donderdag 27 april 2023

Kunst op het domein UPC Duffel - intro

Sinds begin april verblijf ik in het Universitair Psychiatrisch Centrum Duffel, op een afdeling die gespecialiseerd is in de behandeling van depressie.

Deze afdeling ligt op een groot domein met allerlei gebouwen met verschillende functies: een polikliniek, een algemene opname-afdeling voor psychiatrische patiënten, een groot logistiek gebouw, verschillende gebouwen met leefgemeenschappen, gespecialiseerde afdelingen etc. Het is een groene omgeving met veel bankjes, een vijver, sportfaciliteiten en … kunst.

Het UPC heeft een lange traditie in de relatie tussen kunst en psychiatrie. Je vindt op het domein dus verschillende kunstwerken en installaties, de ene al opvallender dan de andere. Er is ook een triënnale (in 2022 was de laatste editie) en zo blijft de vaste kunstcollectie van hedendaagse kunstenaars groeien.

Op de website van UPC Duffel wordt verduidelijkt waarom er wordt ingezet op actuele kunst:

In de eerste plaats helpt kunst mee het taboe rond psychiatrie te doorbreken. De kunstprojecten hebben een beeldvormingsfunctie en beogen de destigmatisering van psychiatrie en psychiatrische aandoeningen.

Als tweede doelstelling zien we kunst als onderdeel van de helende omgeving die de campus wil zijn. De aanwezige kunst draagt bij tot het therapeutisch proces, bevordert het contact, de dialoog en de integratie van de patiënt.

Tenslotte gebruiken we kunst als taal om over psychiatrische en psychologische problemen te spreken.


Ik vind dat drie steengoede redenen.

Als patiënt heb ik vooralsnog de ervaring dat er weinig wordt gedaan met deze kunstwerken.
Op de afdeling verwezen de hulpverleners me door naar het onthaal. Aan het onthaal gaf men mij een duidelijk plannetje met een overzicht van het domein en de kunstwerken. Maar een brochure was niet voorhanden. Op de website vind ik wel een toelichting bij de werken.

Dan doe ik het zelf. Dat bedacht ik toen ik tijdens mijn vele wandelingen en looptoertjes de kunstwerken passeerde. Ik ga zelf met deze kunstwerken aan de slag, ik ga schrijven wat ze met me doen of niet doen, ik ga opzoeken wie de kunstenaars zijn.

Misschien is het goed voor mijn therapeutisch proces. Misschien helpt het mij in mijn zoektocht naar een taal, naar de juiste woorden om te spreken over wat ik ervaar. Misschien helpt het jou, als lezer, om een ander beeld op te bouwen van psychiatrie, weg van clichés of onnodige taboes.

Kunst helpt, kunst heelt.
Dat is zo’n straffe bewering dat het de moeite waard is om verder te onderzoeken.


Campagnebeeld Triënnale 2022: VERBINDING (verbroken) / (dis)CONNECTED 
werk van Maen Florin



In deze reeks: 

maandag 17 april 2023

Boekentip: Waarom we bang zijn - Bram Vervliet




Ik weet niet meer hoe dit boek van Bram Vervliet op mijn radar kwam. En misschien is het gek om middenin een depressie een boek te lezen over angst en depressie. Dit boek is echter helemaal geen zelfhulpboek, maar een staaltje van sterke wetenschapspopularisering. Die afstand tot het onderwerp vond ik op dit moment erg fijn, ik moest eens niet over mijn eigen stemmingen reflecteren.

Het is een non-fictie boek zoals ik het graag lees: een wetenschapper vat heel veel kennis samen in begrijpbare taal, bovendien met een goed opgebouwd verhaal en wat humor. Het ietwat belerende toontje (dat zal ik je nu eens uitleggen…) nam ik voor lief.

De eerste hoofdstukken vond ik boeiend: wat is angst precies? Ik heb veel geleerd, ik heb er een schrift bijgenomen omdat ik nota’s wou maken. Het boek geeft veel voorbeelden van allerlei experimenten bij mensen en dieren die inzicht geven over hoe angst ontstaat en wat er net gebeurt wanneer je bang wordt. Als er iets wordt verteld over angstpatiënten (hun angst is zo groot en intens dat normaal functioneren niet meer lukt), dan is dat vol mededogen, dat ontroerde me soms. 

