zondag 19 januari 2025

Leesjaar 2024


Het leven hangt aaneen met gewoontes. 
Maar helaas, ik maakte geen boekenoverzicht vorig jaar. Dat was onmogelijk op dat moment, en ik heb er nog aan gedacht, dat ik dat jammer vond en vind. 
Gelukkig zijn er al-tijd boeken in mijn leven en was 2024 een beter jaar, zelfs een fantastisch leesjaar. Dus terug naar mijn heerlijke gewoonte: een boekenjaaroverzicht! 

Ik was wat bang om mijn leesritme te verliezen zonder het pendelen naar Brussel. Niet nodig, zo bleek. Werken tússen de boeken heeft duidelijk ook een goede invloed. En bovendien zijn de audioboeken duidelijk een blijvertje en weet ik steeds beter welke boeken ik wil luisteren, welke ik wil lezen op mijn e-reader en welke ik wil lezen op papier. Op die manier lees ik nu vaker verschillende boeken tegelijk, wat vroeger ondenkbaar leek. 
Voor wie wil meer wil lezen is mijn belangrijkste tip: je moet altijd je volgende boek hebben klaarliggen. Liefst twee of drie. Zeker na goede boeken is er een kans om stil te vallen, dus dan komt het erop aan het juiste, volgende boek te kiezen. Dus hou boekenlijstjes bij, maak reservaties in de bib, koop boeken bij een echte boekhandelaar, die je met zo'n glimlach je nieuwe boeken overhandigt dat je je al schuldig zou voelen moest je die boeken nu niet meteen gaan lezen... Laat het ene boek altijd volgen op het andere. 

Een goed leesjaar dus, veel boeken gelezen, en veel goede boeken gelezen! 

In willekeurige volgorde, of toch niet helemaal, want ik wil beginnen met All Fours van Miranda July. Ik probeer me nooit te belezen of te verheven te voelen voor een hype-boek. Gelukkig maar, want wat is dit een ontzettend goed boek. Steengoede roman. Ook hoe er (veel!) over seks wordt geschreven vond ik ontzettend straf en ongezien. Een pijnlijk besef hoeveel boeken er worden geschreven vanuit het perspectief van de wat oudere witte cis-man en dat me dat nooit echt is opgevallen. Ik heb dit zo graag gelezen en kijk er ontzettend naar uit om het te herlezen.

Ik had hoge verwachtingen van Anneleen van Offel - De stem van Sulina. Ik vond haar debuut heel straf en oh dit boek, een boek naar mijn hart. Niet echt in een genre te plaatsen (moeilijk voor bibliothecarissen trouwens!). Voor mij werkte de mix van een soort reisverslag, een moederboek, essays en gewoon een goed verhaal. 

Over naar ontzettend sterke non-fictie: Handicap, een bevrijding van Anaïs Van Ertvelde. 
De auteur wou dit boek niet schrijven, maar ze kon niet anders. Altijd die educatieve positie innemen, altijd toch weer bij die handicap uitkomen, was het echt altijd aan haar om dingen eens een beetje uit te leggen? Wat ben ik blij dat ze dit boek toch schreef. Het is razend interessant. Zonder ooit belerend te zijn, kreeg ik een serieuze les gespeld. Anaïs van Ertvelde laat je heel dichtbij komen, maar ze is wel streng en vasthoudend. Ik weet dat je misschien niet zo happig bent om een boek te lezen over handicap, maar doe het toch maar. 
Educate yourself, ik vind dat steeds meer een morele plicht. Daarom las ik ook In Their Shoes: Navigating Non-Binary Life van Jamie Windust. Het voelde niet juist om een of twee keer per jaar met een non-binaire vriend een groot gesprek te hebben, om bij te leren. Ik besefte plots dat die het misschien wel gehad had met al die gesprekken over voornaamwoorden die bijna altijd beginnen met gezeur 'dat dat toch echt niet zo eenvoudig is.'. Ik leerde in dit boek dat er zoveel belangrijkere dingen zijn om te bespreken over non-binariteit.  Dus even in hun schoenen. Ik vermoed dat er betere, interessantere boeken over het thema zijn, en die moet ik ook lezen. Zodat ik met mijn vriend gewoon kan praten over hun superschattige zoontje en kleine baby'tje.  

Audioboeken zijn geweldig, zeker bij het boek Armoede uitgelegd aan mensen met geld van Tim Sjongers. Het leek alsof hij het aan mij persoonlijk uitlegde: wat ik als mens mét geld, opgegroeid in een huis met weinig geld maar geen honger of uitgestelde medische behandelingen moet weten over mensen zonder geld. Ik beschouw mezelf toch sociaal voelend en redelijk onderlegd in maatschappelijke uitsluitingsmechanismes, en toch was dit boek echt een eye-opener. Bovendien fijn dat de auteur wegblijft van het helden-verhaal (kijk eens wat ik ondanks de generatie-armoede toch bereikt heb, een verhaal dat te vaak gekaapt wordt door het neo-liberalisme.  Belangrijk en leest vlot. 

En dan nog een boek dat ik eigenlijk niet wou lezen. Ik voelde me dit jaar echt platgeslagen door deze wereld en al die verschrikkelijke dingen die elke dag, elk uur gebeuren. Al mijn optimisme over de wereldconflicten werd helemaal onderuit gehaald. Ik hoorde Jaap Scholten een stuk voorlezen uit zijn boek Drie zakken dameskleding, twee cakes Kyiv en een sniper: naar de grens van Oekraïne, en verder. Ik kocht het boek diezelfde avond en moest het lezen omdat ik het niet wou lezen, niet wou horen. Het is een verslag dat me raakte. En dan het besef: dit is een verslag over de eerste maanden van de oorlog.
Dat is al 2,5 jaar geleden.
Slik.
Als ik dat boek zie liggen op een stapeltje in mijn huis waar het veilig en warm is, dan probeer ik er nog 4 of 5 andere bij te denken, met dezelfde verhalen van gewone mensen voor wie het leven nu al zo lang buitengewoon is, buitengewoon zwaar, buitengewoon uitzichtloos. Dat is een moeilijke gedachte. Maar noodzakelijk. 

Een mooie volgende tips is Babs Gons met Doe het toch maar.
Ik denk dat het een collega was die deze tip gaf. Op een avond zaten Hannes en ik ademloos te luisteren. Het is ontzettend heerlijk om samen te luisteren, samen op te gaan in zo'n mooie, straffe woorden. Ik denk dat we gehuild hebben, bij het gedicht Juist als we stil zijn.
Ook het titelgedicht is fenomenaal, kijk ook maar op YouTube, Doe het toch maar werd een soort mantra. Maar mijn lievelingsgedicht is toch Precies goed. Of nee, de brief aan die andere heldin, Wislawe Szymborska. En dit is nog maar één bundel. Het moet eens lukken om haar live te zien, of nog beter, live in de bib. Eens kijken of me dat lukt in 2025!


