontregeld, maar nu hecht ik weer veel belang aan die zondag. Omdat het rust geeft. Het weekend dat ik bij de meisjes ben is het een fijne afsluiter, dan kan ik hen zonder al te veel verdriet achterlaten. Het weekend dat ik niet bij de meisjes ben, is het echt het moment om naar uit te kijken. Het helpt dan ook dat ik mijn voetjes onder tafel mag schuiven... Dan bespreken we ook dingen, met z'n vieren, maar ook met z'n tweeën. Als er bijzonderheden zijn in de week, of dingen die we moeten bespreken over de meisjes,... Het is goed dat ik weet dat er elke zondag een moment is waarop dat kan, ik vind het fijn dat ik niet elke keer aan Michiel moet vragen of we kunnen praten. 

Een andere kritische succesfactor is de poetshulp. Die doet net als vroeger de grote kuis en wij doen net als vroeger de kleinere dingen tussendoor. We hadden daar vroeger een goede taakverdeling in, en dat lukt ook nu. Al heb ik moeten leren de vuilniszakken buiten te zetten, want de vuilkar komt op mijn dag...

Het vraagt opofferingen, deze manier van samen-leven. Er zijn dingen in ons huis die ik speciaal doe omdat Michiel dat zo graag wil. Mijn sociale leven, en ook voor een deel mijn job, moet zich maar plooien naar onze strakke regeling. Ik heb een soort van gespleten leven, dagen dat ik door en door mama ben, alleenstaand, wat best heftig is. En dagen dat ik als een vrijgezel hard werk maar ook voluit leef, probeer te gaan lopen, te weinig slaap en alles doe waar ik verdorie zin in heb. Het is vanzelfsprekend maar tegelijk vermoeiend om elke twee à drie dagen te switchen tussen die levens. 

Dit systeem kost geld, veel geld. We betalen elk de helft van de lening van het huis en alle kosten die daarbij horen. En ik betaal maandelijks huur voor een appartement waar ik amper ben. Ik ben nu aan het puzzelen of ik een appartement kan kopen, maar dat wordt echt geen eenvoudige financiële oefening... 

Het sleuren met was katapulteert me terug naar mijn studententijd. Ik vergeet voortdurend dingen, er ligt altijd wel iets op de andere plek dat ik nodig heb. Ja, er zijn heel wat nadelen. 

Het zorgt ook voor een blijvende, sterke verbondenheid met Michiel, anders krijg je dit niet georganiseerd. Tijdens een leuke date een bericht krijgen of ik eraan wil denken om WC-papier te kopen voor thuis, yep, that happened... 

We doen dit voor de meisjes, natuurlijk, maar misschien ook voor elkaar. Dit is ook het beste voor mij. Omdat dit de relatie is die wél haalbaar is en waaruit veel goeds komt. Zoals een rustige, stabiele omgeving. Voor de meisjes, maar zeker ook voor mezelf. 

Ik denk ook dat het een overgangsscenario is. Maar niet voor even, wel voor lang. We hebben echt de intentie om dit nog enkele jaren vol te houden. Nee, niet volhouden, gewoon doen. Het wordt nog moeilijk. Nieuwe partners in dit systeem, dat wordt een uitdaging. Op dit moment kan ik het idee niet verdragen dat hier een andere vrouw zou rondlopen, de tafel zou dekken, vragen aan de meisjes hoe hun dag was. Rationeel kan ik dat wel begrijpen, vanuit Michiel zijn standpunt. Maar emotioneel... nee, daar ben ik nog niet aan toe. Maar als er nu een ding is wat ik het voorbije jaar heb moeten leren: dag per dag. 

Ik sluit ook compromissen, zoals rond de kerstboom. Excuseer, herfstboom. De meisjes hadden in een papa-weekend het idee om alvast de kerstboom te zetten maar dan met herfstversiering. Ze hebben super schattige diertjes getekend en geknipt en met touwtjes in de boom gehangen. En zo staat er dus al een kerstboom in september...
In mijn eigen huis, op míjn plek zou ik dit niet dulden. Geen kerstboom voor de Sint, daar wijken we niet vanaf! Maar dit is niet mijn huis. Dit is het huis van ons, van de meisjes. Hun allerschattigste gezichtjes toen ik thuiskwam en ze me begroetten bij de boom... Hier plooi ik. Hier ga ik mee, mee met hen. Zelfs mee met Michiel. 

Het is dus zelfs geen compromis, ik heb me er gewoon bij neergelegd. Omdat ik het een kleine prijs vind voor alles wat ik hier bij win. De onderhandelingen over hoe lang de boom mag blijven staan, zijn trouwens al gestart, haha. 

We gaan dus door. 
Na dit woelige, heftige emotionele jaar, weet dit vogeltje waar haar nestje is. 




zondag 9 augustus 2020

Blijf van mijn worst!

Beste vrienden,
beste familie,

Ik zou heel graag aan tafel willen zitten in vrede met u. Ik zou daarom HET GESPREK OVER DE VEGETARISCHE WORST willen schrappen uit ons register.
Ik verklaar me nader.

Op mijn veertiende wou ik geen vlees meer eten. Mijn ouders gingen tot op zekere hoogte mee in mijn argumenten, maar het duurde nog wel enkele jaren voor ik helemaal geen vlees meer at. Ik at nog wel zeevruchten en vis, maar na het lezen van ‘Dieren eten’ (nog steeds een tip trouwens, al zal het boek wat gedateerd zijn) heb ik ook dat afgezworen. En ik ben nog elke dag blij met mijn persoonlijke keuze.

