donderdag 29 juli 2021

column - mijn brief

Op mijn datingprofiel bied ik een corona-keuze-menu aan. Scrabbelen of brieven schrijven. Ik zet er ook bij dat ik FWB zoek: friends with books. Mijn zoektocht is niet zonder resultaat. Op een dik jaar tijd schreef ik twee blokken briefpapier vol. Vorige zomer leidde zo’n briefconversatie tot een korte relatie. Maar zijn brieven ontgoochelden me, net als zijn gewoonte om steeds uren te laat te komen. Wachten op zijn brieven kon ik nog net, wachten op zijn levende verschijning viel me zwaarder. Vaak had ik dan net honger, of zin in seks, en meestal beide. 

Dus ik heractiveerde mijn profiel en ik bood me weer aan als brievenschrijver. 

Ik weet intussen hoe het gaat: er is een korte chat en ik voel meteen of er een klik is. Soms geeft een man me na enkele berichten heen en weer zonder schroom zijn adres: dat zijn de beste. De man mag me een vraag stellen, daar schrijf ik dan een antwoord op. Minimaal twee kantjes, meestal vier, en dan de brievenbus in. Dan komt de fase van de spijt. Want ik vergeet hoe ongedurig ik ben. Wat een idee om te kiezen voor deze vorm van slow dating. Vervolgens de fase van de angst. Want ik was uiteraard weer veel te openhartig tegenover die onbekende man. En vervolgens totale opwinding als er een antwoord komt en er een brief in mijn brievenbus zit. Wat overigens niet altijd gebeurt, er zijn brieven onbeantwoord gebleven. 

De laatste man die ik schreef ziet er leuk uit en zijn boekenkast lijkt op de mijne. Ik schreef hem in het holst van de nacht. Hij stuurde me een paar dagen later een bericht: je brief is onderweg. 

Mijn brief? Is zijn brief nu al van mij? Het papier, de envelop, de zegel: allemaal van hem. Toch? Het adres is uiteraard wel het mijne. Misschien is het mijn brief vanaf het moment dat de brief in mijn brievenbus ploft? Ik heb een hele mooie brievenbus trouwens, dat had ik ook vermeld op mijn datingprofiel maar dat lokte vreemde reacties uit.  

Dan is er post. Twaalf kantjes, twee foto’s bij ingesloten. Ik betrap mezelf op het clichébeeld van de vrouw met brief. Ik druk de brief tegen mijn hart. Hij is helemaal van mij. 

zondag 13 juni 2021

Atlas draagt de wereld.


Dit is mijn favoriete plek in het Rivierenhof. 

Het park van mijn jeugd. 
Het park met een plattegrond die op een vogeltje lijkt. 
Het park van verschillende generaties speeltuinen en van eendjes en schapen voeren, toen niemand daar over nadacht. 
Het park van heel veel chirospelletjes. 
Het park van eerste kussen. Van de mini-treintjes en de club van de mannen met hun bootjes op afstandbediening, bestaan die eigenlijk nog? 

En dit jaar, het park van corona wandelingen. 

En nu, het park van lopen. Ook op zondag, wanneer ik veel te vroeg wakker ben en nog voor de andere lopers het park in ren Er is een parcours van tien kilometer, maar ik wijk altijd wel ergens af, omdat het toch altijd een beetje anders mag zijn in het leven 

Ik heb ook een vaste plek, waar ik steeds terecht kom. Ik loop altijd langs Atlas.
Atlas draagt de wereld. 

Meestal voel ik met Atlas mee. Voel ik het gewicht dat ik op mijn schouders draag, ook al is het geen aardbol. Dan probeer ik het gelaat van Atlas te lezen. Is hij vastbesloten, wil hij resoluut dragen, zijn taak vervullen? Of is hij ook moe, verbitterd, voelt hij zich benadeeld, gestraft? Hoe gaat het met hem, hoe gaat het met mij? Weet iemand hoe lang dat dragen nog duurt? 

Maar vandaag niet. Ik ben Atlas niet. Ik draag niet, ik lig. 

Ik zie mezelf, heel klein, op mijn rug op de wereldbol liggen. 
Mijn lichaam mee met de kromming van de aarde. Mijn ogen wijd open. 
Ik lig niet te hard, niet te zacht. Ik lig op de wereld, maar toch in een soort van niets. Het lijkt alsof ik wacht. Rustig wacht. 

Ik bedenk: het is sinds maanden dat ik dit durf: me even neerleggen. Kijken. Wachten. 
Maanden van jagen, mezelf achterna, 
Maanden van liefdespijn, wat een juister woord is dan liefdesverdriet.
Maanden van te veel afwisseling, te snel en te veel pieken en dalen.
En verwarring tijdens het naar boven en weer naar beneden rennen. 

