zaterdag 29 februari
Onze voordeur kan je op dubbel slot kan draaien. Dat deden wij vroeger als wij gingen slapen. Wij sloten de deur en de dag.
Nu niet meer dus.
Onze meisjes wonen altijd in ons huis, Michiel en ik wonen er elk de helft van de tijd. Dat heet 'birdnesting' in het vakjargon van de relatiebreuken (ja, dat bestaat). Voor ons lijkt dat tot nu toe een werkend systeem. We hebben heel wat afspraken, regels en gewoontes om op deze manier samen te leven. Eentje is dat we proberen om elk zondagavond samen te eten, met z'n vieren. Dat valt me emotioneel altijd zwaar en doet tegelijk ook altijd deugd.
Als de meisjes proper gewassen en met een dosis voorleesverhalen en slaapliedjes in bed liggen, overlopen Michiel en ik vaak nog de planning voor de komende week. En dan vertrekt een van beiden naar het eigen appartement en volgt het vreselijke geluid. Het geluid van de voordeur op dubbel slot.
Het is vreselijk om in de zetel te zitten, Michiel die vertrekt en die dan van buiten de deur met zijn sleutel op dubbel slot draait. Ik voel me leeg, ik mis het leven dat ik vroeger had.
Maar ook de andere optie is pijnlijk. Ik vertrek, neem mijn jas, een zak met nog wat spullen, trek de deur achter me toe en draai haar op dubbel slot. Het wringt, het klopt niet om mijn eigen huis zo achter te laten.
Het draaien van die sleutel, het is het geluid van het afscheid, elke week opnieuw. Het went niet.
Maar de laatste weken, ben ik van dat geluid gaan houden. Op de andere dagen. Op die dagen dat ik bij de meisjes ben. We komen thuis, het is koud, we hebben koud, we zijn natgeregend of moe, of natgeregend én moe en dus ook slechtgezind. Dan kan ik niet snel genoeg de fietsen binnenzetten, de meisjes naar binnen jagen. En dan draai ik de deur langs de binnenkant op slot. Zo. Nu komt er niemand meer in. Wij drie. Dan voel ik me sterk, en zeker. Ik moet niets anders meer doen dan zijn wie ik ben: een moeder.
Een moeder die oververmoeid is. Die servies laat vallen en die drie keer geeuwt in één kort voorleesverhaal. Maar ook een moeder die op een half uur een lekkere maaltijd kan maken, die een agenda tekent en knutselwerkjes ophangt, die wasmachines draait en op google mopjes zoekt om schaterlachjes terug te krijgen. Die luistert (te vaak met een half oor) naar verhalen over vriendinnetjes en poesjes en pipi langkous. Die ruzies sust om dan zelf iets te snauwen want is het nu gedaan daarmee. Een moeder die moedert, ze doet ook maar wat.
Het is zwaar. Ik weet niet meer wie ik ben en wat ik wil. Het einde van een relatie is het wegvallen van een toekomst en het vervagen van een rol, functie, van betekenis. Ik ben doodop, ik twijfel aan alles, functioneer niet meer zoals het zou moeten en al zeker niet meer zoals ik het zou willen. Een groot deel van mijn vrienden is vanavond ergens waar ik ook had kunnen zijn, het is daar vast fijn. Maar ik draaide de deur daarstraks al op slot, omdat ik nergens meer heen wil, omdat ik niets anders meer wil zijn dan wat ik in deze puinhoop nog altijd duidelijk ben: een moeder.
vrijdag 28 februari 2020
vrijdag 31 januari 2020
Juno spreekt (afl.7)
Mijn lieve Juno Puno wordt zo groot.
En al zijn het niet de gemakkelijkste tijden, ze is soms erg gerdrietig, onze gesprekken zijn heerlijk.
Ik zeg dat er in ons tuintje geen slangen leven, ze kunnen niet tegen de kou, dan gaan ze dood. Ze denkt even na om dan bezorgd te vragen: maar ik kan niet tegen kietelen, en ik ga toch niet dood?
Ze beweert dat als ik hard lach, dat de hik bij haar verdwijnt. We proberen en het mislukt. Harder, mama, harder lachen! En ik moet zo lachen om haar blik, dat zij ook lacht en haar hik verdwijnt. Ze heeft dus alweer gelijk.