Het hoofdstuk over metaforen was verrassend en uiterst interessant. Het gaat over hoe metaforen angst (of andere gevoelens) in de hand kunnen werken. Een citaat:


Misschien is dit het beste advies dat ik je kan geven: als je een metafoor opmerkt, zoek er dan zelf een andere. Eentje die een andere kant belicht. En ga na wat die met je doet - hoe je anders gaat denken over het probleem, hoe je misschien andere oplossingen begint te zien. Zo heeft de Britse cancer society tien jaar geleden beslist om de beeldspraak 'strijd tegen kanker' te laten vallen omdat ze patiënten stigmatiseert die uitbehandeld zijn en het gevecht 'verloren hebben'. In plaats daarvan stellen ze de metafoor van een reis voor. Zo stond in het overlijdensbericht van acteur Roger Rees: He passed away... at his home in New York City, after a brief journey with cancer. Geen battle, geen strijd, gewoon: een reis. Dit opent nieuwe mogelijkheden om een kankerpatiënt bij te staan, meer dan het schouder aan schouder vechten tot je erbij neervalt. Een reis is anders: je kan samen uit het raam kijken en het leven overschouwen, samen waardevolle momenten koesteren. Voel je wat een metafoor kan doen?


Woorden doen ertoe, dat is een van mijn lijfspreuken. Zeker wanneer het over moeilijke onderwerpen gaat. Het is niet eenvoudig om mijn depressie te zien als een reis, het wringt, ik krijg het beeld van een monster of de donkere diepte niet zomaar uit mijn hoofd. Als gedachte-oefening wil ik het toch echt proberen, om er zelf zo naar te kijken en er zo over te spreken.

Bij het slothoofdstuk is de insteek erg sociologisch. Ik had al langer een wrang gevoel bij de meningen van Dirk De Wachter en Paul Verhaege. Ik heb enkel interviews en korte stukken van hen gelezen, een boek trok me niet aan. Ik wist niet goed waarom en ik vertrek ongetwijfeld vanuit enkele vooroordelen over hun werk. Maar dit boek gaf me een reden om deze onheilspredikers niet zomaar te volgen, om niet zomaar mee te gaan in het verhaal dat we onze eigen ondergang aan het creëren zijn, dat we steeds banger worden ondanks onze welvaart, dat onze manier van samenleven gedoemd is. Er zijn namelijk heel wat studies die een ander beeld laten zien van onze maatschappij. Spoiler: het is helemaal niet zo dat er steeds meer diagnoses zijn rond depressie en angst. De toename kan verklaard worden doordat we gewoon met meer mensen zijn en doordat we ouder worden (en deze klachten zich ook typisch op latere leeftijd manifesteren, vergeet niet dat onze levensverwachting de voorbije jaren echt spectaculair gestegen is). Daarover stond onlangs ook een artikel in DeMorgen, dat een goede samenvatting gaf die ingaat tegen het beeld dat we ons allemaal kapot werken en elkaar depressies injagen. Dat artikel overlapt wat met dit boek, maar houdt ook andere zaken zoals anorexia tegen het licht. Als je het artikel interessant vindt, moet je zeker dit boek lezen.

Dit boek doet me nog meer geloven dat het anders zou kunnen zijn, met minder dramatische cijfers. Geloof me, die blik is niet makkelijk want ik heb me pijnlijk en vol frustratie door een paar wachtlijsten heen moeten wringen om goede mentale zorg te kunnen krijgen, dus het lijkt alsof er inderdaad veel meer mensen met een ernstige depressie of andere aandoeningen zijn.