Ik had zoals vele fans uitgekeken naar Een ander leven van Bart Moeyaert. Die boekjes van privé domein hebben zoiets moois en ik voelde veel dankbaarheid voor deze pagina's, voor dit verhaal. De schrijver worstelt en nooit wordt dat een pose of een excuus. Ik heb om veel redenen veel aan mijn vader gedacht. Een ander boek, een fantastisch boek. 
Ik las moederboeken. Bloedzang van Caro Van Thuyne vond ik fenomenaal. Ik had de auteur live gezien in een literair programma op Theater aan Zee en ik wist meteen: daar moet ik wezen, dat moet ik lezen. Het is een origineel boek, een boek met lef, barok, zo veel beelden. Een boek waarbij je jezelf soms even moet herinneren om te te blijven ademen. Ze gaf deze zomer trouwens ook een leeslijst mee... 
Ik had een concept bedacht voor het festival 24u van Permeke. Een grote leesclub, waarbij een aantal leesclubs hetzelfde boek zouden lezen en dat dan in een leesclub XL bespreken mét de auteur erbij. Wat een goede beslissing om hiervoor het nieuwe boek van Lize Spit te kiezen, Autobiografie van mijn lichaam. Ik had Het Smelt gelezen en vond dat goed. De eerlijke vinder vond ik straffer, er is een beeld uit dit boek dat ik zo helder voor me zie, dat ik er precies altijd naar kan terug gaan. Dat zijn de boeken die me doen léven. Maar dan is er dit boek. Het is echt heel heel goed. De fans zijn enthousiast, en ik kan maar hopen dat ook alle nog-niet-fans dit boek zullen lezen. Het is een zwaar thema, maar het zwaarste hoofdstuk voor mij is wanneer ze genadeloos naar de verhouding met haar eigen lichaam kijkt. 






Op dat festival was ook Jonathan Coe van wie ik nog helemaal niets had gelezen. Dat heb ik met veel plezier recht gezet, door op een paar maanden 3 boeken en een half te lezen. Zijn recente boek kocht ik in het Nederlands maar beluisterde ik uiteindelijk, de audio-versie is geweldig. Ik was rond driekwart even verveeld, maar de plot was grandioos. En die lift-scène, nooit gedacht dat een oudere man dát zo goed zou kunnen vertellen, en die scène komt dan ook een aantal keer terug, zo straf gedaan. 

Ook tegenvallers. Laat me eerlijk zijn: het is ook leuk om daarover te schrijven. 
Ik las Dius van Stefan Hertmans. Heel goed boek, maar het deed me helemaal niets, het liet me koud. Niets aan te doen. Ook Abel van Alessandro Baricco viel me tegen. Niet slecht, maar ik zit te wachten op nog eens een écht goed boek van hem. 
Ik wou Empusion van Olga Tockarzuk graag heel goed vinden, maar dat is me niet gelukt. Ik voelde me te dom, het is een boek vol referenties naar De Toverberg. De achterflap vertelt me dat het een soort feministische versie van deze klassieker is, maar ondanks dat ik De Toverberg zelfs ooit gelezen heb, begrijp ik dit helemaal niet. Ook de nieuwe van Murakami - De stad met zijn onvaste muren raakte me helemaal niet. Het voelde heel erg als een B-kantje, iets wat nog ergens in een schuif lag, en dat blijkt ook uit het nawoord. 

Het jaaroverzicht kan je bekijken op Goodreads, trotse fan van het eerste uur (2014!)


Oh, er zijn nog zoveel boeken waar ik iets over wil zeggen. 
Ik zie jullie graag in 2025. Over boeken praten is misschien even leuk als boeken lezen. 


vrijdag 1 november 2024

Boos


Het is een boze dag.

Ik ben boos om dingen. Om wat hij zegt, om wat zij zegt en om wat niemand in dat groepje zegt en kan iemand alsjeblief iets liefs zeggen? En me even vasthouden? Misschien?

Dan hoor ik de schrijver, Nathan Thrall uit Israël, op het Crossing Border festival in de Arenberg. Hij schreef over een busongeluk waarbij zes Palestijnse kinderen stierven en hun leerkracht. Over hoe het meer dan 40 minuten duurde voor er hulp was: brandweer, ambulanciers,.... de bus brandde uit en toch gingen er mensen in die bus, redders. Om een jongetje aan zijn rugzak omhoog te tillen. En dan te zien: te laat. Voorbijgangers reden met gewonde, verbrande kinderen naar ziekenhuizen. Naar het goede ziekenhuis in Jerusalem, of wanneer de vrijwillige chauffeur helaas niet over de juiste kleur ID beschikte, naar een ziekenhuis in Ramallah, dat een stuk minder voorzien was van medisch materiaal, geschoolde en ervaren zorgverleners. 

Ik probeer aan te sluiten bij een ander auteursinterview, maar mijn Frans is slecht en mijn gedachten ver. 

Ik loop naar een kleinere zaal waar de Oekraïense auteur Andrej Koerkov wordt geïnterviewd. Hij vertelt dat van de honderden Oekraïense schrijvers er nog twee zijn die fictie schrijven. Of kunnen schrijven? De ene schrijft crime de andere sciencefiction.
Dat kwam binnen. 

Wat stelt mijn boosheid nog voor?
Ik wil ademen, ik wil zijn, niet denken. 

Dan is er muziek  Sheherazade. Ze zingt en ik vertaal elke zin als troost. Ik geef mezelf de vrijheid om te horen wat ik wil en dat is dat het pijn doet, echt pijn, maar dat er altijd iets anders is. Iets waar Sheherazade met haar stem bij kan, iets wat ik naast alle moeilijke woorden deze avond zomaar mag ontvangen. 

Sheherazade is mooi, ze heeft prachtig haar. Ik denk aan de schoolmuscial waar mijn jongste dochter Sherazade was, uit het sprookje van duizend en een nacht. Maar ze was ook wachter in een andere scène en ook bruidsmeisje, daar was ze op haar best, al is het oordeel van een moeder hierin volstrekt onbetrouwbaar.

Het is net in de liefelijkheid van die herinnering, en in het timbre van de stem van Sheherazade op het podium dat mijn boosheid terug groeit, wint aan belang. k dacht het boze weg te drukken, mezelf af te leiden, weg te nemen, te ontdoen, te verdwazen. Maar het omgekeerde is waar. 

Ik heb deze stem nodig, ik laaf me aan de vreemde cello, ik laat me overspoelen door de klanken, om op te staan, in de branding, om boos te zijn, om boos te mogen zijn, om deze wereld, om de absurditeit van zoveel oorlog zo dichtbij, om mijn eigen futiele boosheid maar daarom niet minder waar. Of toch.

Ik denk niet dat het helpt, literatuur en muziek. Geen oplossingen, geen verlichting, zelfs amper afleiding. 

Ik zie een man en een vrouw, ze staan recht in het donkere publiek. Ze dansen. Ik denk dat ze móeten dansen. Ik kijk naar hen, naar de muzikanten, ik kijk naar de auteurs die ongewild getuige zijn van deze wrede wereld en toch maar schrijven. En mijn hart klopt. En dan mijn handen. Ik klap mezelf tot tranen. 

En even later zit ik te lachen. Omdat Paul Lynch, waar ik eerlijk gezegd nog nooit van heb gehoord, een enorm grappige intro geeft aan mijn favoriete interviewer Melissa Giardina

Het doet deugd om nog altijd boos te zijn. En verontwaardigd. En geamuseerd. Niet minder emoties, maar méér. Dat is wat literatuur en muziek me geeft vandaag. Ik laat het gebeuren. Ik neem alle heftigheid, van alle richtingen aan. Misschien dans ik nog. Dan dans ik niet om iets kwijt te raken, maar om iets te winnen. 



zondag 15 september 2024

Ik wil twee moeders zijn

Ik wil twee moeders zijn.
Ik wil me splitsen, splijten in twee gelijke delen. 

De ene moeder vertrekt op tijd, staat aan de schoolpoort en kan ziet hoe haar dochter over de speelplaats loopt en schaterlacht om iets dat er wordt gezegd, haar blik vervolgens verwonderd zegt: je bent er al, en die moeder opent alvast haar armen. De andere moeder heeft ondertussen bij de verloren voorwerpen gekeken  deed een praatje met een andere ouder en regelde een speelafspraakje voor woensdag. 