En verder noteerde ik ook deze uitspraken:
Ik wil van die gekleurenden. Ik wil niet van die gebrokenden.
Stel je voor.... dat ik een jas was!
Stel je voor... dat Oona alleen maar lippen was!
Zit er hier echt een hartje in mij?
Acht, negen, tien, wien is al gezien?
Ik zie ik zie niet wat jij niet ziet
We fietsen in de reuk (ze bedoelt rook, het is mistig)
Dat zeg ik niet, dat is een hegeim
Sommige kindjes in mijn klas gaan naar het klontjesfeest (Suikerfeest)
Dat is de grote broer, dat is de kleine broer en dat is de middelmaat broer.
Mop van de maand: Slaap kindje slaap, het schaap drinkt melk met zijn voetjes.
donderdag 2 januari 2020
Een gelukkig leesjaar!
Ik heb dit jaar veel gelezen. Graag gelezen. Gulzig gelezen. Veel voorgelezen, maar nog meer met een boek op de trein en een boek in bed. Ik vluchtte met de storm niet alleen in het werk, maar ook in boeken, in verhalen, in levens van personages.
Ik ben fan van Goodreads en ik ben fan van statistieken.
Een fijne blogtraditie dus: zie mijn leesberichten van 2018 - 2017 -2016.
En dit was dus 2019:
47 boeken dus, dat is er eentje minder dan in 2018, maar toen las ik wel dikkere boeken want kwam ik op een stuk meer pagina's uit.
En wat valt er te zeggen?
Dat ik weer weinig non-fictie las. Thinking fast and slow van Kahneman vond ik nochtans heel straf, maar ik kreeg het net niet helemaal uit. Zo'n dikke klepper en dat gaat steeds maar dieper en verder in de logica, statistiek en psychologie, ik was het op den duur echt wel kwijt. Desondanks: een aanrader. Verder las ik ook relatieboeken van Esther Perel en Rika Ponet. Ik kan ze je echt aanbevelen al zitten die boeken nu met een heel wrang gevoel in dit lijstje.
Gelukkig was er ook nog Rutger Bregman met De meeste mensen deugen. Dat boek kwam op een bijzonder moment voor mij. En het is niet het best geschreven boek, maar het is zo lezenswaardig. Laat je niet afschrikken door de vele pagina's, het is echt een heel vlot boek.
Ik had erg uitgekeken naar Barrico zijn vervolg op De Barbaren waar ik echt mee gedweept heb (nog altijd een beetje, maar het boek is ondertussen wat gedateerd). The Game stelde me echter wat teleur. Het is zeker niet slecht, en het is echt heel fijn om te zien hoe Barrico een soort samenvatting maakt van de wereld vanuit technologische/webontwikkelingen. Voor wie al eens een mening heeft over tinternet een aanrader.
Ik las dit jaar de vijf boeken van Elena Ferrante en ik vond het heerlijk. Personages die lang meegaan, ik kan er zo van genieten. Wie nog goede vakantieboeken zoekt: hier zijn ze.
Steengoede boeken die zeer onaangenaam zijn: zo las ik er twee. De avond is ongemak van Marieke Lucas Rijneveld en Vallen is als vliegen van Manon Uphoff. Het is als heel bittere chocolade: echt super goed maar je wil er echt niet te veel van eten. Reasons to stay alive van Matt Haig was ook echt mindblowing. Geen boek voor iedereen denk ik, maar als je meer wil weten over depressie, om welke reden dan ook, dan is dit echt een boek voor jou.
Als ik dan toch 'het beste' boek van 2019 moet kiezen, dan kies ik The Great Believers van Rebecca Makkai. Ik heb het zowaar (graag!) in het Engels gelezen en het maakte mijn ellendige zomer zoveel beter. Het verhaal gaat over de opkomst van de aids-epidemie in Chicago in de jaren tachtig. Zo ver van mijn bed, maar zó goed geschreven. Een beetje dezelfde sfeer als Een klein leven, maar dan gewoon beter en minder uitgesponnen ellende (maar nog wel veeeeeel ellende). Het andere boek dat ik van Makkai las, De lener, was dan weer een zeer amusant, vrolijk boek. Het is echt een boek voor lezers, met heel veel verwijzingen naar andere (jeugd)boeken.