Vervliet gaat in zijn boek een stapje verder door ook naar een andere belangrijke factor te kijken, namelijk hoe mensen kijken naar hun eigen toekomst en die van de wereld. Zijn ze hoopvol of pessimistisch? Hiervoor haalt hij inzichten uit een boek van Marc Elchardus (insert plotse heimwee naar de hoorcolleges op de VUB…) En wat blijkt, die positieve of negatieve bril waarmee we naar de toekomst kijken is sterk gerelateerd aan aan angst- en depressieklachten. Optimisme en geloof in maatschappelijke vooruitgang kunnen ons net beschermen tegen mentale klachten. Dus, zo concludeert Vervliet, die onheilsverhalen zijn niet zo onschuldig, ze dragen bij aan maatschappelijk pessimisme en kunnen individuele gevoelens van angst en depressie net in de hand werken…

Wow.
Dat moet ik even laten bezinken.
Het zit wat ingewikkelder in elkaar dan hoe ik het nu samenvat, maar het is echt een verrassend standpunt.   

Ik hoop vooral dat de discussie verder gaat en dat we het doembeeld van een samenleving vol depressievelingen in vraag blijven stellen. Zelfs al zit ik nu middenin in de realiteit van een ernstige stemmingsstoornis. Zeker nu.






Ps: ik heb enorm veel audioboeken geluisterd de voorbije maanden, vaak tijdens wandelingen, deze dagen ook gewoon liggend op bed of in bad. Dit is het eerste boek dat ik terug las op e-reader. Het eerste e-boek ook dat ik leende via de bib trouwens, nu de Antwerpse bibliotheken eindelijk meedoen met het e-boekenproject. Ik vond het boek echter zo goed dat ik het ook in mijn boekenkast wil hebben, om af en toe naar terug te grijpen. 
En dat ik terug kan lezen op mijn reis, stelt me vooral gerust.

zondag 5 maart 2023

Mijn depressie is geen burn-out. En dat doet ertoe.

Een burn-out en een depressie delen een aantal symptomen. De totale vermoeidheid, het gevoel helemaal 'vast' te zitten, emotionele én fysieke uitputting, een brein dat gewoon niet meer werkt, concentratieverlies, een overgevoelig zenuwstelsel... 

Toch gaat het om twee heel verschillende aandoeningen. Ik wil het daar even over hebben, vanuit mijn ervaringen, aanvullend met wat ik eerder schreef over mijn depressie.


Mijn depressie is niet werk-gerelateerd. 

Ik werk al vele vele jaren voor publiq. Ik heb de organisatie mee zien en doen groeien. Het is een ontzettend warme en menselijke organisatie. De laatste jaren heb ik vanuit mijn directie-rol ook mee mogen nadenken en sturen hoe we omgaan met de straffe ambities en steeds nieuwe kansen. Het werkritme ligt hoog, dat is zeker zo. Als werkgever hebben we absoluut de plicht om een omgeving te creëren waarin collega's zich goed voelen. Niet alleen omdat zo het beste naar boven komt (en dat is dan weer goed voor de organisatie), maar ook gewoon vanuit een puur menselijk standpunt. We besteden vele uren op het werk, we engageren ons ontzettend voor de missie van onze organisatie. In ruil mogen collega's groei, uitdaging en een fijne werksfeer verwachten. 
De klassieke burn-out definitie (gek om over 'klassiek' te bespreken aangezien het een relatief nieuw begrip is), legt een sterke link met stresssituaties op het werk. Men voelt zich uitgeput, overprikkeld en voelt vaak onverschilligheid, afstand tegenover het werk. Helaas is het vaak zo dat het echt niet goed zit in de werkomgeving: te veel werk, te hoge verwachtingen, spanningen tussen collega's, concurrentiedwang, falende leidinggevenden, eeuwige transitieprocessen... We kennen allemaal de hallucinante verhalen. 
Natuurlijk heb ik ook soms stress van het werk. Ook het pendelen kost mij veel energie, dat is geen geheim. En ik heb ook al wel gedacht dat een totaal nieuwe omgeving mij een energieboost zou kunnen geven en een fijne uitdaging zou zijn. Maar ik werk niet tegen mijn zin, ik sta helemaal achter de missie van de organisatie, ik vind het ontzettend fijn samenwerken met mijn collega's (ze zijn echt geweldig <3), en ook al is ook onze organisatie constant in verandering, het lukt ons (meestal) om hier op een veerkrachtige manier mee om te gaan. 
Mijn werk bij publiq heeft dus echt bijzonder weinig te maken met mijn situatie nu. Soms wordt die conclusie te snel getrokken. Wanneer werkcontacten horen dat ik 'uit' ben, wordt al gauw ingevuld dat er wéér iemand geveld is door een burn-out. Dat is vervelend, voor mij, maar ook voor mijn geliefde werkgever die verdacht wordt. 