Maar ik had het onlangs weer voor: HET GESPREK. Commentaar op mijn worst. Ik eet zo graag, dat commentaar op eten altijd gevoelig ligt. Maar als het over mijn worst gaat… Gevaar!

Vroeger was het nog interessant, dan vroegen mensen me vaak waarom ik geen vlees at. Dat was meestal een tof gesprek. Al vind ik het nog altijd niet fijn om over dode dieren te praten terwijl we aan tafel zitten, dus ik probeer het gesprek dan wat uit te stellen tot ik ook mijn dessert op heb. Jullie weten dat ik graag eet.

Tegenwoordig gaat het aan tafel niet meer over het waarom. De beelden van de slachthuizen zijn gekend en iedereen staarde al eens zuchtend naar de grafieken van de ecologische voetafdruk van vlees en zuivel. Goed nieuws dus, er is veel veranderd de voorbije twintig jaar. Ik hoef niet meer alles uit te leggen. En het vegetarische aanbod is ongelofelijk toegenomen. Maar daar, liefste medemens, knelt voor u blijkbaar het schoentje. In lang vervlogen tijden had ik de keuze tussen een pureeburger-met-een-erwtje uit de supermarkt, een brok smakeloze tofu of een dure spinazieburger uit de biowinkel waar mijn mama gelukkig af en toe naartoe reed. Vandaag de dag is het aanbod gigantisch: er zijn heel wat gespecialiseerde merken, de meeste supermarkten hebben ook producten van hun huismerk, en het lijkt wel alsof er elke week nog nieuwe vleesvervangers opduiken. Vroeger probeerde ik alle nieuwe dingen te testen, maar dat kan ik niet meer bijhouden.

Vandaag in het supermarkt-rek: worsten, hamburgers, spekjes, gehaktballen, ‘kip’stukjes, ‘runds’reepjes en ga zo maar door. En dan beland ik keer op keer in HET GESPREK.

Het gaat ongeveer zo:

Ja, maar wat ik niet begrijp, is dat jullie dan toch dingen willen die er als vlees uitzien en ook naar vlees smaken!

Stel je voor, zeg. Wat een arrogantie toch van die vegetariërs! Willen ze een vlees-uitzicht en een vlees-smaak! Dat is toch te gek?
Ik zou dan willen schreeuwen: leve nep! Leve fake-meat!

Ik zweer vlees af omwille van morele, ethische en ecologisch-duurzame redenen. Met die keuze moet ik dus blijkbaar ook de smaak en het uitzicht van vlees voorgoed afwijzen.
Terwijl, als je aan een vleeseter (of flexitariër) vraagt waarom hij of zij nog vlees eet; dan is het antwoord meestal: omwille van de smaak. Dus, je mag als vleeseter vasthouden aan de gewoonte van vlees eten omwille van de smaak, maar je mag als vegetariër geen vegetarische-worst-die-niet-te-onderscheiden-is-van-een-gewone-braadworst eten, net omwille van de smaak. Geef toe, dat is niet logisch. En het is een wij-jullie-denken dat gewoon niet nodig is.

Jaap Korteweg, aka de Vegetarische Slager, is een straffe ondernemer. Hij wil vanuit visie en gedrevenheid, maar ook vanuit een strak businessmodel, vleeseters overtuigen om steeds vaker te kiezen voor een vegetarisch alternatief. Hij kiest resoluut voor nep en heeft er zijn specialiteit van gemaakt om met zijn bedrijf alles zo goed mogelijk na te bootsen. Met hun nep-kip maak je zeer lekkere vol-au-veggie en de nep-gehaktballen doen het zeer goed in een tomatensaus zoals bij de bomma. Geniaal vind ik dat. Want, zo zegt hij, smaak is belangrijk. Mijn producten zijn er voor wie de smaak van vlees wil, maar niet het dierenleed en niet de ecologische impact. En dat zijn véél mensen.

En misschien, beste flexitariër, dat jij dat een gek een idee vindt. Nep-vlees dat té goed naar vlees smaakt. Dat is je goed recht. Eet iets anders, er is echt heel veel keuze van linzenburger tot pikante tofureepjes. Die proeven in de verste verte niet naar vlees, oef zeg. Maar veroordeel mij en mijn veggie-vrienden niet. Omdat wij ook houden van de smaak van braadworst, van de textuur van hamburgers.
Gun me mijn nep-vleesje.

En nu we toch bezig zijn, ik wil in HET GESPREK nog twee zaken vermijden. Sorry, ik ben op dreef. Ten eerste, HET GESPREK vervolgt dus meestal zo:

Ja, maar, dat is ook helemaal niet gezond hé.

Nee, natuurlijk niet. Ik eet geen worst omdat het gezond zou zijn. Ik ben geen vegetariër omdat ik kilo’s wil verliezen. Soms wil ik gewoon worst en de volgende dag eet ik weer iets gezonder. Punt.

En dan, ten tweede:

Ja, maar goedkoop is dat ook helemaal niet hé.

Nee, wie heeft dat beweerd? Voor een goed stuk vlees betaal je ook wat (al is dat nog veel te weinig gezien de hoge kost aan onze wereldbol). Dus ik betaal met plezier €4,49 voor een pakje nep-spek, meer dan het dubbele dan écht spek. Soms wil ik gewoon de smaak van spekjes, de volgende dag maak ik een super goedkoop stoofpotje met een bokaal kikkererwten van €1,09.