De verliefden van Javier Marías is het boek waarin ik het meeste passages heb gemarkeerd. Een prachtig verhaal, het doet wat heerlijk ouderwets aan. En het gaat over de liefde en ik lees graag over de liefde.
Het meest filmische boek is ongetwijfeld De ontembare van Guillermo Arriaga. Voor de fans van de film 'Cidade de Deus' een absolute must-read. Ook al is hij meer dan 900 pagina's.
Als klassieker las ik Jane Eyre van Charlotte Brönte. Ik heb 500 pagina's genoten en was erg blij met deze tip van een leesvriendinneke. En misschien nog geen klassieker, maar Jeroen Brouwers is wel een monument, en zijn Datumloze Dagen heb ik ook echt verslonden.
Ik vertrouwde op Julian Barnes, Renate Dorrestein, Amelie Nothomb en Ian McEwan en ik werd niet teleurgesteld.
Tot slot nog even een hype: Op aarde schitteren we even is terecht een bejubeld boek. De eerste hoofdstukken zijn wat te vreemd en pathetisch, maar dan komt het verhaal op gang, en dat versmelt met al die mooie zinnen en dan krijg je een onwaarschijnlijk goed boek dat je niet kan wegleggen.
Het eerste boek van 2020 ga ik wellicht zo meteen uitlezen: het eerste boek in een trilogie van Coetzee. Zeer straf, mijn leesjaar is weer goed gestart.
Ik ben fan van Goodreads en ik ben fan van statistieken.
Een fijne blogtraditie dus: zie mijn leesberichten van 2018 - 2017 -2016.
En dit was dus 2019:
47 boeken dus, dat is er eentje minder dan in 2018, maar toen las ik wel dikkere boeken want kwam ik op een stuk meer pagina's uit.
En wat valt er te zeggen?
Dat ik weer weinig non-fictie las. Thinking fast and slow van Kahneman vond ik nochtans heel straf, maar ik kreeg het net niet helemaal uit. Zo'n dikke klepper en dat gaat steeds maar dieper en verder in de logica, statistiek en psychologie, ik was het op den duur echt wel kwijt. Desondanks: een aanrader. Verder las ik ook relatieboeken van Esther Perel en Rika Ponet. Ik kan ze je echt aanbevelen al zitten die boeken nu met een heel wrang gevoel in dit lijstje.
Gelukkig was er ook nog Rutger Bregman met De meeste mensen deugen. Dat boek kwam op een bijzonder moment voor mij. En het is niet het best geschreven boek, maar het is zo lezenswaardig. Laat je niet afschrikken door de vele pagina's, het is echt een heel vlot boek.
Ik had erg uitgekeken naar Barrico zijn vervolg op De Barbaren waar ik echt mee gedweept heb (nog altijd een beetje, maar het boek is ondertussen wat gedateerd). The Game stelde me echter wat teleur. Het is zeker niet slecht, en het is echt heel fijn om te zien hoe Barrico een soort samenvatting maakt van de wereld vanuit technologische/webontwikkelingen. Voor wie al eens een mening heeft over tinternet een aanrader.
Ik las dit jaar de vijf boeken van Elena Ferrante en ik vond het heerlijk. Personages die lang meegaan, ik kan er zo van genieten. Wie nog goede vakantieboeken zoekt: hier zijn ze.
Steengoede boeken die zeer onaangenaam zijn: zo las ik er twee. De avond is ongemak van Marieke Lucas Rijneveld en Vallen is als vliegen van Manon Uphoff. Het is als heel bittere chocolade: echt super goed maar je wil er echt niet te veel van eten. Reasons to stay alive van Matt Haig was ook echt mindblowing. Geen boek voor iedereen denk ik, maar als je meer wil weten over depressie, om welke reden dan ook, dan is dit echt een boek voor jou.