Ik weet dat Atlas er is, dat ik nu even wordt gedragen. En dat dat mag. 
Er is verder weinig veranderd, denk ik. Maar ik kan even liggen. 

Ik vertraag. Ik loop een extra rondje rond Atlas. Ik zie mezelf daar werkelijk liggen, bovenop die bol.

Ik heb tijd.
Ik heb nog adem. 


zondag 30 mei 2021

Vijf jaar missen.

Vijf jaar dood zijn is niet anders dan één jaar dood zijn. Of een maand. Of een dag.
Dit is: voor de dode.
Voor de levende is dat anders.
Voor de levende die de dode mist.
Vijf jaar dood zijn, vijf jaar missen, dat is veel.


Missen wisselt.
Hoe vaak, hoe hard.
De intensiteit, of hoe dens het gevoel, gebald, en dan weer breed uitgesmeerd, in een dunne laag. Op de achtergrond, of knàl, recht in gezichtsveld, het blikveld, het venster om naar de wereld te kijken. Daar is hij dan, ik kan niet om hem heen, als ik dat al zou willen, ik wil natuurlijk helemaal niets, ik wil hem gewoon terug.

De variatie van het missen is oneindig.
Zoals de avondzon: altijd andere kleuren.
Zoals de avondzon: vaak gaat het ongemerkt, de nacht is daar plots.
Niet zoals de avondzon: want de volgende ochtend is er geen opkomst, geen begin, het is alleen afscheid nemen, missen dat oneindig eindigt, en nooit opnieuw begint.

Het is vrijdag. Ik draag geen onderhemdje, omdat de lente eindelijk zou komen. Maar de kou is al in mijn lijf geslopen, na een slechte nacht, een moeilijk bericht, een vage gedachte, een sterk gemis. Natuurlijk vraag ik me het me af, hoe dit leven, de liefde (oh de liefde), de angsten en onzekerheden me zouden verdrieten, als dit er niet was, het oneindig gemis.

Ik eet iets warms, het helpt niet.
Ik trek een trui aan, probeer iets leuks te denken, het helpt niet.
Ik eet chocolade, ik geef het helpen op, ik geef me over.

Het is een les over het hele leven: dat het niet rechtlijnig is.
Niet aan of uit.
Alles daartussen.
In de liefde. In de dood.

En dat is gek, want het dood zijn zelf is totaal binair. Levend/dood. En dat is dan definitief.
Maar wat er blijft, na de dood, bij de levenden bedoel ik dan, dat kronkelt, dat golft, dat kabbelt, dat neemt alle vormen aan en gaat maar, gaat maar door.

Ik fietste vijf jaar geleden door een onweer naar huis. De anderhalve kilometer tussen mijn huis en zijn ziekbed, zijn magere benen, zijn vingers die altijd maar langer leken, zijn droeve ogen en zijn zuchten. Anderhalf jaar fietste ik die anderhalve kilometer heen en weer en die avond regende het, striemde het, en ik fietste daar dood alleen. De klap kwam eenmaal thuis, na een pijnlijke poging om mijn verdriet te delen: het besef dat hij altijd dood zou zijn en ik altijd alleen.

Dat is voor iedereen zo, maar eerder wist ik dat nog niet.

Na vijf jaar ben ik lid van een andere club. Niet meer de club van die jonge mensen die net hun vader of moeder hebben verloren, maar dat groepje dat veel te jong (ik was 33, hij 61) een ouder hebben verloren. Daar zit een verschil, een nuance waar ik om treur, maar ik kan er de vinger niet op leggen.


Nu is het zondag.
Het is warm, zo meteen ga ik de zon in, het park in, langs de beelden, de verhalen.
Ik zal alleen zijn, maar met de anderen.
En blij zijn dat ik me niet meer hoeft te verbazen over het missen zelf, dat het altijd anders is.

 



donderdag 18 maart 2021

Daten in coronatijd met onder andere de verspilde coronaknuffel

Plots was huidhonger geen woord meer van een aantal poëten en melancholici, maar kloeg iedereen erover. Of toch die mensen die doorgaans alleen in hun bedje kruipen, zonder een warm lijf naast zich. En in deze tijd op zoek gaan naar een warm lijf, het is niet evident. Op café iemand tegenkomen is al meer dan een jaar uitgesloten. Maar zelfs bij de bakker of de bib of welke plek dan ook waar mogelijk mooie mannen passeren is het gebod om afstand te bewaren. Je open stellen voor nieuwe ontmoetingen, hoe doe je dat met zo'n vreselijk masker op? 