De ene moeder houdt de dochter vast, voor zo lang als nodig, totdat het kind zachtjes weer loslaat, we hebben tijd. De andere moeder houdt de pan in de gaten, doet een proper zakje in de vuilnisbak en raapt een vreemd voorwerp op en denkt rustig, heel rustig na wat dit grijze kleine frulding zou kunnen zijn. 

De ene moeder luistert geduldig naar een lang verhaal, helemaal oog en oor, en ook huid en huid, zo kan ze nog beter luisteren . De andere moeder kijkt of die turnpantoffels niet te klein zijn, belt voor die doktersafspraak en vergeet de klasavond niet. 

De ene moeder gaat naar de klasavond, de ouderavond, gaat gewapend met een schup naar de schooltuindag en zoekt naar luizen in 4B. Terwijl de andere moeder helpt bij huiswerk, waar ze zelf amper iets van snapt, maar ze is geduldig en ze zegt m'n lieve kind, we doen dit samen. 

De ene moeder zoekt mee hoe je vergelijkingen kan typen op de computer, terwijl de andere moeder wat voor zich uitstaart, met een warme koffie in de hand, mijmert over hoe het vroeger was en hoe het later, of gewoon morgen, zal zijn. 

De ene moeder neemt een voorsprong op de volgende werkdag, kijkt na waar die eerste afspraak is en stuurt meteen nog maar die mail, dan is ook dat al gebeurd. De andere moeder zegt vriendelijk voor de derde keer dat het tandenpoetstijd is, bedenkt een mopje en zegt dat er natuurlijk nog tijd is voor een verhaal. Of twee.

En wanneer de dochters in hun bedje liggen, ruimt de ene moeder de keuken verder op, zet de afwas/brood/wasmachine aan en noteert op haar lijstje dat ze nieuwe schuursponsjes moet kopen. Terwijl de andere moeder nog even boven blijft, want ja, daar is een dochter met een angstgedachte die enkel door een wakende moeder, zachtjes ruggewrijvend, kan worden verslaan. 

De ene moeder leest het boek waarvan een vriendin zei: jij gaat dit geweldig vinden, en ze stuurt een berichtje, je kent me zo goed, ik voel me gezien. De andere moeder doet nog even iets anders, iets met haar eigen handen, iets creatief, ze komt eindelijk eens uit dat hoofd van haar.

En vlak voor het slapengaan, word ik dan weer één. 

Moe van het dubbel zijn, enkelvoudig in bed. 

Met een moederhart dat amper in dat bed past. Al past een kind met slechte dromen er altijd nog bij.

Dat is de ene week.

In de andere week, ben ik gewoon. 

Gewoon een moeder die haar dochters mist, en zich leeg voelt in het huis, of is het huis leeg, dat valt niet te onderscheiden.  Ik vraag me af hoe hun dag was, ik hoop dat er vandaag iemand was, voor hun pijntjes, verdrietjes, akkefietjes. Ik ruik even aan hun beslapen lakens, ik fantaseer het geluid van blote voetjes op de trap. Ik weet met mijn moederen geen blijf. Het moederen hangt te los en te wijd om mijn lijf. 

Ik probeer dan om meer tijd te nemen. Om ook een leuk lief te zijn, een fijne vriendin, een goede collega. En er is meer ruimte om ook zelf een dochter te zijn, een dochter van mijn moeder, en van mijn vader die er nu zo lang niet meer is, maar zijn dochter blijf ik, en dat vraagt soms tijd en veel gedachten. 

De week lijkt verdubbeld te zijn in tijd, maar dan zijn ze eindelijk weer daar. En weer wil ik twee moeders zijn. De ene moeder knuffelt lang en uitgebreid, de andere moeder borstelt voorzichtig lange blonde haren. 

woensdag 1 november 2023

24 redenen om naar de 24u van Permeke te komen



  1. Het duurt letterlijk 24u. Van vrijdag 16u tot zaterdag 24u. Heerlijk, toch?
  2. De herfst laat zich voelen. Wat is er dan beter dan boeken en schrijvers en muziek en liefst een combinatie van dat alles?
  3. De herfst laat zich voelen. Het programma dat werd uitgewerkt voor het plein zal veel regen en wind niet doorstaan. Alles zal dus plaatsvinden in de bib, maar ik vind dat ergens ook geweldig, laat de bib maar eens 24 uren knallen.
  4. Bib Permeke kreeg deze zomer een mooie herinrichting. Kom eens kijken hoe fijn het er nu is, hoe anders, hoe meer vandaag, hoe meer een plek, een echte plek. Mijn nieuwe werkplek!
  5.  Op vrijdag starten we gezellig met muziek. Iets met plaatjes kiezen, maar dan echte, vinyl. Boekje kiezen, plaatje kiezen. 
  6. Schrijver en beeldend kunstenaar Maarten Inghels stelt zijn nieuwe installatie voor waarin je papieren vliegtuigjes uit een automaat kan halen: de Paper Plane Vending Machine (from unread and unsold books). Dat wil je toch!
  7. Er is ook veel te beleven in de horeca rond het plein. Astrid Haerens zal bijvoorbeeld voorlezen uit haar bundel Oerhert in café Kiebooms. Die bundel was me veel getipt de laatste maanden.(Sorry, ik heb een exemplaar uit de bib, ik breng het voor vrijdag terug beloofd!)
  8. Vanaf 19u kan je voor slechts 15 euro genieten van een heerlijk programma met topnamen. In het auditorium, op het podium in de bib. 
  9. Peter Verhelst. Of beter: de stem van Peter Verhelst. Dat is een belangrijke reden. 
  10. Alex Deforce ken ik niet maar hij is dichter, muzikant en tekenaar. Dat maakt nieuwsgierig. 
  11. Er gaat ook lekkers te eten zijn, want het komt van Cornichon, en dat is eigenlijk een synoniem voor lekker. 
  12. Fahad Seriki, dat is blijkbaar een fenomeen. Ik wil weten of het waar is, of dit een concert wordt waar niemand stil zal blijven staan. 
  13. De ´sleep over´in de jongerenbib was snel uitverkocht. De plekken voor de lees- en schrijfmarathon zijn ook gegeerd. In deze stad zijn er dus jongeren die een nacht in de jongerenbib een geweldig idee vinden, die daar absoluut bij willen zijn. Kom langs, werp een blik op de glazen kubus waar die jongeren hangen en lezen. Gratis gelukshormonen voor iedereen die de wereld vandaag moeilijk vindt, voor wie hoop zoekt. 
  14. EN DAN DANSEN WE TUSSEN DE BOEKEN
  15. Ontbijt met het allerbeste uit 2060: koffie van de Viggo's en koeken van Lina's. 
  16. Het is ook BoekHandelWandelWeekend. Van de bib naar boekhandels wandelen.  
  17. Neem je kinderen (6+) mee naar een interactieve presentatie van Mathilde Masters. Die van 321 superslimme dingen die je moet weten over dieren of 123 superslimme dingen die je moet weten over het klimaat of van De keukenprins van Mocano. 
  18. Joke van Leeuwen. Joke van Leeuwen! Joke van Leeuwen!! 
  19. Phara de Aguirre interviewt Bart Moeyaert. Hij woonde lange tijd op 300 meter van de bib. Hij is veertig jaar schrijver. Hij is volgens mij ook 22 jaar schrijfdocent, ik was een van zijn eerste leerlingen. Ik kijk er echt naar uit om hem te mogen ontvangen in 'mijn' bib, om me te verwonderen hoe het leven dus kan lopen. 
  20. Ik zal alles verdragen, ook mezelf. Bàm, wat een titel. Kom luisteren wat daar achter zit. 
  21. Voor de kleintjes: Wilma Wonder. Ken je haar nog niet?  Hanne Luyten schrijft over duiven, takken en rupsen en de illustraties van Noëmi Willemen zijn zooooo mooi. 
  22. Vanaf puntje 18: allemaal gratis hé mannekes. 
  23. Ik heb geweldige collega´s die dit allemaal organiseren en/of intussen ook gewoon de bib doen draaien. 
  24. Dan zien we elkaar nog eens. Dan kan je vragen hoe het met me gaat, daar tussen de boeken. Dan kan ik zeggen: het gaat goed, hier tussen de boeken, hoe gaat het nog met jou? 