Als ik dan toch 'het beste' boek van 2019 moet kiezen, dan kies ik The Great Believers van Rebecca Makkai. Ik heb het zowaar (graag!) in het Engels gelezen en het maakte mijn ellendige zomer zoveel beter. Het verhaal gaat over de opkomst van de aids-epidemie in Chicago in de jaren tachtig. Zo ver van mijn bed, maar zó goed geschreven. Een beetje dezelfde sfeer als Een klein leven, maar dan gewoon beter en minder uitgesponnen ellende (maar nog wel veeeeeel ellende). Het andere boek dat ik van Makkai las, De lener, was dan weer een zeer amusant, vrolijk boek. Het is echt een boek voor lezers, met heel veel verwijzingen naar andere (jeugd)boeken.
De verliefden van Javier Marías is het boek waarin ik het meeste passages heb gemarkeerd. Een prachtig verhaal, het doet wat heerlijk ouderwets aan. En het gaat over de liefde en ik lees graag over de liefde.
Het meest filmische boek is ongetwijfeld De ontembare van Guillermo Arriaga. Voor de fans van de film 'Cidade de Deus' een absolute must-read. Ook al is hij meer dan 900 pagina's.
Als klassieker las ik Jane Eyre van Charlotte Brönte. Ik heb 500 pagina's genoten en was erg blij met deze tip van een leesvriendinneke. En misschien nog geen klassieker, maar Jeroen Brouwers is wel een monument, en zijn Datumloze Dagen heb ik ook echt verslonden.
Ik vertrouwde op Julian Barnes, Renate Dorrestein, Amelie Nothomb en Ian McEwan en ik werd niet teleurgesteld.
Tot slot nog even een hype: Op aarde schitteren we even is terecht een bejubeld boek. De eerste hoofdstukken zijn wat te vreemd en pathetisch, maar dan komt het verhaal op gang, en dat versmelt met al die mooie zinnen en dan krijg je een onwaarschijnlijk goed boek dat je niet kan wegleggen.
Het eerste boek van 2020 ga ik wellicht zo meteen uitlezen: het eerste boek in een trilogie van Coetzee. Zeer straf, mijn leesjaar is weer goed gestart.
woensdag 25 december 2019
Het geschreven woord
In ons huis slingeren overal briefjes. Met lijstjes, met instructies, met spelregels, met woorden die belangrijk zijn voor een toneeltje.
Ik zou ze meer moeten bijhouden, die briefjes en die bordschema's.
Het is tastbaar bewijs dat dit gezin leeft. Dat er wordt gespeeld.
Geen nauwkeurige mooi geschreven woorden, maar haastige krabbels om alles duidelijk te vatten.
Doktertje, waarbij lengte en gewicht gedetailleerd worden genoteerd.
Restaurantje, met pijltjes naar de wc, en een menukaart waarvan ik 'kado lazanja' kan bestellen.
Het mooist zijn de schema's zonder woorden.
Waarin Oona nauwkeurig noteert met symbolen zodat Juno kan begrijpen.
Zo is er een spel met opdrachten waarbij je knuffels kan verdienen.
En een geheugensteuntje bij Juno haar nieuwjaarsbrief.
Wat een team die twee.
Het loopt anders dan ik had gedacht, dit gezin.
Maar zij houden, door het huis rennend met briefjes, balpennen en stiften, het leven bij elkaar.
***
Een bestellijstje voor de wafels, zodat we niet vergeten wat we hebben besteld.
Een spel waarbij je opdrachten moet doen en kussen en knuffels kan verdienen.

Een herindeling van ons huis met een duidelijk onderscheid van de speelkamer en deze rust+slaap+boek kamer.
Een geheugensteuntje voor Juno haar nieuwsjaarsbrief. Met streepjes hoe vaak ze iets moet herhalen. En iets met je neus en je wangen en een sneeuwman.
Ik zou ze meer moeten bijhouden, die briefjes en die bordschema's.
Het is tastbaar bewijs dat dit gezin leeft. Dat er wordt gespeeld.
Geen nauwkeurige mooi geschreven woorden, maar haastige krabbels om alles duidelijk te vatten.
Doktertje, waarbij lengte en gewicht gedetailleerd worden genoteerd.