Ik en mijn single-vriendjes delen hierbij enkele kernbegrippen over daten in coronatijden... 


  • wandeldate-dáte
Er was een tijd waarin het woord date was voorbehouden voor de singles. Zij die afspraakjes hadden, met amoureuze bedoelingen. Nu heeft iedereen dates. Zelfs met collega's, zelfs met de mama. Was date al een lelijk woord, dan wordt het nog erger. Een wandeldate of een wandeldate-dáte? 

  • mondmasker-styling
Het zwarte of grijze mondmasker? Dat met de bloemetjes is te frivool. Dat met die zebra's iets voor aan de schoolpoort. Neutraal wit doet me zo bleek uitkomen, niet? Of toch gewoon een medisch masker, maar welke boodschap straal ik dan eigenlijk uit? Het blauwe dan maar? Of past dat niet bij mijn jas? 
Zucht
Maar dan een bericht: hij zal wat later zijn. Mondmasker thuis vergeten. 

  • wandeldate-practicals
Naar welk park deze keer? Want met de vorige twee dates ging ik óok al wandelen in dat park. Stel je voor dat ik die tegen kom. Met hun nieuwe tinderdates...  
En wie weet is het met deze date boenk erop, en dan willen we wel een speciale plek creëren, om over twintig jaar te zeggen: weet je nog, toen in dat parkje. 

En wat doe ik aan? 
Een rok is misschien niet echt handig. Een broek, maar wet welke schoenen? Met die laarsjes ga ik uitschuiven in de modder van 2020 2021 waar maar geen einde aan lijkt te komen. Die zware dikke heerlijke wandelschoenen dan toch maar? Ik heb nieuwe schoenen nodig, van die platte botjes! 

En wat neem ik mee? Thermos thee ? Of koffie? Of langs de take-away koffie? Of nee, toch maar een glas wijn, ik heb nu al zin in een glas wijn. Fles en glazen in mijn handtas? Wordt dat niet te zwaar, kan mijn schouder dat dragen? Of een rugzak, bestaat er een elegante rugzak? 

Zucht. 

  • corona wherabouts
Vroeger, oh vroeger, moest je je pas in een latere fase van het daten zorgen maken over besmettelijke ziektes. Bovendien vrij eenvoudig op te lossen. Met Corona zit dat wel even anders. Het is een hele evenwichts- en communicatie-oefening om de whereabouts van je date te weten te komen.  Waar heeft uw tong gezeten, het is een vraag die we doorgaans niet stellen bij een eerste contact. Maar nu is het echt wel relevant. Hoeveel personen zag hij van dichtbij? En hoe streng houdt hij zich aan de regels? 

  • corona downgrading
Er is iets met die date. Iets tekort. Iets teveel. Het klopt niet helemaal, het is wat uit de haak. Maar ach, je moet toch wat. 

  • Tinder als een herinneringsfotoboek

Op Tinder en consoorten vind je nu de fotoboeken van vroeger. Je ziet mannen en vrouwen met vrienden, dicht, heel dicht bij elkaar, armen om elkaars schouders, kussen op elkaars wang, de gloed van de nacht, het zweet van dansen en drinken en ergens zijn, veel te laat, maar we gaan nog niet naar huis. 

Foto's van reizen: surfen, duiken, skiën. En starend in de verte. In een landschap, waar we allemaal mooier zijn omdat we ergens zijn. 

Het zijn allemaal foto's van meer dan een jaar geleden. De enige recente foto's zijn die van fietstochten (oh mannen, denk toch eens twee keer na voor je zo'n foto in dat onnozele pakje kiest). En selfies in de badkamer. 

We moeten het elkaar vergeven. De bleke aanschijn op onze gezichten van uren telewerk. De coronakilo's. Het spijt me van mijn dubbele kin. 


  • video speeddating
Was speeddaten al behoorlijk eng maar ook wel efficiënt, dan is videodating dat maal twee. Maar naar waar kijk je dan? De camera? Kijk je dan niet boven hem? En hoe valt het licht hier eigenlijk, en mijn achtergrond: de neutrale muur of toch maar iets laten zien van mijn huis? 

  • lekker bij jezelf zijn
Dat je maar even tijd voor jezelf moet nemen. Dat je je eigen beste vriendje moet worden en dan weer naar buiten kan. Eerst even leren thuis zijn, gewoon met jezelf, en daarna de wereld in. 
Maar die heerlijke wereld zit al een jaar op slot. Ik ben mezelf werkelijk beu gezien. 