woensdag 6 september 2023

(10) Untiteld - Kris Martin - Kunst op het domein van UPC Duffel

Ik ben weer in het UPC Duffel. Niet voor een opname, gelukkig. Ik ga naar een nieuwe therapeut die  enkele dagen per week in de polikliniek haar praktijk houdt. 

Het is niet vervelend om hier te zijn. Het voelt niet vreemd of beangstigend. Dat is een teken dat het best goed met me gaat, besluit ik, ondanks dat niet zo voelt, en al zeker niet de hele tijd. 

Dit is de plek van het nieuw begin. Dit is de plek waar er ruimte was voor mij en waar ik eindelijk ruimte kon maken in mijn hoofd, en veel belangrijker zo bleek, in mijn lijf. Ik ben dankbaar. En trots, want ik deed het zelf.

Ik ben wat te vroeg voor mijn afspraak. Ik wandel over het domein en kom voorbij dit kunstwerk van Kris Martin. 


Ja, de bomen zijn het kunstwerk. 

Het kunstwerk wordt duidelijk toegelicht:

Een bosje wilgen (salix) werd aangeplant en, apart van het bosje, een treurwilg (salix pendula). In het bosje heerst een grote concurrentiestrijd om licht, dat hier immers de meest sturende factor is voor groei. De oorspronkelijk uitgesloten, solitaire boom kent deze concurrentie niet en zal uitgroeien tot een grote boom met een prachtig bladerdek. Met deze eenvoudige ingreep wijst de kunstenaar erop dat uitsluiting en anders-zijn ook positieve effecten kunnen hebben. (meer info)

Toen ik een tijd geleden werd gegidst langs de verschillende kunstwerken op het domein van UPC Duffel, vertelde men dat dit kunstwerk wel al enkele keren herplant werd. Wat we nu zien, is niet meer het originele werk. Of ja, wat is het kunstwerk? 

Veel meer dan de betekenis van het werk, bleef deze anekdote hangen in mijn hoofd. Want er was een idee van een kunstenaar, een plan, en dat werd uitgevoerd. Maar dan was er de tijd, de natuur, de wereld om het kunstwerk heen. Het ging niet best. Er werden nieuwe bomen geplant, de locatie werd licht gewijzigd, meer schaduw of net meer zon. 

Wat is het kunstwerk, vraag ik me af, deze bomen die niet meer allemaal de oorspronkelijke bomen zijn? Of het idee, het concept?

Ik zie mezelf. Misschien ben ook ik niet de bomen, misschien ben ik het idee, het concept. Ik ben mijn idee. Ik ben niet meer strikt oorspronkelijk. Ik heb wat bomen moeten verplanten, ik heb er nieuwe gezet. En dat is helemaal goed, ik kom naar deze therapeut om dat nog eens tegen mezelf te zeggen.

En kijk nu, kijk met me mee naar deze boompjes. Het is nazomer met hoge temperaturen, maar de herfst toont zich al in de kleine wilgenblaadjes. Ik was hier gedurende de hele lente opgenomen. De zomer zou ik rusten, ademen, bijkomen, thuiskomen, thuis zijn. Het liep anders dan verwacht. Alles veranderde. Veranderingen die ik wou en zelf initieerde maar ook veranderingen die me overkwamen. 

De herfst is in zicht en ik bleef overeind. Ik gleed niet weg. Al dat ontastbare, vage ´werk´ van de voorbije maanden heeft hiertoe geleid. Mijn boompjes zijn geknakt bij de zomerstorm. Ze zijn zwak en verdord, te weinig water, te weinig zon, ik weet het niet. Het doet echt pijn. 

Maar ik ben er nog, ik blijf gewoon mij. 
Het is mijn werk.
Ik zorg voor mijn boompjes, misschien moet ik er enkele verplanten, misschien plant ik er wel nieuwe. 


***

Dit is het tiende en laatste artikel in een reeks over kunst op het domein van UPC Duffel. 

vrijdag 30 juni 2023

(9) Camera Obscura - Luc Van Eycken - Kunst op het domein van UPC Duffel

Ik vertrek voor een laatste loopje in Duffel. Ik hoop te blijven lopen, maar niet meer in Duffel. Ik wil naar huis, ik ga naar huis. 

Ik kies voor de lange route. Ik start zoals steeds op de finse piste, een parcours met schorssnippers van 500 meter op het domein van het UPC. Er staat een soort hokje langs het parcours, en nu stond het deurtje open. Ik stopte dus even en keek naar binnen. Ik werd niet veel wijzer. 




Het is een donker hokje, een soort capsule, bekleed met lood, en bovenop een periscoop. Het is een donker hokje en ik hou niet van donker. Ook niet van hokjes. 

Ik bedenk: door deze opname zit ik misschien ook in een hokje. Het deert me niet zo. 

Nu ik terug naar huis ga, na bijna drie maanden in het ziekenhuis, merk ik dat zowel ikzelf als de mensen over mij een oordeel willen vellen. Was deze opname nu nodig? Was het zinvol? 

Dat is een lastige vraag omdat ik zonder duidelijke verwachtingen ben gestart met die ziekenhuisopname. Dus op basis van wat zou ik nu kunnen oordelen over het succes

Een poging. 

Ik voelde me veilig in het ziekenhuis. Dat was die eerste dagen erg belangrijk. 
Ik vond ook rust in het ziekenhuis. Die rustmomenten (zowel dutjes als gewoon momenten van rust waarin ik zo weinig mogelijk deed) moest ik inplannen in het therapie-dagschema. Dat hielp me, thuis vond ik die rust absoluut niet. Het aantal uren dat ik daar heb geslapen is fenomenaal. 

Ik had toegang in het ziekenhuis tot goede therapie: wekelijks zag ik zowel de psychiater als de psycholoog, zonder dat ik me ver moet verplaatsen. Ik ging ook trouw naar de sessies mindfulness, relaxatie en yoga. Er waren ook groepstherapie-sessies, maar daar heb ik niet zo veel aan gehad. Het waren 'lesjes' rond depressie, maar ik had al zoveel gelezen dat ik weinig nieuws hoorde. Het gesprek met de andere patiënten kwam ook maar zelden op gang, ik had de indruk dat de therapeuten er niet in slaagden om een veilig klimaat te creëren waarin iedereen zich kwetsbaar durft op te stellen. 
Daarnaast valt er heel veel weg bij zo'n opname: oudertaken, huishouden (al moet er wel wat gebeuren in je leefgroep zoals winkelen en afwassen) en uiteraard, een sociaal leven met vrienden en familie. Die tijd kon ik gebruiken om nog meer te rusten en om te lopen. 