Tot slot, een geruststelling. Ik wil niet iedereen tot het vegetarisme bekeren. Omdat ik daar niet in geloof. Dat is zoals iedereen overtuigen om suikervrij te eten. Of alcohol te laten. Ik weet dat ik dik word van suiker en dat alcohol vanalles met mijn lijf en hoofd doet dat niet alleen verslavend maar best ook verwoestend is. En toch at ik net een stuk chocolade en dronk ik gisteren met veel smaak een halve fles cava. Dus, ik geloof in matigheid. Met mate kunnen we de wereld redden. Als iedereen af en toe het vlezeke op zijn boterham laat en gewoon kleinere stukjes vlees eet en niet elke dag, dan maakt dat een verschil. Heel veel flexitariërs hebben een veel grotere impact dan enkele wannabe-vegans die cold turkey (pun intended) overschakelen op een plantaardig dieet er na twee weken de brui aan geven omdat het verdikke moeilijk is en terug in oude vlees-gewoontes (=veel vlees) hervallen.


Ik hoop dat ik niet op zere tenen trap.
En dat je begrijpt dat ik gewoon mijn worst met smaak wil eten.


Tot binnenkort aan tafel, ik kom in vrede.

Katelijne

PS 1: hierbij mijn favorieten, de KONINGEN VAN HET NEPVLEES
PS 2: Ja natuurlijk, ik eet kei graag linzen. En gerookte tempeh. En een stoofpotje van seitan. Heerlijk, zo zonder-vlees-smaak!

zondag 26 juli 2020

Ode aan het porseleinen kopje





mijn allerliefste witte kopje
van heerlijk standaard porselein
U blinkt niet, bent heerlijk wit,
mat, hoe kan u zo doordrongen
van alledaags- en doordeweeksheid zijn?
oh wat bent u niet uniek
in eeuwige stapels, torens
nietszeggend en onpersoonlijk
en altijd belachelijk te klein
o mijn liefste kopje
nooit kan er van u te veel zijn

U heeft een absoluut storend gewicht
een heerlijke absurde zwaarte
U bent ongeëvenaard
het minst geschikte recipiënt
oh vaal scharminkel dat u bent

uw geluid, uw gekling, gekletter
voor mijn oren een lieve last
ik wil u met zo’n belachelijk schoteltje
een lepeltje dat daar natuurlijk niet op past

maar vooral, mijn kopje
wat hou ik van uw oor
te klein voor elke vinger
maar dat is opzettelijk, ik heb u door
want u past ook helemaal niet lekker
in de palm van mijn hand
want onderaan, dat perfect irritante randje,
wat is drinken uit u plezant

ik neem u tussen mijn lippen
ik lik, ik zuig aan u
waarom was ik u zo lang ontrouw
met omhooggevallen mokken
u bent alles
niets lijkt aan u te kloppen

mijn allerliefste kopje
ik wil bij u blijven op dit kamp
u bent mijn favoriete flopje

vrijdag 24 juli 2020

Berichten van het thuisfront - 23 juli

ik krijg een foto toegestuurd
ze is op kamp en het is vandaag vettigen dag
ik haal opgelucht adem, het leven gaat nog steeds zijn gang, het mag

ik ben blij dat we allebei op kamp zijn
zij om te spelen, ik om te schrijven
ik denk dat wij gerust een dagje zouden willen wisselen
het getik op mijn computer ruilen
voor getik van regen op de tent

misschien kan ik dan in een bos, een vlag of kamp veroveren
zingen over vrolijke vrienden en dat we er bijna zijn
mijn tandenborstel en een sok ergens verliezen
takken sprokkelen voor het vuur

en dan zou ik een kaartje schrijven dat het leuk is
het eten superlekker
en dat ik haar niet mis

welnee, ik ben gewoon nog hier
ik mis haar, gun haar alles
weet dat ik binnen enkele dagen
mag delen in haar verhalen, in haar plezier


donderdag 23 juli 2020

Bericht van het thuisfront - 22 juli

ik krijg een foto toegestuurd.
ze komt uit de toekomst, dat kan niet anders
want wanneer is dit gebeurd?
dat de jongste op de oudste lijkt?
de hals wat ranker, het neusje meer naar voren?
hoe kan het dat die handjes, van een kleuter toch, wortels kunnen schillen?
hoe komt in die ogen, in haar blik,
een eigen verhaal van een meisje, zo groot al, dat iets zou willen?

ik ben slechts enkele dagen weg,
tijd tiert welig voor wie niet keek
zoals onkruid maar dan beter
nog meer bloemen, nog meer leven

woedt maar meisje, groei, bloei,
neem alle ruimte, elke kans, alle kieren en alle voegen

ik vat het niet, de tijd
het verstrijken van de jaren
ik ben ook maar een moeder met eenzelfde lot
mijn kindje, vanochtend telde ik plots
vele grijze haren




woensdag 22 juli 2020

Berichten van het thuisfront - 21 juli


Ik krijg een foto toegestuurd.
Ze draagt een netje van ajuinen.
Ze heeft het over haar gezicht gespannen, achter haar oren, van haar ogen tot haar kin onder het fijne gaas. Haar rode lippen, het rode net. Haar blonde haren hangen sluik en ongekamd, maar ach wat, de dag moet nog beginnen.