Herstel bij depressie 

Kortweg is een burn-out een energiestoornis en een depressie een stemmingsstoornis. Er zijn dus wat gelijkaardige symptomen maar de oorzaken en vooral de 'oplossingen' zijn heel verschillend. 
Bij een burn-out komt het er op aan de energiebalans te herstellen. Dat is meestal niet eenvoudig omdat je niet alles onder controle hebt. Je kan  heel hard werken aan jezelf door terug te leren ontspannen, door te ontkoppelen, door te onderzoeken waar je grenzen liggen en te leren deze te bewaken, .. Maar als er niets wijzigt in je werkomgeving, is herstel vaak heel moeilijk. Het doet me verdriet wanneer ik iemand zie trappelen om het hoofd boven water te houden, om het overzicht te houden. Ik leef mee, ik voel me mee machteloos als ik de verhalen over toxische werkomgevingen hoor, terwijl mijn vriend of kennis ijverig mindfulness traint en boeken leest over hoe grenzen te bewaken. 

Mij staat er iets anders te doen. Ik moet op een of andere manier iets doen aan mijn stemming. Er is een zwaarte, een somberte, een schaduw, een donkere krater die me angstig maakt. Er is de laatste weken met hulpverleners al vaak gesproken over de genetische component, mijn vader kende ook depressieve periodes. Ik vind het verschrikkelijk dat ik er niet met hem over kan praten. Ook spreken we over de biochemische kant van het verhaal: medicatie kan ondersteunend werken. Het is echt een zoektocht welke medicatie goed werkt, want dat is dus zeer individueel, maar de resultaten zijn vaak hoopgevend.

Hoop. 
Hoop is belangrijk maar momenteel moeilijk. 
Ik trappel ter plaatse, ik zie weinig perspectief. 

Een therapeut vatte mijn woorden samen: je hebt nood aan nabijheid, je wil erkend en gezien worden. 
Dat klopt. Al moet ik er wel met klem bij zeggen dat ik niet geloof dat er daarmee iets echt verandert, dat ik daarmee de depressie kan verslaan. Maar het helpt mij de dagen door. 

En dat delen we, daar zit geen verschil. Voor alle mensen met een psychische kwetsbaarheid doet het deugd om gezien en erkend te worden in hun eigen verhaal. Het is fijn om te voelen dat vrienden, families, collega's, kennissen, ons nabij zijn, los van het label of de diagnose. Dat is wat wij voor elkaar kunnen betekenen en geloof me, dat is heel wat. 


La Rivière - Aristide Maillol - in het immer geweldige Middelheimmuseum waar ik meer dan ooit graag kom. 

zaterdag 18 februari 2023

Maar je ziet er niet depressief uit.

Maar je ziet er niet depressief uit. 

En toch ben ik het. 

Ik ben intussen door de huisarts, de psycholoog en de psychiater gediagnosticeerd met depressie. Voor de tweede keer, zowel in de herfst en winter van 2021 en 2022 werd het langzaam zwart. In januari van dit jaar stortte ik opnieuw in, na een lange opmaat de maanden ervoor. Ik werd  gedurende drie weken opgenomen op de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis. Dysthemie, noteerde de huisarts op een formulier, chronische depressie. Intussen ben ik weer thuis en zoek ik naar de beste omstandigheden om te herstellen. Het valt niet mee. 

Voor een psychische diagnose wordt er een officieel instrument gebruikt (dat ook wel eens ter discussie staat wegens gedateerd en te weinig holistisch), de DSM-V. Ik haal het aan omdat het mij een duidelijk, helder kader geeft. 

Er is sprake van een depressie als er gedurende een periode van meer dan twee weken vijf of meer van de volgende symptomen aanwezig zijn. 

  • Een sombere stemming
  • Gewichtsverlies of toename (niet te verklaren door andere factoren of een dieet)
  • Verstoord slaappatroon
  • Psychomotorische agitatie of vertraging
  • Vermoeidheid
  • Gevoelens van waardelooshied, schuldgevoel
  • Verminderd vermogen tot nadenken of concentreren. 
  • Herhaalde gedachten aan de dood of suïcide. 