Is dat een positieve balans? Ik weet het niet zeker. Ik heb mijn meisjes enorm gemist. Ik heb mijn lief weinig kunnen zien. Er is geen plotse genezing geweest, geen eureka-moment. Soms denk ik: het enige wat echt werkt, zijn tijd en boterhammen. En die waren er thuis gewoon ook? 

Het is misschien zoals dit kunstwerk, dit hokje. Ik lees dat de titel 'Camera Obscura' is, ik lees dat de kunstenaar het wil hebben over privacy. Ik probeer een betekenis te bedenken: iets wat dit kunstwerk voor mij betekent. Over het donker? Over het bekijken en bekeken worden? 

Het voelt geforceerd, onecht. Ik kan niks bedenken. 

Ik hervat mijn looptour. Ik heb meer dan een uur gelopen als ik terug langs het hokje kom. Er komt nog steeds niets, geen idee, geen connotatie. 

Het mag, zeg ik tegen mezelf, je mag lekker niks ervan vinden. Net zoals ik ook geen helder antwoord heb op de vraag of de opname in de psychiatrie zinvol is geweest. 

Misschien is dat net het antwoord: ik heb ingezien dat ik niet altijd en niet van alles iets hoef te vinden. 


***

Dit is het achtste artikel in een reeks over kunst op het domein van UPC Duffel. 



woensdag 14 juni 2023

(8) Glas in magnolia - Lotte Van den Audenaeren - Kunst op het domein van UPC Duffel.

Een van de begeleiders neemt mij en een andere patiënte mee op een wandeling over het domein langs de kunstwerken. Eindelijk iemand die met mij wil praten over alles het moois dat hier zomaar staat en hangt. Ze wijst naar een verborgen kunstwerk, in de kruin van een magnolia. Als je goed zoekt, zie je tussen de grote groene bladeren een kleine glazen sculptuur. Een breekbaar werkje van glas en keramiek. Amper zichtbaar in de herfst, een vreemd oranje object in de winter, bijzonder in de vroege lente wanneer de magnolia bloeit, en nu, net voor de zomer, verborgen in al het groen. Er hangen gelijkaardige sculpturen in Chicago, Philadelphia, Brooklyn. En in Duffel. Nice. Het is hier plots een wereldplek. Het voelt als een cadeautje: dit weten, langs deze boom lopen aan de rand van het domein en kijken of het er nog is.

Copyright foto en meer info op de website van UPC Duffel


 
Ik kreeg veel cadeautjes de voorbije maanden. 
Zo stuurde een vriend deze afbeelding:






Hij had €3,99 op mijn rekening overgeschreven. Hij stuurde ook: in plaats van te vragen wat ik voor je kan doen of hoe het gaat doe ik het op mijn manier: je trakteren op wat ik het lekkerst vind.
Dus ik ging naar de winkel, kocht aardbeien en ze smaakten verrukkelijk.

Een kennis heeft op Goodreads gezien dat ik de bundel 'Hold your own' van Kae Tempest graag wil lezen. Ze heeft een exemplaar gevonden in de kringwinkel en wil het boekje graag doorgeven. Ze springt op haar fiets en brengt het boekje naar het ziekenhuis. Ik zie haar niet maar ik ben haar zo dankbaar.

Twee lieve collega’s komen op bezoek. Ze schudden de pendelstress van zich af en wandelen met me mee langs de Nete. Ze hebben allebei een klein boekje voor me mee. Die boekjes liggen in de verpakking op mijn kamer, omdat ik ze wil sparen. Ik weet dat ik op een dag zal denken: ik wil een klein boekje. Misschien hier in het ziekenhuis, misschien als ik weer thuis ben.

De tuin van de afdeling is goed onderhouden. Het terras is gezellig, er is een grote parasol die schaduw biedt, de beplanting wordt netjes bijgehouden, het gras gemaaid. Maar de haag rondom de tuin is warrig. De takjes groeien gretig alle richtingen uit. Een van de begeleiders merkt het zuchtend op: wanneer gaan ze die haag nog eens doen? Nu glijdt mijn blik telkens naar de haag. Ik loop erlangs en ga met mijn handen door de takjes, alsof ik door de warrige haren strijk van een geliefde. Het is goed zo, wil ik zeggen, het is helemaal goed, groei maar hoe je wil. Onstuimigheid is ook een optie.

Ik kreeg van mijn mama het boek 'Faith, Hope and Carnage' van Nick Cave en interviewer Seán O'Hagan. Op bladzijde twee begin ik al meteen met onderlijnen. Ik lees buiten, op het terras van de afdeling, tot het uiteindelijk zelfs op die eindeloze zomeravond donker wordt. Er komen nog eens tranen, het doet deugd.

Een vriendin die de donkerste donkerte in mij heeft gezien, heeft me een hele tijd elke dag een bericht gestuurd. Ik ben er voor je. Ik denk aan je. Ik wens je wat zon deze dag. Ik heb al die keren onze vriendschap doorvoeld. Ik zag haar gisteren eindelijk nog eens in levende lijve. Dank je, dank je, fluisterde ik bij een stevige omhelzing. Wat later zaten we op een terras allebei te huilen, omdat het eindelijk beter gaat, redelijk goed zelfs zeg ik met trillende stem.

Ik heb een verkeerde link geplakt bij mijn favorieten. In plaats van de homepagina van Google Foto's kom ik steeds op die ene dag uit in augustus vorige zomer. Een vriendin en ik, roze kaken van de zon en glas wijn (of twee), ergens aan de Schelde. Het is heerlijk, zo vertelde ik haar vorige week, elke keer duikt die foto weer op en mag ik terugdenken aan die avond, het is een houvast.   

Ik denk aan het glaswerk in magnoliaboom. Ik stel me de kunstenaar voor die zich soms afvraagt hoe het nog gaat, met haar kwetsbare objecten in die bomen overal. Zou ze trots zijn? Of bezorgd? Of grinnikt ze misschien? Ze hangen daar toch maar mooi. 

Zo koester ik al deze gebeurtenissen. Trots. Bezorgd. Dankbaar. En ik glimlach, om de aardbeien, de warrige haag, de tranen op het terras. 

***

donderdag 8 juni 2023

(7) Kapel van het niets - Thierry de Cordier - Kunst op het domein van UPC Duffel


Ik ga naar een groot kunstwerk.
Ik ben klein.
Iedereen is hier klein. De mensen die hier verblijven, maar ook de bezoekers.
Er is meestal iets groots aan de hand, iets heftigs, iets dat de menselijke draagkracht overstijgt.
Dan kan je naar hier komen, naar deze plek. 


Ik stap binnen. 
De ruimte stijgt meters boven me uit.
Het is een kapel, de kapel van het niets.
Langs de buitenkant helemaal zwart, binnenin helder wit. 
En open, dus ook groen van de bomen en blauw van de lucht.
Het wit is het goddelijke, de zuil is de mens. Zeggen ze.







Het is allemaal goed voor Maria, zij waakt over de ingangsdeur. 

Hier is het rustig, hier is het stil.
Als je de deur sluit, klinkt er een dof geluid, een galm.
Je bent opgesloten maar je voelt je vrij, er is veel ruimte om je heen.

Hier, in deze stilte, in deze ruimte die voor nu helemaal van mij is, zie ik het plots helder.
Het zijn niet de grote dingen.
Het zijn kleine dingen.
Het zijn kleine dingen met veel ruimte eromheen, kleine dingen die plaats krijgen.
Tijd. Witruimte. Ademruimte. Denkruimte. Voelruimte.