Topmasker, zegt ze, om het virus niet verder te verspreiden.

Ik kan wel huilen om deze woordenschat, om het jargon van deze maanden, de taal waarmee ze opgroeit, de dreiging ervan. De sfeer van hygiëne, van maatregelen en van bediscussieerde veiligheid.

Ik wil niet de moeder zijn met een masker.
Ik wil niet de moeder zijn die voortdurend vraagt of handen wel gewassen zijn.
Ik ben het toch.

Maar als dit kan, als zij een netje van ajuinen op haar hoofd zet en speelt dat het een mondmasker is, als zij, net negen jaar, de absurditeit ziet van het gaas en de gaten en de nutteloze bescherming, dan ga ik maar beter mee.

Mee in de taal, in het plezier, in het lachen om de ellende, in het leven leven zoals het nu is.


Weer mag ik van haar leren.





dinsdag 21 juli 2020

Berichten van het thuisfront - 20 juli


Ik krijg een foto toegestuurd. 
Ze heeft haar roze badpak aan. Er staat een citroen op en er hangen frutsels aan, alsof de citroen een rokje draagt. Het is een vrolijk badpak, zij is vrolijk in haar badpak. Ze heeft ook een veiligheidsbril op. Die heeft ze wellicht gevonden tussen de spullen in de berging en kan prima dienen als duikbril. Ze is in de kamer van haar zus. Dat mag meestal niet. Soms mag het wel, de regels van een negenjarige zijn nogal ingewikkeld. De regels voor een bijna-vijfjarige zijn meestal niet erg belangrijk, je kan om regels heen draaien en er vrolijk voorbij lopen. Maar ze is dus in de kamer waar soms geheimen zijn en kunstwerken waar je voorzichtig mee moet zijn. Ze heeft een meetlint in haar handen en meet, zo lijkt het, de afstand tussen de vloer en het raamkozijn.

Ons huis meet duizend miljoen, zegt ze. 

Ik weet niet waarom ze haar badpak draagt. Als daar al een reden voor is.
Ik weet niet waarom ze wil weten, waarom ze wil meten. Als daar al een reden voor is.

Maar het zou best kunnen. Duizend miljoen liefdesmeters. 




donderdag 21 mei 2020

Littekens

Bijna een jaar geleden zat Juno haar voet vast in het achterwiel van mijn fiets. Nu ik terugkijk was die avond een kentering.

De wonde was behoorlijk ernstig. Dus ik zat op de spoedafdeling met een trillende kleuter en een gigantisch schuldgevoel. We werden snel naar een kamertje gebracht, Juno kreeg pijnstilling en dan begon het wachten in een afgelegen ziekenhuisgang. Tot de dokter kwam. En dan tot we een foto konden laten nemen. En dan weer tot de verpleging kwam om de voet te verzorgen.

Ik had die avond in een vermoeide poging tot goed moederen, een domme beslissing gemaakt. Ik had Juno achterop een fiets gezet op de bagagedrager, zonder stoeltje of voetsteuntjes. Ze vond het ook spannend maar honderd meter verder was het drama daar.

We zaten uren op de spoedafdeling.
Ik stuurde mijn beste vriendin een bericht. Ze stuurde iets lief terug, ik kon het nog net lezen met het laatste streepje batterij. En toen was ik alleen. Juno sliep op mijn schoot een onrustige slaap vol pijn en dromen. Ik was helemaal alleen in het ziekenhuis, zo leek het wel. En vooral, ik was helemaal alleen met mijn gedachten. Drie uur lang. Drie uur. Niets om te doen, niets om te lezen. Alleen een warm kleuterlijfje vol pijn. En een vol hoofd.

Dit had ik nooit eerder gedaan, drie uur alleen met mijn gedachten, echt niet.

Een week ervoor had ik het moeilijkste gesprek ooit in mijn relatie. Voor het eerst daagde het mij dat ook mijn huwelijk kon eindigen. Ik zat helemaal vast. Gedachten daaraan, en aan vroeger, toen ik zelf een kleuter was. Een onverdraaglijke parallel, want een van mijn eerste jeugdherinneringen: mijn voet tussen het wiel van papa. Gek genoeg is dat een warme herinnering, papa die me draagt, al heeft hij zelf twee gebroken armen, zo zal enkele uren later blijken. Ik had een hoofdwonde, maar verder niets. Een herinnering voor het leven. Dat hij het nog zo gezegd had, pas op met je voetjes. En dat hij me gedragen had.

Ik heb die herinnering nog eens opgerakeld met hem, ergens in die maanden waarin zijn ziekte langzaam zijn lijf opvrat. Er zaten fouten in, ik had zaken ingevuld, dingen bij verzonnen. Zo gaat dat met herinneringen. Maar ik heb die correcties niet onthouden, ik denk dat ik daar, in die geïmproviseerde ziekenkamer, al besloten had om me te houden aan de enige versie die telt: die van mijn herinnering. Mijn vader als held.

Het waren eenzame, harde uren op de spoedafdeling, ik gok 33 jaar later.
Toen dacht ik: al bijna twee jaar.
Nu denk ik: al bijna drie jaar.

Het went niet, geen vader meer.
En ik heb de voorbije maanden zo vaak gewild dat hij er gewoon was.
Ik weet niet eens wat ik hem zou zeggen, en ik weet nog minder wat hij zou antwoorden, wat hij zou zeggen van deze omslag, van het dit pad in het leven dat ik nu heb gekozen.