I can tick all the boxes. 

Maar in de lijst staat ook dit symptoom: een duidelijke vermindering van interesse of plezier in (bijna) alle activiteiten gedurende het grootste deel van de dag. 

Het is naast somberte een van de twee kernsymptomen. Ik scoor hier maar ‘half’ op. Want ik sta wel op, ik geraak uit bed (of ja, toch bijna altijd). Ik stuur berichten, ik bedenk een vakantieplan (ik probeer, want mijn brein werkt niet mee), ik spreek af met vrienden (al lukt dat ook maar eens per week ofzo). Ik maak mopjes. Soms ben ik zelfs vrolijk, helemaal in het moment. Ik kreeg vorige week nog de slappe lach. En naast de totale vermoeidheidsdips, kan ik soms uren wandelen of zelfs sporten. Dus nee, ik zie er niet depressief uit. 

Ben ik dan wel depressief genoeg? Ja, want de acht andere symptomen zijn sterk tot zeer sterk aanwezig. Toch wringt het in mijn hoofd. 

Op korte tijd hoorde ik van drie heel verschillende mensen dat ik toch wel heel streng ben voor mezelf. Drie keer overviel me deze opmerking omdat ik naar mijn mening niets had gezegd dat hiertoe aanleiding had gegeven. Terwijl ik dit schrijf, herken ik de strengheid wél. Ik wil op een absurde manier ‘goed’ voldoen aan de symptomenlijst van een depressie. 

Overdrijf ik immers niet? 

Nee, zegt mijn lijf, je overdrijft niet. 

Mijn zenuwstelsel is ontregeld. Mijn zintuigen staan op scherp: geuren, smaken en vooral geluiden. Ik kom niet meer buiten zonder mijn noise-cancelling hoofdtelefoon. Ik ben ontzettend schrikachtig. Ik ben me gisteren rot geschrokken van een prot. Dat was erg grappig maar ook heel pijnlijk: het duurde minuten voor mijn lijf uit de fight/flight modus kwam. Voor een prot!
Ik durf absoluut niet fietsen in de stad. Ik dronk een theetje op café met een vriendin en liep door de drukke stad naar huis (sinds wanneer is die verlichting zo fel overal?) en dat heb ik echt moeten bekopen de uren daarna.
Mijn nek, schouders en rug zitten helemaal vast. Ik heb stekende pijn op mijn borst, bij moeilijke gesprekken maar soms ook zomaar uit het niets. Of nee, niet uit het niets, uit de zwarte krater die in mijn lijf lijkt te zitten.
Toen ik werd opgenomen in het ziekenhuis had ik ook spasmes, een soort schokken, totaal ongecontroleerde bewegingen. Die schokken zijn er nu soms nog, maar niet meer zo hevig en niet meer continu. Gelukkig, want het was eng om mee te maken en eng om te zien. 

Ik ben niet aan het werk. Een defect brein en een totaal energieverlies maken dat onmogelijk. Het moeder zijn, en het co-ouderschap in het bijzonder, is moeilijk op dit moment. En deze depressie weegt op mijn relaties met de mensen die ik graag zie. 

Dus, ik probeer niet na te denken over dat ene symptoom dat ik niet helemaal bij mezelf herken, ik zal niet proberen om nog beter te voldoen aan de diagnose. Ik zal alles doen om te herstellen, wat een beter woord is dan genezen. Her-stellen, mezelf opnieuw instellen, opstellen. Ik weet nog niet hoe. Ik weet dat het lang zal duren. 


Tot ergens onderweg, 

K. 


PS: Ik heb getwijfeld of ik dit wel zou delen, natuurlijk. Meer voelen, Katelijne, minder in je hoofd. Dus ik voel precies dat ik toch graag wil dat je dit leest en weet. Dat maakt onze gesprekken later misschien makkelijker. Ik hoef niet alles uit te leggen, jij kan zeggen dat je het jammer voor me vindt en dan praten we over je nieuwe job, of over dat gedoe op school bij de jongste of over vakantieplannen. Binnenkort, later, we zien wel. X 



Na mijn verblijf in het ziekenhuis, ging ik de rust zoeken in de polders. Dat lukte niet helemaal, maar deze zonsondergang vond ik wel. 