Enkele kleine dingen in mijn hoofd, haken zich plots aan een groot gevoel.


Ondertussen is de schilder bijna klaar. Het is nochtans een grote klus. 
Met ook maar twee handen en een kleine verfrol.
Ik kom morgen terug neem ik me voor.
Ik kom weer wat klein zijn.




dinsdag 30 mei 2023

(6) The Stone Garden - Orla Barry - Kunst op het domein van UPC Duffel

Je kan hier, op het domein van het psychiatrisch centrum in Duffel, in de put gaan zitten. Het is een mooie put. De zitjes zijn gemaakt van gladde leistenen, de bodem is bedekt met allemaal ronde keitjes, in een patroon van golven en spiralen. In een lentezonnetje zijn de leistenen aangenaam warm. Aan de andere kant van de put zit je in de schaduw van esdoorns en is het frisser. Je kiest maar. 


De put ligt midden op het grote domein maar door de oriëntatie van de gebouwen is het zo dat er weinig ramen rechtstreeks op uit kijken. Ik vraag me af of dat toevallig zo gekomen is, of een weldoordachte keuze. Je zit hier rustig. 

Je horizon wijzigt. Je daalt af via de trapjes, gaat zitten en het gras bevindt zich plots op ooghoogte.. Als je meer van de wereld wil zien, moet je hoofd optillen, je blik omhoog gooien. Als je gewoon recht voor je kijkt, zie je gras, madeliefjes, boterbloemen. Dat doet iets. 

De put kan een poetsbeurt gebruiken. Er is een tekst gelegd met de keitjes, maar ik kan de woorden niet ontcijferen, dus ik zoek het op: 

De Ierse kunstenares Orla Barry creëerde een verzonken zitput. The Stone Garden is qua vorm en materiaal gebaseerd op  traditionele Ierse ontmoetingsplaatsen. In de bodem van de zitput vormen gekleurde keien de woorden “it’s nearly summer – it’s nearly spring – it’s nearly autumn – it’s nearly winter”. In de kuil word je geconfronteerd met de stroom van je leven. lees meer


De verwijzing naar een ontmoetingsplaats is logisch, je kan hier makkelijk met velen zitten, maar ik zit hier vandaag net om alleen te zijn. Ik wil even in de put zitten, even verzonken in de wereld. 

Toen ik arriveerde op de afdeling voor de behandeling van depressie, voelde ik me een uitzondering. Een a-typische patiënt. Ik dacht dat dit namelijk de basispositie was van de depressieveling: zittend in een diepe put en alle kracht en energie verloren om eruit te klimmen, continu somber, bedroefd en radeloos. Maar bij mij was er geen sprake van opeengestapelde problemen, er was eigenlijk nauwelijks een probleem. Er was niets gebeurd dat mij in de put getrokken had, geen groot verdriet, geen acute rouw. Nee, bij mij was het veel complexer. Dat dacht ik toch. 

Nu weet ik dat die typische patiënten die een negatieve spiraal van problemen en moeilijkheden achter zich aanslepen, de uitzonderingen zijn. Alle anderen, waaronder ik, vragen zich nog altijd af: hoe kom ik nu in deze depressie terecht? We leren hier door zelfonderzoek waar onze kwetsbaarheid, onze ‘vatbaarheid’ voor depressie zit, en hoe een omgeving dit in de hand kan werken en welke gedrags- en denkpatronen niet helpend zijn. Maar we blijven verwonderd naar onze eigen depressie kijken.
Hoezo, bij mij? Hoezo, ik? 

Er is eigenlijk helemaal niks, zegt de worstelaar terwijl hij zijn brede getatoeëerde armen in de lucht zwiert, machteloos en gefrustreerd.

 Ik had het lastig in de coronaperiode, zegt de lieve winkelbediende, en toen kreeg ik een soort smetvrees en nu zit ik al maanden in deze depressie en ik weet nog altijd niet wat er is gebeurd. 

Ik dacht dat het me allemaal wel lukte, vertelt een jonge mama, maar ik besefte pas dat er een probleem was toen iedereen in mijn omgeving zich zorgen begon te maken, en nu weet ik eigenlijk nog steeds niet wat er aan de hand is. 

Depressie is een rommeltje. 
Het is meer dan een dipje, lastiger dan even in de put zitten. Maar verdere definities zijn moeilijk. We functioneren niet meer, we zitten vast. Dat delen we allemaal. 

En ik zit hier, in deze mooie put. Hier fluiten vogels. Hier is een horizon, bezaaid met madeliefjes. Ik moet hier niets doen, ik moet hier zelfs niet naar antwoorden zoeken. Gewoon wat kijken, in de wereld zijn. Ik voel dankbaarheid, opgelucht dat ik even uit de rommel ben, hier in de put. 


***


Dit is het zesde artikel in een reeks over kunst op het domein van UPC Duffel. 

 

 

dinsdag 23 mei 2023

(5) - Job Koelewijn - 101 keer waar het op aan komt - Kunst op domein van UPC Duffel


Het lijkt wel een gigantische versterker. Of een scherm voor aankondigingen.
Ik wandel langs het werk en beeld me in dat er plots woorden klinken Of dat er tekst verschijnt. Dat zouden aanmoedigingen kunnen zijn, bedenk ik. Hou moed. Of: Elke keuze is lastig, tot je ze maakt.  Of deze: Het mooiste wat je kunt worden, is jezelf. 

Ik heb niet zoveel inspiratie voor wijsheden die ik zou willen horen. Ik hou niet van de zogenaamde tegeltjeswijsheid, omdat het zelden helpend is. Voor mij. Nu. Hier. 

Vorige week trapte ik in de val van de zelfhulp. Ik beluisterde een podcast die zou gaan over hoe te veel werken ook een vorm van verdoving is. In mijn proces hier kwam dat ook naar boven. Ik wou deze aflevering dus graag beluisteren want ik snakte naar herkenning en hoop dat het anders kan. 

Zelfhulpboeken, websites en podcasts zijn echter niet onschuldig. Er zit vaak een strak verdienmodel achter, het verdienen van geld op de miserie van een medemens vind ik onethisch en mensonwaardig. De inzichten die worden gedeeld zijn soms enkel gebaseerd op de eigen ervaring of ‘het gevoel dat ik anderen wil helpen bij hun zoektocht’. Een blogger of podcastmaker benoemt zichzelf dan trots als  ‘maker/schrijver/coach én ondernemer’, het is geen geheim dat er geld wordt verdiend. Het zijn vaak vrouwen, en ik krijg de kriebels van het #girlboss-feminisme.  Het is een heel dun geprivilegieerd soort feminisme waarbij het vooral gaat over het eigen gelijk en geluk, en weinig over de algemene en broodnodige strijd om gelijkwaardigheid. 

Dan nog zou je kunnen argumenteren dat dat verdienmodel er niet toe doet, en dat iemand er maar mee geholpen kan zijn. Dat is zeker zo, maar er is een belangrijke disclaimer die vaak wordt vergeten: zelfhulp is niet aangewezen bij zware mentale problemen.
Als je niet meer functioneert, je bed niet meer uitgeraakt, niet meer helder kan denken, de hele dag door somber en ongelukkig bent, dan gaat zelfs het beste boek, het allerbeste advies van een ervaringsdeskundige je niet helpen. Een zelfhulpboek is géén alternatief voor een professionele behandeling van mentale problemen

Ik ben ondertussen goed geholpen met medicatie (wat een hele zoektocht was), met een goede psychiater en psycholoog, en met relaxatie/mindfulness/meditatie.
Als ik één ding heb geleerd de voorbije weken: inzichten zijn helemaal niet zo belangrijk. Ik heb die ontzettend overschat de voorbije jaren. Als ik het begrijp, dan zal het vast veranderen, dan kan ik veranderen. Ha, had ik het even mis! Ik had nog honderd boeken kunnen lezen, mét waardevolle inzichten, het had me niet geholpen. Inzichten zijn niet meer dan een beginpunt, en dan wordt het meestal pas echt lastig. Het is je gedrag dat je moet aanpassen en tussen inzicht en werkelijk gedrag gaapt een groot en bedreigend niet-weten. Daar houdt een boek op en daar heb ik net hulp bij nodig. De claim dat zelfhulpboeken je leven kunnen veranderen, vind ik dus problematisch. 

