donderdag 27 juni 2013

Mijn heerlijke job.

Ik heb toch een geweldige job. Zie me daar ne keer staan.



Ik speechte in de plantentuin in Leuven en na mij kwam kunstenaar Koen Vanmechelen en minister Schauvliege. Dat is niet slecht. En ik was 's ochtends ook al op Radio 1. Het had allemaal hiermee te maken:




Maar kijk gewoon eens bij Vlieg wat dat allemaal is. Of naar Vanthilt. Of op Cobra. Of Rob tv.

Zo'n perslancering, dat is geweldig leuk. Het is allemaal netjes gelukt en we zitten echt op een wolkje.

Maar dat is het net, wij. Want het allerleukste aan deze dagen, zijn de collega's. Het is allemaal dankzij hen. Die zotte bende. Op de teambuilding stonden we onlangs nog tot een kot in de nacht te dansen en de week erna zit iedereen kei hard achter zijn computerke mee te werken aan deze actie. Ze helpen het Vliegteam, vragen hoe het gaat en liken en sharen. Schatjes stuk voor stuk. Waarvan er eentje morgen vertrekt (snif snif).

Teamwerk, dat is zo'n hol woord. Samen-werk klinkt als iets evangelisch. Maar begrijp je wat ik bedoel?

Foto's van Annemie, nog zo'n geweldige collega

zondag 23 juni 2013

De wereld noemen.

Ze fladdert door het leven en benoemt haar wereld. Ze ontdekt woorden. 
Maar ook systemen.

Warm. Niet koud.
Groot. Niet klein.
Leuk. Niet leuk.
Uitdoen. Aandoen.

Door te blazen wordt iets koud.
ni wamme hé
 
Je bent moe tussen wakker zijn en slapen. Zo zijn er dan plots drie dingen:
jakkej
moe
japen

En één woord heeft meerdere gevolgen.
zonne sijn
wamme hé
kotte bjoek
ni kou hé
sannedaje aanedoen
kèim, kèim aanedoen, Oona ook


En ze krijgt een toefje zonnecrème op haar vinger en smeert die heel behoedzaam op haar wangen. Ze ziet streng toe of we geen plekje vergeten. Mama ook. Papa ook. Oona ook.

Oona inne bad
Oona uite bad
inne bad
uite bad 
inne bad
uite bad 
.. 
En dan is het plots stil. Want ze zit op de rand van haar kleine zwembad en kijkt me glunderend aan. Voor deze grens, deze overgang heeft zij nog geen woorden. Ze lijkt het heerlijk te vinden daaraan te ontsnappen.

's Avonds lees ik nog een verhaal van Jip en Jakke. Er staan vreemde woorden in. Ik breid er zélf mijn woordenschat mee uit. En zo wordt ook mijn wereld via de hare elke dag een stukje groter.


maandag 17 juni 2013

Gezien: Opera Buffa

Lang leve de systemen in het Vlaamse cultuurlandschap: lang leve reprises! Een jaar of twee geleden had ik Opera Buffa gemist, maar hoezee, er volgde nu nog een hele tournee, onder andere in de Roma. En de verwachtingen werden ingelost, voor het hoofd én de maag. De voorstelling is een soort van theatrale culinaire mini-opera. Voor deze voorstelling werd een aparte constructie gemaakt: met 200 man neem je plaats aan lage en hoge tafels. Rond de tafels loopt een soort van passerelle, en vooraan is de keuken, daarboven staan muzikanten.
Het eerste hapje gaat erin en hop, we zitten in een restaurant waar de chef, Don Giovanni, duidelijk met meer dan één serveerster heeft gesmost. Prachtconcept. Geef me eten en voer voor de ziel en ik ben gelukkig. Tussen de actes en gangen door kan ik bovendien met mijn liefke praten over eten, leven en liefde.
We drinken iets lekkers en het verhaal loopt binnen. De ene acteur is duidelijk vooral een zanger, de andere zanger vooral een acteur. En zo eten en luisteren we verder. De bewerking is goed gedaan, er worden nederlandstalige operettestukjes toegevoegd om het verhaal (in de restaurant-setting) te verduidelijken. De muziek is me wat te beperkt, je mist toch wel een orkest, die basgitaar, die zeurt wat na een tijd. Maar hé, ik zou niet durven klagen met een schitterende risotto achter de kiezen. Dat Peter De Bie en Laika vooral blijven theater maken, ik kom terug.