Foto: Hannes Couvreur 

donderdag 3 november 2022

Nieuw: een podcast.

Want ja, waarom niet? 

Er is een idee, niet echt een plan. 

Voorlopig enkel te beluisteren op Spotify


zaterdag 27 augustus 2022

Een jaar later - over het verschil tussen twee zomers


Zomer 2021, Amsterdam



Zomer 2022, Luxemburg




Mijn meisjes en ik deden een remake van deze foto van de zomer van 2021. Ander hotel in een andere stad, zelfde gelukkige kinderen, zelfde lachende moeder, de foto onscherp. Ik draag zelfs hetzelfde t-shirt, dat is toeval.

Er is weinig verschil te zien. Als je goed kijkt, zie je wat meer grijze haren en wat meer rimpels rond mijn ogen, mijn meisjes zijn weer een stuk groter en worden als bij wonder nog elke dag mooier. Dat is wat je ziet. Wat ik weet is iets anders. Ik weet: er is een groot verschil.

Vorige zomer was dit de uitzondering. Dit is een foto van een uniek gelukzalig moment: een heerlijk vrij gevoel, een feest van het moederschap, een gevoel van eenheid, van het unieke gevoel intens verbonden te zijn met mijn twee lievelingsmensjes. Maar buiten dit soort schaarse momenten was het heel donker.

Dat is deze zomer anders, dit zijn de momenten van de meerderheid, dit is bijna de standaard. Gelukzaligheid die zomaar voor het oprapen ligt, bijna iedere dag.

Ik plande ook een remake te maken van deze foto:


Zomer 2021, Mater


Dit was eind zomer 2021. Je ziet mijn vers lief, een prachtige zomeravond, verjaardagscadeautjes voor hem, een dronk op de liefde. Nauwelijks een uur na deze foto stortte ik voor een eerste keer in.

Ik liep al maanden, al jaren op vals plat. Er leken weinig hindernissen te zijn maar ik was moe, het leven vroeg ongelofelijke inspanningen en ik begreep niet waarom. Na die eerste instorting op zijn verjaardagsavond, werd het vals plat in de herfst van vorig jaar een hellend vlak. Ik moest krabbelen. Ik greep me wanhopig vast, maar ik gleed, ik gleed. Ik stopte met werken, kroop in mijn bed en zou mijn vermoeidheid wegslapen. Het draaide anders uit. Na een maand voorgeschreven rust, ging het steeds slechter, ik had last van allerlei kwalen, ik sliep slecht.

Doorstaan is een goed woord. Ik heb die vreselijke malaise doorstaan. Ik heb niet het gevoel dat ik genezen ben. Laat staan dat ik gewonnen heb. Ik denk enkel dat ik die periode, die vloed, min of meer doorstaan heb. Dat ik er toch redelijk in geslaagd ben om terug overeind te krabbelen. Al kan ik niet benoemen wat het nu net was dat me overkomen is. In het begin deed dat er niet toe, omdat het enige dat ik moest en kon doen rusten was. Op het einde deed de naam van mijn ziekte, mijn kwaal, mijn getormenteerde ziel er ook niet toe, omdat het enige wat telde was dat ik weer overeind krabbelde, dat ik me weer op vertrouwd vals plat bevond, en zelfs hele stukken gewoon plat, effen, rechtdoor. Waar het makkelijk lopen was.

Ik heb op mijn telefoon een remake van deze foto, maar ik durf hem niet te posten. Opnieuw de avond van zijn verjaardag. De setting is anders maar niet minder prozaïsch: een klein en uiterst charmant dorpje in Wallonië, we eten in een bijzonder restaurant. Hannes en ik logeren wat verderop in het huis van een kunstenaar. Ik werk enkele dagen van hieruit en vertel mijn collega’s op het scherm enthousiast over de prachtige bibliotheek waar ik mijn laptop heb opgesteld. Ik zou hier ook eindelijk nog eens schrijven. Ik schreef veel in die donkere herfst- en winterdagen omdat het me op een of andere manier hielp. Maar in de lichte dagen schreef ik niet. Ik besloot gewoon te genieten van de vlakke weg en dat was de juiste keuze, om even niet te schrijven. Maar nu, met deze heerlijke zomer bijna achter me, nu zou ik nog eens gaan zitten, nu zou ik schrijven.