Toch trapte ik in de val van de zelfhulp, waarbij nog een ander kwalijk gevolg naar boven kwam. Ik luisterde naar die podcast over de verdoving van het doen, over hoe hard werken en bezig blijven vaak een vlucht is, om vooral niet te voelen. Bovendien, zo wordt er gesteld,  wordt deze destructieve strategie in onze maatschappij gewaardeerd en zelfs aangemoedigd: wat een harde werker, fantastisch! 

Na het luisteren naar het zelfhulp-advies, voelde ik me doodongelukkig. Dat klopte niet: ik zou me toch net gesterkt moeten voelen, gezien en erkend? Nee, ik was uitgeput, leeg. Hoe kwam dat? Ik luisterde toch om nog wat extra motivatie te vinden, om nieuwe inzichten op te doen? Ik begreep mezelf niet en ging onrustig slapen. 

De volgende dag wist ik waarom: door deze podcast kreeg ik het gevoel dat het allemaal mijn eigen schuld was. Ik was zo dom geweest om te blijven rennen. Ik had deze depressie (of toch dit aspect, want het gaat wel over meer dan deze verdoving/vlucht) aan mezelf te danken: ik heb het gewoon niet goed gedaan. Ik heb het aan mezelf te danken. Eigen schuld, dikke bult. 

Gelukkig heb ik een lief met wie ik kan praten, gelukkig heb ik nu professionals aan mijn zijde die met me mee denken. Want nee, ik kan mezelf nu niet helpen met een boekje of een podcast.Ik heb hulp nodig, hulp van anderen, hulp in de vorm van mensen, knuffels, professionele begeleiding, oefeningen. 

Ik overdenk dit allemaal terwijl ik passeer aan dit kunstwerk. Ik weet dus niet welk helpend advies op deze billboard zou kunnen verschijnen of door deze speaker zou kunnen weerklinken. Elk advies of inspirerende quote schiet hopeloos tekort in deze omgeving, waar mensen zijn opgenomen die al werkelijk alles hebben geprobeerd en nu toegeven dat ze niet meer kunnen, dat ze meer hulp nodig hebben. Hier zijn mensen die elk pinterest-bord met goede quotes volledig zijn ontgroeid. 

Ik zoek op hoe het zit met dit kunstwerk. Ik had het juist met mijn interpretatie: 

Job Koelewijn installeerde voor de tweede Triënnale “What matters – Waar het op aan komt” dit monumentale billboard in de vorm van een Marshall-versterker. 

Blijkt dat het kunstwerk enkel ‘werkt’ bij evenementen:

Je hoort het gedicht van W.M. Roggeman: “Waar het op aan komt”, voorgelezen door 101 verschillende personen. Doordat de tekst niet feilloos wordt voorgedragen, voelt het menselijk en broos. Het geheel klinkt als een oneindige, meditatieve mantra. (lees meer)


Ik zoek het gedicht op. 

Waar het op aan komt -  W.M. Roggeman

 

Waar het op aan komt

 is datgene wat je verzwijgt

 als alles al gezegd is,

 is dat wat van je overblijft

 als je er nog altijd bent.

 

 Zoals ook ik er niet meer ben

 wanneer je niets meer tot me zegt,

 of wanneer je mijn naam niet meer noemt.

 Zoals ik zwijg in wat ik herken,

 zo is het.

  

De stilte van je woorden.

 De klanken van je zwijgen.

 Daar gaat het om.

 Om niets anders.

 Geloof mij. Op mijn woord.



Het gaat over stilte, het gaat over zwijgen. Het gaat over het geven van geen enkel advies. Dat is waar het op aan komt. 

Wanneer ik nu aan dit kunstwerk passeer, herhaal ik stilletjes fluisterend de titel: waar het op aan komt, waar het op aan komt. Vervolgens zwijg ik bewust. En zo helpt ook dit kunstwerk, net omdat het zwijgt, net omdat het mij vertelt dat stilte de beste zelfhulp van allemaal is. 


PS: een aanrader is trouwens 'Hoe ben je zo!?', de anti-zelfhulp-podcast van een stel vrolijke Nederlandse psychologen. Ze maakten recent een top tien van zelfhulpnonsens. 


***

Dit is het vijfde artikel in een reeks over kunst op het domein van UPC Duffel. 

 

maandag 15 mei 2023

(4) Molen - Mia Missinne - Kunst op het domein van UPC Duffel

Mia Missine - Molen (2013) - meer info


Soms werkt een kunstwerk heel eenvoudig. Je maakt een sterke associatie vanuit het kunstwerk met iets wat je kent: een beeld, een herinnering,... De beleving van het kunstwerk komt vanuit je hoofd, langs je hart, het gaat snel en eenvoudig. 

Ik denk bij deze windmolen aan mijn job. De kantoren van publiq liggen naast het Brusselse kanaal. Langs dat kanaal staan kleurrijke windmolens, zoals vroeger op het strand. 

Copyright ADT.ASO (P.Sa.)

De vrolijke veelkleurige molentjes ratelen zachtjes bij wind. Ik fiets naar het werk enkele honderden meters langs deze molentjes en ze maken een verschil. Ik kijk elke keer. Als de hemel staalblauw is. Als de hemel helemaal grijs is. Als er mist hangt, en ik me bang en onrustig voel, dan zijn de molentjes er ook, de molentjes kan ik altijd zien. 

Ik verlies vele rollen met deze opname. De rol van collega mis ik erg. De rol van werknemer, teamleider, directeur, partner voor andere organisaties, koffiekletser in de keuken, treingezel richting Antwerpen. Ik ben er al maanden niet en ik weet ook niet wanneer ik er weer zal zijn. Ik weet wel dat er veel veranderd zal zijn en dat er nog meer verandering op til is. 

Ik lees dat de windmolentjes in Brussel de wijk willen opvrolijken, het imago van de kanaalzone verbeteren. Dat lukt, als je het mij vraagt. De molentjes draaien en elke passant begrijpt het, ziet het meteen. Hier werkt de nostalgie, het herinneren, je bent nog altijd het kind, en je bent de volwassene die de kleuren ziet, de beweging ervaart. Die verder wandelt of fietst. En glimlacht. 

Deze molen op het domein van het Universitair Psychiatrisch Centrum in Duffel is roestig, grotesk en draait niet. Dit kunstwerk maakt me triest. Omdat ik mijn werk mis, de fietstochtjes langs het kanaal op mijn plooifietsje, denkend aan de vergaderingen van de dag, de dingen die ik wil vragen aan collega's, een nieuw idee.
Maar het maakt me vooral triest omdat deze molen niet werkt. Bovendien is hij roestig, hij kan niet werken. 
Ik vind dit kunstwerk makkelijk en lelijk. 

Ik kom meestal voorbij deze molen tijdens een looptraining. Ik versnel mijn pas en loop naar een volgend kunstwerk, dat me wel iets doet. Ik loop verder en denk aan molens die wél werken. 