Restaurantje, met pijltjes naar de wc, en een menukaart waarvan ik 'kado lazanja' kan bestellen.
Het mooist zijn de schema's zonder woorden.
Waarin Oona nauwkeurig noteert met symbolen zodat Juno kan begrijpen.
Zo is er een spel met opdrachten waarbij je knuffels kan verdienen.
En een geheugensteuntje bij Juno haar nieuwjaarsbrief.
Wat een team die twee.
Het loopt anders dan ik had gedacht, dit gezin.
Maar zij houden, door het huis rennend met briefjes, balpennen en stiften, het leven bij elkaar.
***
Een bestellijstje voor de wafels, zodat we niet vergeten wat we hebben besteld.
Een spel waarbij je opdrachten moet doen en kussen en knuffels kan verdienen.

Een herindeling van ons huis met een duidelijk onderscheid van de speelkamer en deze rust+slaap+boek kamer.
Kerstmenu in het plasticine-restaurant. Een gerecht is weggeveegd, want dat is helaas al op.
Zelf verzonnen regels en puntentelling bij Mikado.
Een geheugensteuntje voor Juno haar nieuwsjaarsbrief. Met streepjes hoe vaak ze iets moet herhalen. En iets met je neus en je wangen en een sneeuwman.
Inpaklijstje. 4x tischrt.
donderdag 12 december 2019
Vluchten in werk. Een vorm van zelfzorg.
Als ik aankom op het werk en de eerste vergadering begint, dan kom ik in een soort concentratie zone. Ik denk weinig aan andere dingen, ik denk weinig aan mijn zorgen. Ik heb dat niet alleen op het werk, ik heb dat gelukkig ook bij fijne dingen. Dus ook al voel ik me te neerslachtig voor sociale dingen, al vertrek ik met lood in de schoenen, ook al denk ik dat echt té moe ben, eenmaal ik onder vrienden ben, zit ik in the zone. Dat heb ik ook bij theater. Ik heb veel theater gezien de voorbije weken, ik heb daar veel aan gehad.
Maar werk dus. Ik beken: ik vlucht. Ik heb de voorbije maanden heel hard gewerkt. En het was geen eenvoudige periode. Ik heb heel even een soort rust gehad: ik doe deze functie nu een jaar, het team is volledig en we realiseren fijne dingen. Ah.
Maar toen werden er enkele teamleden ziek. Toen kwam de ene financiële tegenslag na de andere (sponsorship dat wegviel, partnership dat niet verlengd werd, minder inkomsten op een project dan gehoopt...). En toe kwamen er nog 6% besparingen bij.
Ik heb huilend voor financiële tabellen gezeten om te zoeken naar oplossingen. Om alles te kunnen blijven doen met alle collega's die er zijn. Ik huilde omdat ik wist dat het ditmaal niet ging lukken.
Vorige week hebben we vijf collega's hun ontslag moeten geven. Ik vond het vreselijk om te doen, voor hen moet het nog vreselijker zijn.
Het is gek om mensen die je echt nog veel kansen wil geven, die nog kunnen groeien, die waardevolle competenties hebben, dat je die vraagt om te vertrekken. Ik heb alles uit mezelf geperst om er te zijn voor de collega's. Voor zij die hun ontslag kregen, voor zij die blijven, maar met veel vragen en onduidelijkheden. Ik werk al zo lang bij publiq, ik ken mijn collega's echt goed en ik geloof zo hard in wat wij doen. Maar ik moet er staan en deze beslissing verdedigen want er is geen alternatief.
En dan is het eenzaam thuiskomen, zonder een maatje dat luistert, waartegen je mag zeuren en klagen en zuchten. Een maatje dat jou kent, je collega's kent, je zorgen kent. Een maatje dat zegt, het komt wel weer goed
En dan is het eenzaam thuiskomen, zonder een maatje dat luistert, waartegen je mag zeuren en klagen en zuchten. Een maatje dat jou kent, je collega's kent, je zorgen kent. Een maatje dat zegt, het komt wel weer goed
Ik ben moe, echt moe. En ik maak fouten. Op het werk. Thuis.