Ik wrijf soms over het litteken op haar kleine voetje.
Ik zucht dan altijd.
Omdat er geen opa Jo meer is die kan zien hoe goed het is genezen.
Omdat er geen papa meer is die over mijn littekens wrijft, en niet veel zegt, maar veel begrijpt.



dinsdag 12 mei 2020

Juno spreekt (afl.8)

Ik ben meer uren dan ooit bij het mooiste praatmeisje van de hele wereld. Ik kom er amper toe te noteren wat ze allemaal zegt en vertelt, iets met ballen in de lucht weetjewel. Maar daar wordt al genoeg over gezaagd en de titel van dit bericht is tenslotte niet 'mama zeurt'.
Dus ja, ik had natuurlijk liever niet gehoord hoe ongelofelijk fijntjes en schattig Juno 'het corona-virus' zegt, maar het is nu zo.
En ik noteerde ook dit:
  • Voel eens aan mijn koorts (wijst op haar voorhoofd)
  • Dat was vroeger, toen ik nog naar school ging, voor de ziekte (alsof het een afgesloten hoofdstuk is... )
  • En de juf zegt dan: vodvolkoffie!
  • Ik ben aan het zweden! (=zweten, terwijl ze toevallig haar pipi langkous-kleedje aanheeft)
  • Gerlukkige Hejaardag! 
  • Dat is wel spijt hé...
  • Mag ik op de taboulelet? (=tablet)
  • Altijd is Roodkakje ziek...
  • Ik ga me verkleden als een tante feetje (= de tandenfee)
  • (ze ziet een foto als schermbeveiliging op mijn computerscherm) Heb jij die rendieren gezien? Zijn wij daar geweest? Nee? Is dat is een foto van de computer? Is die computer dan daar geweest?
  • Wil je nog voorlezen van Pluk van de Flettepet?
  • Dat is papa zijn koetsfiets.
  • Oh nee, het is misgelukt! 
En eergisteren noteerde ik gedurende een voormiddag ook de vragen die ze stelt. Een van de grootste uitdagingen van het moederschap vind ik dat: achterhalen wat de verborgen context in dat kinderhoofdje is om de vraag te begrijpen. Ik dacht dat ik aan een vervolmakingscursus zou kunnen beginnen na kind 1, maar ik sta nog nergens gezien de boze blikken als ik haar niet meteen begrijp. 
  • Eet de mosselman schelpen? (geen idee waar dit van komt)
  • Is het steeltje altijd eerst? (van een bloem blijkbaar)
  • Bestaat er een café 'De Zon'? (mijn antwoord 'waarschijnlijk' wordt niet aanvaard)
  • Bestaat het woord gewooi? Ah nee, ik bedoelde boormachine. 
  • Die zijn altijd met twee hé? (gaat blijkbaar over de mannen in een ziekenwagen)
  • Hoe zing je van Schaapje, heb je witte wol, in het Chinees? 
  • Waarom hebben wij geen slee van hout? WAAROM NIET? 
We praten morgen weer verder, lieve Juno.  

Juno en haar eerste helemaal zelf getekende eenhoorn

Dat is een luchtballon, maar ik ben gezichtjes vergeten te tekenen. En dat is een wolk met zachte regen, voel maar. En dat is een boom die is gesneden en een nest met eitjes. En die vogel komt zijn ei stiekem in dat nest leggen. 

zaterdag 25 april 2020

De vogelvergadering - een verhaal van Oona

Het was vroeg in de ochtend.
Zoals elke maandag hadden de vogels een vergadering. Niet zomaar een vergadering, een vogel-vergadering. Dan komen alle vogels bij elkaar. In de grote boom in het bos.
Morgen is het maandag. Paula heeft niks te vertellen of toch wel? Ik denk dat ik maar even naar Kora de giraf ga, die weet altijd raad.
Paula zingt onderweg lalalalal...............
Opeens stapt Raaf voor haar voeten en zegt: stiller! Mijn kinderen slapen!
Oke, oke zei Paula en liep door. Toen was ze er.
Ze vroeg: weet jij wat ik kan vertellen?
- Waar? Aan wie?
- Voor de vogelvergadering.
- Aha. Ik weet wel iets.
- Wat dan?
- Mijn vriendje zijn papa gebruikt een zonnepaneel. En een zonnepaneel trekt de zon naar beneden!
- Oh nee, wat moeten we nu doen?
- Dat weet ik niet.
- Ik zal het vertellen op de vogelvergadering. Ik ga terug naar huis. Lalalalala......