  • de verspilde Coronaknuffel

Je moet in deze tijden uiterst selectief zijn. Gewoon een knuffel, een brave kus op het einde van een date: het is een risico. Een wissel van knuffelcontact is niet meer toegelaten. Dus pragmatisch zijn en genoeg tijd tussen twee verschillende knuffelcontacten? Maar dan blijkt die ene toch niet zo leuk, en is het een dag of twaalf kin kloppen. Een verspilde coronaknuffel. Zo jammer. 


  • quarantaine monogamie
Net wanneer ik en mijn vriendinnen het hele idee van monogamie even wilden herbekijken vanuit een moraal filosofische en ethische invalshoek, moeten we dit helemaal anders benaderen. Het virologische frame is noodgedwongen de enige manier om vandaag naar monogamie te kijken. Snel uitgepraat dan. 

  • de alles-of-niks avondklok
Gewoon de avond induiken en zien waar het eindigt? Nee, niet mogelijk. Je moet beslissen: ronden we netjes op tijd af of delen we ineens ook de hele nacht? Geen tussenweg. 



PS: ik weet het, #firstworldproblemens en al. Maar ik kan er maar beter mee lachen, nee?

A street art piece by artist Pony Wave depicts two people kissing while wearing face masks on Venice Beach in Venice, California. (Mario Tama/Getty Images)

 

maandag 8 maart 2021

Vrouwendag: enkele leestips

Ik heb dan wel vaak een mening, anderen hebben altijd interessantere meningen. Meer onderbouwd ook en met een ruimere blik. Deze artikels vond ik absoluut het lezen waard. Misschien jij ook. 

1.  Een blik op de wijde wereld: vrouwenrechten delen in de klappen door de pandemie


Van huiselijk geweld tot gedwongen cyberseks: 2020 was een rampjaar voor vrouwen en meisjes. De coronacrisis zette wereldwijd een rem op gendergelijkheid en verergerde huiselijk en seksueel geweld. Op basis van cijfers van de Verenigde Naties (VN) zetten we tien ontwikkelingen op een rij die in 2020 de vrouwenrechten ondermijnd hebben.

Artikel op MO*

2. De impact van corona op vrouwen en de zorg

Want ja, daar zit een heel sterk verband. Hier de eerste prentjes maar check de full story hier. 

En volg le coeur à marée basse, een heel geëngageerde vrouw/onderzoeker die echt zeer onderbouwd met cijfers, studies,... maatschappelijke thema's op tafel legt. En dat met prachtige, rake illustraties. Het is niet altijd een pretje om haar posts in je feed te zien verschijnen, want ze schopt regelmatig tegen je geweten. Maar gelukkig post ze soms ook de meest vertederende familie-verhaaltjes. 



(op het slot van deze stories -> ik weet niet of ik zo'n fan ben van een 'staking' want dat is echt verbrand concept dat koren op de molen is van de oppervlakkige feministen-haters, maar dat slotprentje doet er niet zo toe, het gaat over het punt dat ze maakt.)

3. Over consent
Er is heel wat te doen rond een rechtbank uitspraak vorige week met weer een sterk staaltje victim-blaming. Voor mij is de hele discussie terug te brengen tot één basisbegrip: consent.  Deze column van Heleen Debruyne legt het uit. Must-read. 
Ik las dat 'sexting' nu verplichte leerstof wordt in het middelbaar. Goeie poging, maar laat het alsjeblief over consent gaan. Dát moeten wij onze kinderen leren: jongens, meisjes, álle kinderen. 

4. Over boze vrouwen
Bieke Purnelle zet stevig uiteen waarom een voruwendag nog steeds noodzakelijk is. 
Lees hier het artikel (je kan 5 gratis artikels lezen, en dit artikel is je credit waard en ik vind het bijzonder te linken naar hln!)

Ik quote al even: 

"Statistiek, wetgeving en journalistiek zijn van levensbelang, maar ze bieden geen antwoorden op lastige vragen. Hun taal is niet bedoeld voor gesprek.
(...)
De meeste mensen houden niet van boze vrouwen. Boze vrouwen zijn niet lief en mooi en zacht en al die andere dingen die vrouwen zouden moeten zijn. Zelf ben ik de boze vrouwen eeuwig dankbaar voor hun kantelende woede, moed en vastberadenheid. Op dagen als vandaag vraag ik me af of ik boos, moedig en vastberaden genoeg ben om mee te veranderen wat nog te veranderen valt."