Maar ik weet, ook morgen zal ik opstaan, ontbijt maken voor de meisjes, alles regelen om ze op tijd op school te krijgen (moeilijk omdat ik niet kan fietsen met mijn gebroken elleboog). En dan zal ik aan het werk gaan, dan zal ik wellicht weer in the zone komen.
Deze zomer, de dag nadat de beslissing om uit elkaar te gaan als een rotsblok op mij was gevallen, had ik een lange strategische vergadering. Het werd een van de beste uit mijn carrière. Twee weken geleden brak ik 's avonds mijn elleboog, ging ik 's ochtends naar de spoed, kreeg een zware gips en ging diezelfde namiddag naar Brussel voor een belangrijke raad van bestuur. Met genoeg pijnstillers weliswaar. Dat was misschien niet helemaal verstandig, maar ook de volgende dag stond ik er. Deze dinsdag gaf ik een goede (denk ik toch) presentatie na een heel korte nacht, ik had nog lang aan die presentatie gewerkt en kon vervolgens niet slapen door gepieker. Maar ik stond er, en bleef gaan.
Ik wil dat niet verheerlijken, het is gewoon hoe ik in elkaar steek. Dit is mijn lijf. Ik ben iemand die bijkomt van ellende (zes kilo helaas) maar wel kan doorgaan. Mijn huid is dof, ik heb wallen en pukkels. Ik ben mijn basis kwijt, mijn toekomstperspectief, maar ik ga door. Ik verdien daar geen lof voor, daar is geen bewondering voor nodig. Het is gewoon hoe het gaat en ik hoop dat het blijft gaan.
Want dat is wat ik wil vragen: heb daar begrip voor, het is gewoon wie ik ben.
Komt de crash nog? Dat het allemaal te veel wordt? Misschien wel, en dan zijn er misschien wel wat kennissen die gelijk halen. Want zie je wel, dat hou je niet vol.
Maar ik hoop van niet. Ik hoop dat ik kan rekenen op mijn lijf, mijn hoofd, om ondanks alles door te gaan.
Want misschien is dat toch nog altijd de beste zelfzorg: dicht bij jezelf blijven, bij wie je echt bent.
Dit ben ik.
Ik werk graag.
Het is zwaar.
Maar ik werk graag door.
En het is bijna vakantie en dan zal ik ook even niet werken.
dinsdag 5 november 2019
Wij drie
Deze zomer hebben Michiel en ik beslist om uit elkaar te gaan.
De herfst is intussen overal. Ook in ons kleine tuintje.
Hoezo, 'ons tuintje', wie is dat nog, ons?
Wat volgt is geen verslag, geen verhaal hoe het dan wel is gegaan.
Dat kan ik niet schrijven, omdat er geen verhaal ís.
Er is alleen een storm.
Rukwinden, striemende regen, wolken zo donker, zo laag, zo dik, het zijn geen wolken meer, het is de lucht die neervalt. Gedonder, zo luid, zo dichtbij, de donder zit in mijn hoofd. Blikseminslagen, net naast mijn voeten, naast die van mijn meisjes. En onvoorspelbaar, geen rust meer, dat raast en raast maar door.
Zag ik de storm komen? Oh ja.
Maar ik dacht er naast te kunnen leven. Beetje naar hier rennen, dan weer naar daar, naar de plekken met heldere blauwe lucht tussen de donkere wolken. Een paraplu open trekken voor de eerste druppels.
In mei liep ik bewust (en zonder jas) een regenbui tegemoet. Er moest iets veranderen. Maar toen belandde ik in een storm, ineens onafwendbaar. Met een snelheid die ik nooit voor mogelijk had gehouden. Met ons hele gezin.
Ik sta in de ravage. De verwoestende kracht van deze storm is enorm. Geen zekerheden meer, geen wegwijzers. Geen perspectief, geen uitzicht. En ik ben moe, zo moe.
Ik zie mijn meisjes, met hun enorme verdriet, om alles wat ze nu al verloren hebben in deze storm. Ik zie de ravage om ons heen, de ravage in hun hoofdjes, de ravage tussen ons.
Ons, ons, wie is nog ons.
Ravage is een woord dat klopt.
En dan deze foto. Wij drie. In een herfstbos.