- Stiller! Hoeveel keer moet ik het nu nog zeggen!
- Sorry, sorry
- Oke maar als je nog een keer lalala zegt dan! Begrepen?
- Begrepen

Paula liep terug naar huis.
Ze ging slapen.
zzzzzzzz
Kukleku.
En hop, ze ging naar de vogelvergadering en vertelde het verhaal...
O nee, riepen alle vogels in koor.
O nee! O nee! O nee! O nee! O nee! ..............
onee onee onee oneee oneeee oneeeeeeeeee

- We kunnen de zon vast houden.
- Nee gekkie, die is veel te heet.
- We kunnen een stenen tang maken en de zon omhoog houden.
- Ja!
- Maar hoe geraken we daar?
- hmmmmmm hmmmmmm....
Het is even stil.
- Vliegen?
- Maar het is wel heel ver
- Iemand vliegt en de rest op de rug. En wie moe is, die gaat van boven.
- Ja!
- Morgen spreken we af
- Oke

En ze vliegen en vliegen en dan, boem.
Ze vallen naar beneden. Paula kreunt.
- Morgen weer een vergadering?
- Oke

Paula gaat eerst even naar Kora. En ze vroeg om morgen mee te gaan.
- Ja!
- Tot morgen

Het was ochtend. Iedereen zat al in de boom. De giraf begon en zei: mopje, de zon kan niet naar beneden vallen.
- Zeg, dus jij hebt ons voor de gek gehouden.
- Ja
- Ik krijg je nog wel!, zei Paula. En ze liep boos weg.



Net negen is ze. Ze schrijft graag verhalen. Maar nog liever wil ze actrice worden. En fietsenmaker, en de combinatie ziet ze ook helemaal zitten. Ze verzint en naait haar eigen verjaardagskroon, eet het liefst vegan sushi en kan helemaal alleen koekjes bakken. Ze mist haar grootouders het hardst, ze wil alle knuffels inhalen. Ze wil net als ik meer maatregelen van het hart. Intussen fietsen we langs alle ijssalons in Antwerpen voor een vergelijkende smaaktest van bananenijs. Intussen begint ze aan haar 34ste boek van dit jaar. Intussen hebben wij elkaar en ben ik stomverbaasd dat ze me al negen jaar elke dag verrast en moeder maakt. 



zondag 22 maart 2020

Verjaardagsverzoek #ikbensolidair

Op dinsdag 24 maart word ik 37 jaar.
En ik ga je vragen of je geld wil geven.
Niet aan mij, maar aan zij dit het nodig hebben.
Dit is waarom.

Ik stond eerder deze week koud te douchen. Ik voelde me ellendig. Deze hele corona-crisis weegt zwaar op mijn toch al niet eenvoudige gezinssituatie. En, oh miserie, onze boiler is al een maand kapot, ijskoud water dus. Het nodige wisselstuk zit ergens in een lockdown tussen Denemarken en ons huis. We hebben nogal een speciaal systeem, dus nergens anders te krijgen. En bovendien werkt ook de ventilatie in ons huis dan niet, wat ook lastig is. Ik stond vol zelfmedelijden onder de douche.
Maar ik deed gauw kleren aan, zette een lekker kopje thee en at van het heerlijke zelfgebakken brood. En toen kwam de klap.
Dat er buiten duizenden mensen zijn voor wie deze hele situatie nog veel zwaarder is. Omdat er na de koude douche geen warme plek is om naartoe te gaan, met warme thee en zachte boterhammen. Omdat er gewoon geen plek is. En buiten mag en kan het nu niet. Waar moeten ze heen?
Ik schudde de rillingen uit mijn lijf, ging aan het werk, entertainde kinderen, werkte 's avonds nog wat uren door. Maar ik geraakte het beeld niet kwijt, van mensen (ménsen) die worden verjaagd omdat ze samentroepen. Kinderen die op straat ronddolen. Blijf thuis, natuurlijk, maar er is verdorie geen kot om naartoe te gaan.

Tekening van lacoeuramareebasse

Nog diezelfde avond stelde ik tot mijn verbazing vast hoe weinig geld ik nog maar had uitgegeven deze maand. Toch iets positiefs aan niet meer buitenkomen. En dan zag ik de oproep van Vluchtelingenwerk Vlaanderen. Ze willen samen met andere organisaties de overheid dringend vragen om noodopvang te voorzien. Begrijpelijk dat de opvangcentra voor daklozen sluiten, maar er zijn geen andere maatregelen. Niets, nada, voor de allerzwaksten in ons land.

Ik heb nog belachelijk weinig gedaan voor anderen in deze periode. Ik heb mijn broer geholpen om zijn boodschap als huisarts in de media te krijgen. Maar dat is het zowat.
Dus ik stortte het bedrag van een goed paar schoenen, dat ik deze maand (maanden?) toch niet ga kopen. Ik loop hier toch gewoon op kousen (de vloerverwarming doet het nog). Misschien helpt het een asielzoeker aan een paar schoenen. Aan onderdak. Of aan mondmaskers en handgel voor de helden die ook deze mensen door deze crisis loodsen.

Dinsdag zal ik jarig zijn. Berichtjes en felicitaties van mijn liefsten, mijn vrienden. In mijn bubbel. Ik weet dat jullie applaudisseren voor de zorg (dank). Ik weet dat jullie beseffen dat vuilnisophalers toch echt een cruciale functie hebben in onze wereld (dank). Ik weet dat jullie proberen om alle maatregelen zo goed mogelijk op te volgen. Ik weet dat jullie proberen niet te panikeren, niet te hamsteren. Ik weet dat jullie bezorgd telefoneren naar ouders en grootouders, naar wie het moeilijk heeft. Ik weet het, ik hoef het jullie niet te vragen, en blijf het vooral doen. Jullie zijn schatten.