***

maandag 8 mei 2023

(3) Shiretoko #1 - Katrien Vermeire / Alexia - Dirk Braeckman - Kunst op het domein van UPC Duffel

Er zijn twee wachtzalen aan het onthaal van het Universitair Psychiatrisch Centrum in Duffel. Als je binnenkomt heb je links een wachtzaal waar een foto van de zee aan de muur hangt. Groot en zacht golvend. Rechts heb je een wachtzaal waar een foto hangt van iets bruins, iets onbestemds, een kleiner beeld. Je kan kiezen voor de stoelen aan zee of voor de zacht lederen fauteuils bij het hout, of de close-up van haar, of wat het ook is op die foto. 




Het bijzondere is: hier moet je niet meer zijn.

Je meldt je aan op dag één, je vult papieren in. Je moet een handtekening zetten onder een formulier dat zegt dat het ziekenhuis verantwoord met je gegevens zal omgaan, je zegt dat je graag vegetarisch eet en je overhandigt, als je geluk hebt zoals ik, het kaartje met de gegevens van de hospitalisatieverzekering. 

Je wordt de weg gewezen naar het gebouw van de juiste afdeling. Daar zal je zijn op dag twee, drie, vier, vijf en onzeker lang. Zeker is dat je in weken gaat tellen en niet in dagen. Je telt in weken zoals je doet bij een opzegtermijn of een dieet. Je telt af en tegelijkertijd op. Misschien tel je zelfs in maanden, zoals je dat doet bij baby’s. Je houdt bij wat een baby leert aan de hand van het aantal maanden. De eerste keer rollen op vier maanden, het eerste stukje broccoli op vijf maanden,. Ik herinner me de geruststellingen, dat het bij iedere baby anders is, dat ieder kind zich op zijn tempo ontwikkelt. Er is meestal helemaal niets om je zorgen om te maken. En toch tel je de weken, de maanden en maak je je zorgen. 

Het onthaal blijft een onthaal. Ik ben al lang onthaald. Ik tel: zes weken, anderhalve maand.
Het is een vreemd woord. Onthaal.
Halen zoals in naar je toe brengen, het bij zich brengen.
Ont zoals in ontregeld, ontdaan, ontzet, ontkomen, onthuld.
Het ongedaan maken van je naar hier halen?
Ik heb mezelf naar hier gehaald. Ik werd warm ontvangen. Ik was en ben ont.  

Op mijn eerste dag, toen ik aan het onthaal kwam, koos ik niet voor de ene wachtzaal en niet voor de andere. De zee was me op dat moment veel te open, te weids, en vooral: te ver. Eindeloos ver weg leek de zee, als een plek die ik nooit meer zou bereiken.
De foto van het hout, het haar, of het meisje Alexia, want dat is de titel van het werk; was me te raadselachtig, het maakte me nerveus, ik kon niet denken, ik wou niet associëren, zelfs niet vanuit een zachte stoel. 

Ik draaide nerveus rondjes voor een prikbord, iets verderop in de gang van het onthaal.
Mededelingen allerhande. Kleurplaten van Duffeltje het knuffeltje, het familieproject van het UPC. Een oproep voor deelnemers aan wetenschappelijk onderzoek. En een gedicht. Het vergt al mijn concentratie om het lange gedicht te lezen, maar toch klamp ik me vast aan woorden. Woorden, altijd woorden, woorden zijn mijn houvast. Misschien troosten woorden meer dan beelden, misschien zijn woorden meer voor troost en beelden meer voor hoop. Zou dat kunnen? 

Soms, als ik terugkeer na een rondje rennen in het park hier vlakbij of op de dijk aan de Nete, neem ik de ingang van het onthaal. Ik kijk in het voorbijgaan naar de kunstwerken. Ik zou nog steeds niet weten wat ik zou kiezen, links of rechts. Het blauwe of het aardse. 

Vandaag zat er een vrouw op een stoel bij de zee. Haar blik was afgewend van het kunstwerk. Er stroomden tranen over haar wangen, ze huilde erg stil. Ik liep snel verder, ik schaamde me omdat ik haar leed had gezien en vervolgens deed alsof ik het niet had gezien. 

Ik wou dat ik kon terugkeren. Ik zou de vrouw rustig aankijken. Ik zou zeggen: er is ook een gedicht, misschien wil u woorden, het gedicht hangt daar. Ik zou wijzen. Ik zou ook zeggen: u mag ook gewoon huilen tijdens het wachten, niet kijken, niet lezen. Het wachten aan het onthaal van de psychiatrie is al veel, misschien hoeft daar nu even niets meer bij. Geen beeld, geen woord. 

Ik weet: na het wachten komt het tellen. Misschien ook voor deze vrouw. Het tellen van dagen, weken, en vervolgens maanden.
Ik neem me voor om als het weer eens moeilijk gaat, naar het onthaal te wandelen en daar in een wachtzaal te gaan zitten. Aan zee of aan het golvende haar. Misschien zal ik huilen. Dan weet ik of het waar is, wat ik had bedacht. Dat woorden troosten en beelden doen hopen. 


***

De troostzoekers


Zoals geluk gevaarlijk is voor wie er spaarzaam mee omgaat,

voor wie niet-leven een koud kunstje werd, voor wie hier binnenkomt

en twijfelt aan alles wat mooi is, twijfelt aan zijn plek in de wereld,

voor wie eindeloos teert op het verlangen naar beterschap,


voor wie niet breekbaar wil zijn net zo min als populierensterk

en wie mij raakt geef ik de wind, voor wie met een bevel tot

omhakken in de hand rillerig plaatsneemt of juist wil opbloeien

en zie me, voor wie alleen wil zijn maar het niet langer meer kan.


Zoals geluk gevaarlijk is voor hen die het niet kunnen delen,

voor wie wel glimlacht maar de snik onzichtbaar en hoog in

de keel heeft, voor wie alles verloor waar hij van hield, voor hen die

de koek uit de mond sparen en altijd andermans honger stillen,


voor wie weerloos omgaat met de dingen, voor wie iedere

avond zichzelf het donker van zijn kop injaagt, voor wie de hoop

heeft opgegeven als een zieke kameraad, voor wie van alles denkt

maar te weinig uitspreekt, voor wie moe is maar niet meer


in slaap komt en eeuwig ligt te woelen, voor hen die willen leunen,

voor wie onder de mensen wil zijn als onder een warme deken,

voor wie niet weet wie hij is en altijd onzeker, we zijn de leegte,

zeggen we, we zijn de leegte en weten niet hoe ons te vullen.


Zoals geluk gevaarlijk is voor de roekeloze, voor wie verstrikt zit

in eigen-ik, voor wie de weerloosheid weg-eet, koopt, slikt, voor wie

zichzelf bezeert omdat een ander het niet meer doet, voor wie

stemmen hoort maar zelden een lief woord, voor wie bang is om


verlaten te worden en in een leeg huis thuis te komen, voor wie zélf

uit voorzorg iedereen verlaat, voor wie weet dat het hart op vele

manieren kan breken en vergeet dat het ook op vele manieren

weer kan helen, voor wie en voor iedereen is hier de plek.


Marieke Lucas Rijneveld


Shiretoko #1  - Katrien Vermeire 
https://www.upcduffel.be/kunstcollectie/shiretoko

Alexia - Dirk Braeckman
https://www.upcduffel.be/kunstcollectie/alexia

***

Dit is het derde artikel in een reeks over kunst op het domein van UPC Duffel.