Dit filmpje geeft een impressie, al is de cast intussen al wat gewisseld.


opera buffa trailer from Jan Bosteels on Vimeo.

dinsdag 11 juni 2013

Naaisels

Dat naaimachine staat daar. Op mijn speciale naaikamer. En die overlock staat er al helemaal te staan.
Geen tijd? Nee, geen goesting. Maar ik had voor mijn verjaardag van mijn naai-vriendinnekes het boek Zelfgemaakte kleertjes gekregen en een super mooi stofje en toebehoren van Julja's shop voor een zomerjurkje. Het past perfect en het staat haar beeldig.



Ik kocht zelf ook nog een olifanten-stofje voor de kleine meid. Want Jongens, meisjes, aan de kant, hier komt papa olifant... dat is een mega-hit, en wordt het liefst van al gezongen (ahum) op de fiets als we door de stad zoeven.
Een leuk rokje, maar het is wat groot. Ik heb nog een half-afgewerkt rokje liggen dat ik ga afwerken met elastiek in plaats van tricotband, misschien dat dat beter blijft hangen, want midden op straat, met je rokje naar beneden, dat wil geen enkele vrouw twee keer meemaken.
Bijpassende t-shirtjes zoeken, dat vind ik niet tof. Net als ik fel rood wil, hangen de winkels vol met pastelkleuren en prinsessendingen. Maar bon, gevonden, na een winkel of zeven.


Mijn zonnetje in de zon, dat is genieten.


zondag 26 mei 2013

Het moeilijke van geluk

Ik voel me niet schuldig over mijn geluk. Dat is het niet. Maar ik heb het zo moeilijk in gesprekken. Ik probeer weinig te zeggen, veel te luisteren, maar ik weet niet meer in welk kader ik moet spreken.

Het lijkt of alles fantastisch gaat in mijn leven.
Een bekentenis, het lijkt niet zo, het ís zo. Oona is een prachtkind. Ze eet goed, ze slaapt goed, ze praat goed, ze gaat graag naar de crèche, ze heeft lieve grootouders die haar graag knuffelen en kietelen. Ik lees rampscenario's over het ouderschap in boekjes. Ik herken me nergens in. Ik ben niet oververmoeid. Ik had even een virus in mijn lijf, maar ook daar ben ik al weer vanaf. Ik heb niet te weinig tijd. Nee, echt, uiteraard zou ik liever nog vaker bij mijn liefkes zijn, maar ik heb niet het gevoel dat ik mijn leven achterna hol. Dat ik altijd keuzes moet maken: ik doe het meestal allemaal. Ik heb nog nooit behoefte gehad aan tijd voor mezelf, wellicht omdat ik dat altijd al had. Ik heb geen zorgen over een huis. Ik heb geen zorgen over centen. Ik heb een fijne job, met een redelijke baas en collega's die vrienden zijn. Ik heb nog nooit afscheid moeten nemen van iemand die me lief was. Ik heb een lief dat me elke dag doet lachen. Ik zit nooit alleen aan tafel.

En ik besef de laatste dagen de uitzonderlijkheid van dit geluk. Ik was er lang van overtuigd, er is een onevenwicht in spreken: we praten sneller, meer en langer over verkoudheden die niet overgaan en de kostprijs voor een geïsoleerd dak, dan over de unieke klank van een peuter die een liedje zingt (papaaj ziek, appejmoes, ni terven)  of een mini-tuin waar plots weer alles in bloei staat. Maar dit idee moet ik laten varen: er is meer aan de hand dan de aanlokkelijkheid van klagen. 
De balans is niet in evenwicht in ons spreken, maar vooral, niet in het leven. Het geluk is onregelmatig en onrechtvaardig verdeeld.  En er valt daarvoor niets of niemand iets te verwijten, gebeden en meditaties ten spijt. De ene heeft geluk, de ander minder, en nog een ander ziet het geluk slechts af en toe passeren.

En ik sta midden in de levens van mensen die ik graag zie, allemaal met stukjes ontbrekend geluk. En ik weet niet meer wat ik nog kan zeggen, badend in mijn alledaags geluk.