Maar check uw rekeningsaldo. Ziet het er een beetje goed uit? Doe dan een gift.
En ja, als dit allemaal voorbij is, ga ik mijn schade inhalen in het heerlijke stadsleven en uitbundig op restaurant, de voorraad knutselmateriaal terug aanvullen (zal nodig zijn) en veel shoppen (zo veel mogelijk bij Belgische winkels, dat spreekt, Wouter Torfs heeft gelijk als hij zegt dat Zalando onze gezondheidszorg niet gaat betalen #kooplokaal).
En oh ja, honderd flat whites, yes please.
Dat zal allemaal wel lukken, want het ziet ernaar uit dat ik ook de komende weken weinig eurootjes zal uitgeven.

Je kan heel eenvoudig een gift doen via de website van Vluchtenlingwerk Vlaanderen.
Of gewoon storten op op BE06 5230 8056 2922 (BIC: TRIOBEBB), vanaf €40 fiscaal aftrekbaar.

Dankjewel.
Dat we dit allemaal doorkomen. Allemaal, alle mensen, alle mede-mensen.
Het zal de leeftijd zijn zeker, die mij wat emotioneler maakt?

vrijdag 28 februari 2020

Het geluid van afscheid

zaterdag 29 februari

Onze voordeur kan je op dubbel slot kan draaien. Dat deden wij vroeger als wij gingen slapen. Wij sloten de deur en de dag.

Nu niet meer dus.

Onze meisjes wonen altijd in ons huis, Michiel en ik wonen er elk de helft van de tijd. Dat heet 'birdnesting' in het vakjargon van de relatiebreuken (ja, dat bestaat). Voor ons lijkt dat tot nu toe een werkend systeem. We hebben heel wat afspraken, regels en gewoontes om op deze manier samen te leven. Eentje is dat we proberen om elk zondagavond samen te eten, met z'n vieren. Dat valt me emotioneel altijd zwaar en doet tegelijk ook altijd deugd.

Als de meisjes proper gewassen en met een dosis voorleesverhalen en slaapliedjes in bed liggen, overlopen Michiel en ik vaak nog de planning voor de komende week. En dan vertrekt een van beiden naar het eigen appartement en volgt het vreselijke geluid. Het geluid van de voordeur op dubbel slot.

Het is vreselijk om in de zetel te zitten, Michiel die vertrekt en die dan van buiten de deur met zijn sleutel op dubbel slot draait. Ik voel me leeg, ik mis het leven dat ik vroeger had.
Maar ook de andere optie is pijnlijk. Ik vertrek, neem mijn jas, een zak met nog wat spullen, trek de deur achter me toe en draai haar op dubbel slot. Het wringt, het klopt niet om mijn eigen huis zo achter te laten.
Het draaien van die sleutel, het is het geluid van het afscheid, elke week opnieuw. Het went niet.

Maar de laatste weken, ben ik van dat geluid gaan houden. Op de andere dagen. Op die dagen dat ik bij de meisjes ben. We komen thuis, het is koud, we hebben koud, we zijn natgeregend of moe, of natgeregend én moe en dus ook slechtgezind. Dan kan ik niet snel genoeg de fietsen binnenzetten, de meisjes naar binnen jagen. En dan draai ik de deur langs de binnenkant op slot. Zo. Nu komt er niemand meer in. Wij drie. Dan voel ik me sterk, en zeker. Ik moet niets anders meer doen dan zijn wie ik ben: een moeder.
Een moeder die oververmoeid is. Die servies laat vallen en die drie keer geeuwt in één kort voorleesverhaal. Maar ook een moeder die op een half uur een lekkere maaltijd kan maken, die een agenda tekent en knutselwerkjes ophangt, die wasmachines draait en op google mopjes zoekt om schaterlachjes terug te krijgen. Die luistert (te vaak met een half oor) naar verhalen over vriendinnetjes en poesjes en pipi langkous. Die ruzies sust om dan zelf iets te snauwen want is het nu gedaan daarmee. Een moeder die moedert, ze doet ook maar wat.

Het is zwaar. Ik weet niet meer wie ik ben en wat ik wil. Het einde van een relatie is het wegvallen van een toekomst en het vervagen van een rol, functie, van betekenis. Ik ben doodop, ik twijfel aan alles, functioneer niet meer zoals het zou moeten en al zeker niet meer zoals ik het zou willen. Een groot deel van mijn vrienden is vanavond ergens waar ik ook had kunnen zijn, het is daar vast fijn. Maar ik draaide de deur daarstraks al op slot, omdat ik nergens meer heen wil, omdat ik niets anders meer wil zijn dan wat ik in deze puinhoop nog altijd duidelijk ben: een moeder.

vrijdag 31 januari 2020

Juno spreekt (afl.7)

Mijn lieve Juno Puno wordt zo groot.
En al zijn het niet de gemakkelijkste tijden, ze is soms erg gerdrietig, onze gesprekken zijn heerlijk. 
Ik zeg dat er in ons tuintje geen slangen leven, ze kunnen niet tegen de kou, dan gaan ze dood. Ze denkt even na om dan bezorgd te vragen: maar ik kan niet tegen kietelen, en ik ga toch niet dood?

Ze beweert dat als ik hard lach, dat de hik bij haar verdwijnt. We proberen en het mislukt. Harder, mama, harder lachen! En ik moet zo lachen om haar blik, dat zij ook lacht en haar hik verdwijnt. Ze heeft dus alweer gelijk. 