Het lukt me niet.
Wat ik schrijf, is niet goed.

Wat volgt, is een nieuwe instorting. Het patroon van verwachtingen klettert. Het leven dat ik kristalhelder voor me zag, ligt plots compleet buiten bereik. Hannes laat me eerst alleen, dan laat hij me vertellen, dan laat hij me huilen.

Zelfs deze blogpost publiceren kan ik niet doen, zelfs dat kan ik niet schrijven, ik kan niet leugenachtig een remake van de verjaardagsfoto publiceren, en schrijven hoe geweldig het nu gaat. Ik dacht vorige week nog dat ik deze blogpost zou afwerken en posten met lichte euforie en zelfs wat trots. Maar ik voel een diep verdriet.

Ik ben bang, zeg ik wanneer ik tegen Hannes aanlig. Ik ben bang dat het terugkomt, dat dit weer een begin is. Hij troost me niet met loze woorden, hij houdt me gewoon vast. 

De volgende ochtend is mijn hoofd loodzwaar. Ik dwing mezelf een uur te rennen langs de Maas. Ik dwing mezelf het ene boek uit te luisteren en het andere uit te lezen: dan heb ik tenminste toch dát gedaan. Ik neem foto’s van details in het prachtige huis. Ik overweeg een mooie post op social media waarin te zien is hoe heerlijk het hier is, en hoe ik het toch maar mooi voor elkaar heb, mijn leven. Ik doe het niet.

In de badkamer van het huis staat een bad op pootjes. De muren zijn van leem, voor de ramen hangen fijne linnen doeken aan eenvoudige spijkers. Ik laat het oude bad vollopen en verdwijn. De hoge badranden van wit email schermen de wereld af. Mijn hoofd is veilig nu.

Ik heb een crumble gemaakt van kleine pruimen. We laten het ons smaken en vertrekken voor een wandeling. Ik probeer niets meer te verwachten van mezelf. Als ik vandaag en morgen nu eens gewoon vakantie neem? Hannes kust me in het bos, ik voel langzaam terug rust, in mijn lijf, in mijn hoofd. We praten over boeken. We praten ook over wat er een dag eerder gebeurde.

Dit is het. Zo is het. Net wanneer ik denk dat ik een jaar later kan zeggen dat ik het gered heb, dat ik er weer ben, dat ik vol in het leven sta, gaat het mis met grond onder mijn voeten. Het hellend vlak is er weer en ik verlies mijn evenwicht.

Ik besluit dit dan maar te vertellen, hier op deze blog. Niet het hoera-bericht dat ik enkele dagen geleden in mijn hoofd had over het geweldige verschil van de ene zomer tegenover de andere. Maar wel een bericht hoe het werkelijk gaat. Dat ik na een prachtige zomer misschien toch terug val. Misschien ook niet. Misschien loop ik morgen, overmorgen, weer op vlakke weg.

Dit is een oproep om geen duidelijkheid te verwachten, niet van het leven, maar ook niet van elkaar. Het herstel van een depressie is geen rechte lijn, dat wist ik, maar nu ervaar ik het ook. Ik schenk mezelf een glas rosé in. Zo dadelijk eet ik met Hannes het restje van een heerlijke pasta. Dat is genoeg voor vandaag, voor vanavond. Morgen zullen we wel weer zien. Dat klinkt goed, maar ik meen het ook. En misschien is dat wel het verschil met vorig jaar.

maandag 18 juli 2022

Getest: de elektrische buurtbakfiets!

Ik heb vandaag met mijn meisjes (ondertussen 11 en bijna 7) iets nieuws getest: de deelbakfiets

We hebben zelf nooit een bakfiets gehad. Dat past niet in de fietsenparking in ons huis en ik heb me altijd kunnen redden met 2 fietsstoeltjes. De meisjes hebben snel goed leren fietsen in de stad. Juno zit soms nog achterop, maar echt veilig is dat eigenlijk niet meer. De mogelijkheden qua elektrische fietsen voor ouders met jonge kinderen zijn de laatste jaren ontzettend uitgebreid. Goede evolutie want ik hoor van vele jonge ouders dat ze zo zonder auto kunnen of toch minstens zonder tweede auto. 