En is er hoop bij het slot. En die hoop ligt bij de mannen. Ik deel die hoop:

" En natuurlijk zijn er de mannen. Velen van hen zijn klaar voor een ander perspectief. Ze begrijpen dat hun problemen in dezelfde potgrond wortelen als de onze; dat ze geen toxisch en agressief gedrag nodig hebben om zich te bewijzen; dat ze een rol te spelen hebben als zorgzame en aanwezige ouder; dat er veel meer is wat ons verbindt dan wat ons scheidt.

Ze weten dat vrouwenrechten niet ten koste gaan van de rechten van mannen. In gendergelijke samenlevingen winnen we allemaal. Niet alleen “vrouw”, maar elk individu dat de ruimte en de kansen krijgt om een vrij, veilig en waardig leven te leiden.


5. Als het echt niet anders kan

Dan is er deze bullshit bingo. 
Maar die deel ik met een diepe zucht. 
We kunnen beter met z'n allen, toch? 






vrijdag 1 januari 2021

Een gelukkig leesjaar!

Ik had een geweldig leesjaar. 
Omdat ik mijn leesdoel behaalde, maar bovenal omdat ik zoveel goede boeken las. 


Eerst de cijfers: 49 boeken. Ruim boven de vooropgestelde 45. In 2019 las ik 2 boeken minder, maar meer pagina's, dus ik heb dit jaar dunnere boeken gelezen. 
Het dikste boek was Berta Isla van Javier Marías en dat telt 'slechts' 544 pagina's. En eerlijk gezegd waren dat ook wat pagina's te veel. Echt dikke kleppers heb ik blijkbaar aan me voorbij laten gaan. 

Als ik snel tel, heb ik veertien papieren boeken gelezen, de rest op e-reader. Heel wat e-books van het Kobo Plus abonnement, waar ik dus regelmatig eens een maand op inteken, dat blijft een goede deal. 
De papieren boeken koop ik consequent in de betere boekhandel, leve de Buchbar, De Groene Waterman en Passa Porta.Ik gaf in 2020 slechts een dikke tweehonderd euro uit aan boeken, wat een goedkope hobby! 

Ik dacht in deze corona-tijden net minder te lezen, want ik miste mijn treinritten. Maar ik ontdekte hoe fijn het is om gewoon een boek te lezen in je zetel, om op een doodgewone zaterdagmiddag (want er was toch niks te doen) een paar uur te lezen. 

woensdag 30 december 2020

Villa Kakelbont en een wijnvat in Borgloon

We ontbijten in een leeg restaurant, we wrijven de slaap uit onze ogen. En voor ik het besef, zijn we ergens helemaal anders. Oona is Pippi Langkous, Juno is Annika. 
Ik mag mijneer Nilsson zijn. Mijn tekst is beperkt tot oe oe a a
Feilloos herhalen ze de dialogen uit het grote Pippi-boek waaruit ik voorlas de vorige dag. Frase na frase. Ga je mee op schoolreisje, Pippi? 

We logeren in een 'wijnvat', een houten tonnetje. Het was guur weer, er was geen plek om naartoe te gaan want alles is gesloten, en toch, het was helemaal goed. We speelden spelletjes, aaiden ezels en pony's en verloren ons in de verhalen van Villa Kakelbont. 

Er wordt een stoel, excuseer, een paard, het restaurant rondgedragen. Want zo sterk is Pippi. De meisjes kijken elkaar verwachtingsvol aan, ze gaan helemaal op in hun spel. 
Ik eet mijn chocoladebroodje, drink het beste appelsap ooit, laat het flesje bubbels wijselijk voor later op de dag.

Hier zitten we toch maar. Met z'n drieën. 
We hebben het goed en hebben elkaar en ik wil dit in mijn hoofd prenten. 
Ja, als een prent, een gedetailleerde schets van hoe het nu is. 
Hun blikken, de twinkeloogjes. Hun vlechtjes. Hun lachjes.
Mijneer Nilsson mag nu op het paard. Oe oe a a, zeg ik gedwee. 
De pret kan niet op.

Ik weet niet meer waar we zijn of heen gaan: Borgloon of Villa Kakelbont in Zweden, het is me allemaal om het even, ik ga waar zij gaan, ik ben waar zij zijn en zo zijn wij. Zo zijn wij. 










We sliepen in het Helshovens Wijnvat, een aanrader. We wandelen eerst tussen de fruitboomgaarden met vrienden naar het Doorkijkkerkje, ook in de winter is het daar mooi. We kwamen de volgende grijze, gure dag door met een bezoek aan de Stroopfabriek, fijne kinderzoektocht daar. We wandelen ook in Kerniel, prachtig maar te kort, want soms zeuren kinderen, weetjewel.