En verder noteerde ik ook deze uitspraken:

Ik wil van die gekleurenden. Ik wil niet van die gebrokenden
Stel je voor.... dat ik een jas was!
Stel je voor... dat Oona alleen maar lippen was!
Zit er hier echt een hartje in mij? 
Acht, negen, tien, wien is al gezien?
Ik zie ik zie niet wat jij niet ziet
We fietsen in de reuk (ze bedoelt rook, het is mistig)
Dat zeg ik niet, dat is een hegeim
Sommige kindjes in mijn klas gaan naar het klontjesfeest (Suikerfeest) 
Dat is de grote broer, dat is de kleine broer en dat is de middelmaat broer

Mop van de maand: Slaap kindje slaap, het schaap drinkt melk met zijn voetjes.



donderdag 2 januari 2020

Een gelukkig leesjaar!

Ik heb dit jaar veel gelezen. Graag gelezen. Gulzig gelezen. Veel voorgelezen, maar nog meer met een boek op de trein en een boek in bed. Ik vluchtte met de storm niet alleen in het werk, maar ook in boeken, in verhalen, in levens van personages.

Ik ben fan van Goodreads en ik ben fan van statistieken.
Een fijne blogtraditie dus: zie mijn leesberichten van 2018 2017 -2016.

En dit was dus 2019:


47 boeken dus, dat is er eentje minder dan in 2018, maar toen las ik wel dikkere boeken want kwam ik op een stuk meer pagina's uit.

En wat valt er te zeggen?

Dat ik weer weinig non-fictie las. Thinking fast and slow van Kahneman vond ik nochtans heel straf, maar ik kreeg het net niet helemaal uit. Zo'n dikke klepper en dat gaat steeds maar dieper en verder in de logica, statistiek en psychologie, ik was het op den duur echt wel kwijt. Desondanks: een aanrader. Verder las ik ook relatieboeken van Esther Perel en Rika Ponet. Ik kan ze je echt aanbevelen al zitten die boeken nu met een heel wrang gevoel in dit lijstje.
Gelukkig was er ook nog Rutger Bregman met De meeste mensen deugen. Dat boek kwam op een bijzonder moment voor mij. En het is niet het best geschreven boek, maar het is zo lezenswaardig. Laat je niet afschrikken door de vele pagina's, het is echt een heel vlot boek.
Ik had erg uitgekeken naar Barrico zijn vervolg op De Barbaren waar ik echt mee gedweept heb (nog altijd een beetje, maar het boek is ondertussen wat gedateerd). The Game stelde me echter wat teleur. Het is zeker niet slecht, en het is echt heel fijn om te zien hoe Barrico een soort samenvatting maakt van de wereld vanuit technologische/webontwikkelingen. Voor wie al eens een mening heeft over tinternet een aanrader.

Ik las dit jaar de vijf boeken van Elena Ferrante en ik vond het heerlijk. Personages die lang meegaan, ik kan er zo van genieten. Wie nog goede vakantieboeken zoekt: hier zijn ze.

Steengoede boeken die zeer onaangenaam zijn: zo las ik er twee. De avond is ongemak van Marieke Lucas Rijneveld en Vallen is als vliegen van Manon Uphoff. Het is als heel bittere chocolade: echt super goed maar je wil er echt niet te veel van eten. Reasons to stay alive van Matt Haig was ook echt mindblowing. Geen boek voor iedereen denk ik, maar als je meer wil weten over depressie, om welke reden dan ook, dan is dit echt een boek voor jou.

Als ik dan toch 'het beste' boek van 2019 moet kiezen, dan kies ik The Great Believers van Rebecca Makkai. Ik heb het zowaar (graag!) in het Engels gelezen en het maakte mijn ellendige zomer zoveel beter. Het verhaal gaat over de opkomst van de aids-epidemie in Chicago in de jaren tachtig. Zo ver van mijn bed, maar zó goed geschreven. Een beetje dezelfde sfeer als Een klein leven, maar dan gewoon beter en minder uitgesponnen ellende (maar nog wel veeeeeel ellende). Het andere boek dat ik van Makkai las, De lener, was dan weer een zeer amusant, vrolijk boek. Het is echt een boek voor lezers, met heel veel verwijzingen naar andere (jeugd)boeken.

De verliefden van Javier Marías is het boek waarin ik het meeste passages heb gemarkeerd. Een prachtig verhaal, het doet wat heerlijk ouderwets aan. En het gaat over de liefde en ik lees graag over de liefde.

Het meest filmische boek is ongetwijfeld De ontembare van Guillermo Arriaga. Voor de fans van de film 'Cidade de Deus' een absolute must-read. Ook al is hij meer dan 900 pagina's.

Als klassieker las ik Jane Eyre van Charlotte Brönte. Ik heb 500 pagina's genoten en was erg blij met deze tip van een leesvriendinneke. En misschien nog geen klassieker, maar Jeroen Brouwers is wel een monument, en zijn Datumloze Dagen heb ik ook echt verslonden.

Ik vertrouwde op Julian Barnes, Renate Dorrestein, Amelie Nothomb en Ian McEwan en ik werd niet teleurgesteld.

Tot slot nog even een hype: Op aarde schitteren we even is terecht een bejubeld boek. De eerste hoofdstukken zijn wat te vreemd en pathetisch, maar dan komt het verhaal op gang, en dat versmelt met al die mooie zinnen en dan krijg je een onwaarschijnlijk goed boek dat je niet kan wegleggen.

Het eerste boek van 2020 ga ik wellicht zo meteen uitlezen: het eerste boek in een trilogie van Coetzee. Zeer straf, mijn leesjaar is weer goed gestart.