Sinds een paar weken staan er in Antwerpen elektrische bakfietsen van Cargoroo. Ik vind iets nieuws altijd tof, en zeker iets nieuws in het land van de deeleconomie. We planden een dagje bij vrienden die een twintigtal kilometer verderop wonen. Heen en terug fietsen met de meisjes zou nog te vermoeiend zijn voor die jonge beentjes van Juno, en zeker in deze hitte. We hadden geen zin om de (deel)auto te nemen...Dus we gingen voor een Cargoroo, de elektrische buurtbakfiets.



Hoe werkt het? Je installeert een app op je telefoon. In de app kan je zien waar er een fiets beschikbaar is, hoeveel batterij die heeft en wat de geschatte range is. Op 250m van ons huis staat er zo'n fiets. Je moet de fiets dus wel steeds naar dezelfde standplaats brengen (het is dus niet zoals het Velo-systeem, maar eerder zoals Cambio). Geen idee hoe die fietsen worden opgeladen, ik vermoed dat er een systeem is dat iemand de batterijen komt vervangen?

Via de app ontgrendel je de fiets, het slot springt open. Je betaalt de fiets per minuut (€0,07/minuut), er zijn geen abonnementskosten (zoals bij vb. bij Cambio) of andere kosten. Heel helder dus. Je kan wegfietsen en hem ergens op slot zetten, maar ook dan loopt je tijd. 

Het is een giga bakfiets. Ik ken er niets van, maar dit lijkt me een topmodel. Je kan kiezen tussen verschillende niveaus van ondersteuning (van eco tot turbo) en je 'schakelt' aan het andere handvat. Dat was wat wennen want het is gewoon een kwestie van draaien. Er is ook geen ketting maar zo'n riem, dus je draait gewoon om zachter of harder te trappen. 

Ik moet eerlijk toegeven dat ik het echt heel moeilijk manoeuvreren vind. De meisjes kunnen er met twee comfortabel in zitten (naast elkaar is wat nipt, tegenover elkaar gaat beter). Dat is natuurlijk een heel gewicht. Bochten nemen vind ik echt moeilijk. Ik was dus opgelucht dat we uit de stad reden, langs fietspaden en door het park (Rivierenhof) en het bos (Peerdsbos en de Inslag). Zalig in de schaduw en aan een heerlijk tempo van circa 22km per uur. Maar als ik me dus even had vergist met de fietsknooppunten, dan was het echt lastig om die fiets gedraaid te krijgen. Ik kreeg het wel wat onder de knie in de terugrit, maar ik ben toch niet geneigd om er de stad mee in te rijden. 

Het was ontzettend rustig op straat, iedereen bleef binnen door de hitte denk ik. Geen coureurs of senioren te bespeuren, dus we hebben hele stukken  zalig kunnen doorfietsen. Ook de bruggen over het kanaal en de autostrade waren een eitje. Bij het afdalen hebben we een topsnelheid van 42km/u gehaald wat ik toch wel wat te snel vond. Het koppel dat hun hondje uitliet vond dat precies ook. 

We bleven de hele middag hangen in de tuin, dus ik heb de fiets 8,5 uur gebruikt, wat natuurlijk resulteert in een stevige kost. Ik vermoed dat ik met een Cambio ritje (waar je ook behalve de gereden kilometers betaalt voor de 'tijd') ongeveer evenveel had uitgegeven. En we hebben ons echt wel geamuseerd, het is heel gezellig, je kan echt kletsen onderweg. En tegenover de aankoop van zo'n fiets is het natuurlijk ook echt peanuts. De meisjes vonden het heel fijn, ze plannen al een volgende rit. 

Besluit: Een zeer solide bakfiets, heel groot, eerder geschikt voor korte ritjes (dan is het ook echt niet duur). Ik vind het echt een groot zwaar ding dat ik niet helemaal vertrouw, maar misschien moet ik gewoon nog wat oefenen? Het was in elk geval echt een fijne dag!