Het is een weekend in september wanneer het oog van de storm voorbij is geraasd. We zien er best gelukkig uit, niet? We staan daar op die afgehakte boomstammen toch maar mooi in de verte te kijken. We kijken het leven aan.
Wat je niet ziet op de foto: de man die de foto heeft genomen. De man die me een hand gaf om weer van die boomstam te geraken, want dat was best hoog, ik durfde niet te springen.
Die man was Michiel natuurlijk.
Want we dachten dat dat een goed idee was, nog een weekend met ons vier (ons, ons, wie is nog ons). Het tegendeel bleek waar: nog geen vierentwintig uur na deze foto zijn de meisjes en ik volledig leeg, emotioneel uitgeput, de storm was mee op dat weekend, de teleurstelling dat er geen ontsnappen is, de ontgoocheling dat die storm zo hevig was en vooral, is, tegenwoordige tijd, en tegenwoordig is alles anders, want er is die storm.
Ik heb geen idee hoe ik in de toekomt van zo'n boomstam ga geraken. Ik durf niet te springen. Ik heb geen idee hoe ik mijn dochters daar ga krijgen, hoog genoeg om een horizon te zien, om de weg terug te vinden, om zorgeloos naar beneden te springen en verder te gaan.
Ik moet de schade opmeten.
Ik moet de windrichting voorspellen.
Ik moet weten wanneer dit stopt.
Ik moet vooruit, zeggen ze.
Soms huppelen ze gewoon voor me uit, in de wandeling die het leven heet. En dan denk ik: ik haat deze storm, maar wij drie, wij zijn wel onderweg.
Maar dan keert het weer om. De onvoorspelbaarheid, we haten ze.
Ik moet vooruit, zeggen ze.
Soms huppelen ze gewoon voor me uit, in de wandeling die het leven heet. En dan denk ik: ik haat deze storm, maar wij drie, wij zijn wel onderweg.
Maar dan keert het weer om. De onvoorspelbaarheid, we haten ze.
Ze vragen ze me hoe ver het nog is, hoe lang nog. Ik weet het niet.
Dan vragen ze of ik de regen, de tranen kan doen stoppen, de wind kan laten liggen, de zon kan laten schijnen. Ik denk: ik kan dit niet.
Ik begon op deze plek te schrijven. Over de theaterstukken die ik zag, over wat ik at, over wat ik dacht, en vooral, over ons.
Maar ons, wat is nog ons.
Dan vragen ze of ik de regen, de tranen kan doen stoppen, de wind kan laten liggen, de zon kan laten schijnen. Ik denk: ik kan dit niet.
Ik begon op deze plek te schrijven. Over de theaterstukken die ik zag, over wat ik at, over wat ik dacht, en vooral, over ons.
Maar ons, wat is nog ons.
Het stormt. Deze blog zit mee in de storm. We zullen zien.
maandag 7 oktober 2019
Juno spreekt (alf.6)
Met haar nieuwe tanpoffels aan.
Want wie heeft er ooit gezegd dat je daar niet mee mag slapen?
Zo doet ze mij vaak glimlachen.
Een kort lijstje van de voorbije maanden:
Zo doet ze mij vaak glimlachen.
Een kort lijstje van de voorbije maanden:
- Mag ik alsjeblieft hagelslak?
- Jezus, Maria en Jozus
- (kijkt in de pan en wijst) Dat vleesje is rijp
- Niet wenen Oona, ik zal je troosteren
- Dat maakt geen kwaad
- Dat maakt geen uit
- Sst mama ik praat tegen mijn eigen zelf!
- Innemuttemutte, wie is kaas wie is baas
- Oh kijk, ik-hou-niet-van-jou bloemen (madeliefjes)
- Later wil ik een boerderin worden. Of een koker. Of een winkeler.
- Pipi Langkous, hoe heet die nu weer?
- Een bij is een kokdier want die maakt honing
- Waren wij aan het babbelen toen ik in jouw buik zat?
Juno, mijn liefste Juno.
Al even vier en mijn lievelingsdier.
Al even vier en mijn lievelingsdier.
Maar nee mama, ik ben een kindje!
Abonneren op:
Posts (Atom)