Een vriendin vraagt me, of dat niet altijd de basis van een goede relatie is, de kracht van het compromis? Ik begin een zin, ik praat wat in de lucht en besef dat ik hier niets op kan zeggen. Ik heb geen idee. Ik heb niet het gevoel dat ik compromissen sluit. In mijn relatie gaat dat allemaal vanzelf. De liefde, dat is heel eenvoudig.
Een andere vriendin wordt gek van de eenzaamheid. De lege helft van het bed. Ik zeg dat nu toch zo'n fijne avond is, nog twee glazen wijn en ze valt toch zo in slaap? Ik bijt op mijn tong. Wat is dat weer makkelijk gezegd. Mijn bed is nooit halfleeg, mijn nacht zit tussen een lieve slaapwel en een nog lievere goeiemorgen,  dat is al jaren zo. Ik weet niets van eenzaamheid.
Nog een andere vriendin kreeg haar ontslag, omdat ze durfde te spreken over haar onzekerheid. Ze sluit haar mail af met 'je vriendin die het allemaal niet weet' en ik vraag me af wat ik kan zeggen want ik weet niets over het zoeken naar jezelf, naar je prioriteiten. Dat gaat bij mij vanzelf.

Ik geniet van mijn fijne leven. Dat ben ik iedereen verplicht. Ik doe mijn best om intens en bewust te genieten, want dat wordt men dan op het hart gedrukt, door vriendinnen met zorgen: geniet van je geluk. En o ja, o ja, ik ben bang voor de boemerang. Hoe lang gaat het nog vooruit, wanneer zal het keren? Maar het is sadistisch en niet correct om daarover langer na te denken.

En zelfs nu, terwijl ik het schrijf. Ik eet van een lekkernij van de markt, dochterlief slaapt, in mijn huis is het stil en straks gaan we nog naar het zwembad en steek ik mijn benen weer ergens onder tafel. Ik voel me niet schuldig, omdat dit wéér een geweldig weekend is. 
Ik voel me schuldig omdat ik de laatste dagen minstens drie gesprekken heb verknald, door het verkeerde te zeggen. Ik hoor mezelf spreken in algemeenheden (een diploma, dat maakt toch niets uit), hoe ik mijn geluk en de ander zijn ongeluk minimaliseer tot het absurde, en ik-begrijp-het-helemaal-veronderstellingen  (dat zal wel zwaar zijn, het vooruitzicht van nog meer dan tien chemokuren). 
What the f**ck weet ik er nu van.
Ik moet anders leren spreken vanuit mijn geluk. Ik zie jullie daarvoor veel te graag.




woensdag 22 mei 2013

Gezien: Jacobsneus (en blij dat ik ben!)

Ah, hoogspanning, na vorige voorstelling ben ik mega fan van Studio Orka. Nu weer een locatievoorstelling, bij de onderhoudsdienst van Wilrijk, begot. Op pinkstermaandagochtend (mooi woord) zette ik me samen met een vriendin op een bankje op een tribune van paletten. En hup, na twee minuten he-le-maal mee in het verhaal.

Julien zit in de kelder van een groot appartementsblok en doet de was. De bewoners smijten hun vuile sokken, rokken en onderbroeken in de waskoker. Het is vochtig en donker in de kelder en het zit Julien niet helemaal mee. Maar dan is er plots een meisje. Ze leert ruiken van Julien en hij moet meer aan haar vertellen dan hij zou willen.
 

Dat is weer zo mooi, alles op de scène klopt. Er is geknutseld en verzameld, gesprokkeld en getimmerd. Sfeer, bij studio Orka weten ze wat dat is. En Randi De Vlieghe speelt zo mooi, zo echt.

Maar bij Duikvlucht kon Titus de Voogdt me echt ontroeren en net dat heb ik gemist. Het verhaal is net te dun en er zijn soms teveel woorden.

Maar toch, buitenkomen en meteen tegen elkaar zeggen: dit moet iedereen toch zien!
Veel beter kan het toch niet worden.

Een zoon in huis van een jaar of acht? Een petekind? Kijk op de beste site waar deze voorstelling nog speelt en boek snel je kaartjes.

zondag 19 mei 2013

Gezien: Desperado - TONEELHUIS

Vier mannen op een barkruk, die wat heen en weer lullen. Het klopt allemaal wel: hun lichaamstaal, woordkeuze, kleding,...En vier sterke acteurs. Tom Dewispelaere is onweerstaanbaar grappig. Dus, we hebben gelachen, gegrinnikt, en zelfs luidop. Herkenbare humor, veelal pijnlijk, soms gevoelig. Wrang. Maar een voorstelling die bij blijft? Nee. Daarvoor is het allemaal niet gelaagd genoeg, niet uitdagend.
Ik kom niet naar theater om gewoon iets moois te zien. Ik kom om iets te beleven. Ik wil dat het iets met me doet. En dat gebeurde maar niet, een uur en een kwart lang.