donderdag 21 maart 2013

Ik negeer u.

Oh nee, gij Panos, deze keer weersta ik u. Ik negeer uw koeken, kijk over warme happen en loop voorbij. Geen droge boterkoek voor mij, dit keer geen pecankoek met alleen maar de smaak van suiker, geen mattentaart de naam de niet waardig, geen kaasbroodje enkel maar lekker omdat het warmte brengt op een guur perron. Gij profiteert schaamteloos. Gij maakt misbruik van de situatie. Gij weet beter dan wie ook dat wij een gemakkelijk slachtoffer zijn. Met onze zware tas, ons hoofd vol zorgen, onze krant al lang uitgelezen. Wij, de pendelaars. En gij weet, wij zijn hongerig. Wij willen naar huis, de dag was lang en de middagpauze kort. Ge tooit uw winkels met een soort zon en uw sterkste wapen is een lange rij. Want als hij en zij, dan ook ik, niet? 
En dan is er vertraging en ontstaat het Panos-effect. Een denkfout in onze hersenen waarbij we ten stelligste geloven dat we als gevolg van problemen aan het rollend materieel, het ontbreken van treinpersoneel, en vertraging van een voorgaande trein, dat wij, als compensatie, iets lekkers hebben verdiend. Wij verdienen helemaal niks. Geen pizzabaguette, geen broodje philadelphia, geen dubbele chocoladekoek. Gij verdient aan ons. Gij verdient aan de fouten van uw vriend, de NMBS. Wij blijven achter met handen die plakken, een adem die stinkt en een schuldgevoel. Zoveel geld hebben wij al aan u versleten, zoveel calorieën zijn er aan uw waren verspild. Ik heb genoeg gefreten, ik stop, ik negeer u als waart ge er nooit geweest.


zondag 17 maart 2013

zondags alledaagse geluk

De dag begint vroeg zoals alle dagen. Papa, papa! Haar stemmetje klinkt vrolijk. Ze staat recht in haar bed en kijkt me aan met grote ogen. Mama! En dan: aape akkej. Ja meisje, ook aapje is wakker. Ik ben blij met de volgorde: papa, mama, aap.
Ook het hondje (waf) en het schaap (mèèè) is wakker om kwart voor zes. Ik maak haar een flesje en we nestelen ons samen in het grote bed. Plek genoeg nu papa er niet is, maar ze kruipt zoals altijd lekker in het midden.
En dan beginnen wij te praten. Klejen aantoen! Sokken! Speld haatjes? Ze beveelt me met maar lieve hoge stemmetje. We steken vuile was in de machine en halen propere was uit de droogkast. Helepe. Oona helepe.
We fietsen de stad in. De marktkramers bouwen hun kramen nog op. Een koffie cookie crumble voor mij, een sapje voor haar. Ik blader door de krant, zij in een kleurboek. Tsjippetjes! Ja meisje, kippetjes, geef jij de kippetjes maar kleur. Okee, zegt ze, okee.
Deze week ging de deurbel drie keer. Papa! Ze keek me hoopvol aan en geloofde me niet tot ze met het met haar ogen ziet: geen papa. Of gisteren in bad, terwijl ze ontdekt dat een eendje altijd blijft drijven: papa? Papa ietui. Ja meisje, papa is op het vliegtuig.

We lopen op de markt langs richels en randjes, langs trapjes en grote stenen, zij en ik, haar handje om mijn vinger geklemd. Ze krijgt een stuk Marokkaans brood, van de Turk een nootje, van een wittekop een stukje nananas. De stad is van ons. Ze struikelt drie keer, en enkel de laatste keer trekken haar mondhoeken naar beneden. Pijne. Het is het soort pijn die verdwijnt met een kus. Het is het soort pijn die haar groter maakt. We fietsen naar huis, ze kijkt naar de wereld vanop haar stoeltje. En plots overvalt mij het geluk. De fiets, het kind, het leven, alles klopt.

Even later telefoon, die begint met tranen en een trillende stem. Aan de andere kant van de lijn is er pijn die mensen kleiner maakt, geen duizend kussen zijn genoeg. Mijn lieve vriendin en haar liefste lief. De wereld is daar plots niet groter geworden dan de muren van een ziekenhuis. Hier verbazing voor het ontstaan van een zin (nu mama soepje maken?), daar moeilijke woorden waarvan het tempo niet te volgen is. Wij deinen op het geluk, zij worden overspoeld en beginnen aan hun strijd. En aan de telefoon bejubelen we het leven: zij weigert dromen op te geven, ik deel mijn leven waar elke dag begint met het grootste geluk.

Oona sjape? Ja meisje, en als je wakker wordt, is papa daar.
Ze lijkt me niet te geloven. En ik verlang hartstochtelijk om hem in mijn armen te nemen, want ik wil het zo graag delen, dit alledaags geluk.

donderdag 7 maart 2013

Pigment: bijna voor echt

Een mooie ochtend, in de mooie slaapkamer van Annemie (die haar lief nog uit bed moest sjotten). Ik heb een promotiefilmpje opgenomen met Jasper Leonard voor  Pigment.
Ik had iets uitgedacht en Jasper die dacht mee. Fijn zo. Het stond er snel op en ik zag ondertussen al een eerste versie. Nu muziek van Marjan eronder en dan is het af.
Ik zit wat achter op schema met de teksten, maar het verhaal lijkt steeds meer te kloppen. Wat een heerlijke spanning in mijn leven.

zondag 24 februari 2013

40 dagen zonder weggooien

Al mijn dagen zijn zonder vlees. Ik kan nog wel wat extra inspanningen doen met vis uiteraard. Maar ik dacht aan deze periode voor nog een laatste voornemen: minder eten weggooien.

We gooien blijkbaar 89 kilo weg per jaar, ok, dat is niet allemaal rechtstreeks, maar ik schaam me toch over wat ik allemaal weggooi. Sinds het begin van de vasten (want daar komen die 40 dagen van hé, ketters!) noteer ik dus wat ik allemaal weggooi. Niet teveel zever over een druppel op een hete plaat enzo, ik vind het gewoon niet ok, het gemak waarmee ik iets in de vuilbak kieper.

Het voorlopige lijstje:

  • een stukje beschimelde kaas
  • een restje soep (de rest ingevroren, maar het kon niet meer bij in het potje) 
  • een restje appelmoes 
  • een restje komkommersla en verse kaas ( we waren in Keulen en hadden geen zin in uitlopen potjes in de rugzak 
  • een homp compleet hard stokbrood 
  • een pistolet
  • twee verse lasagnevellen vergeten werden in de koelkast
  • wat restjes op mijn bord op restaurant (groenten die iets te knapperig waren)
  • vijf vervallen pitabroodjes
  • een restje veggie broodsmeersel 
Het valt nog mee, maar ik vrees voor de lijst na veertig dagen. Wie doet er mee?


Kijk ook naar de Koppen reportage



donderdag 14 februari 2013

de amateur



Begin mei speel ik dus de voorstelling 'Pigment' in het kader van de week van de amateurkunsten.
Ik vraag me af: wie is amateur?
De amateurs zijn blijkbaar zo talrijk en tof dat ze een aparte week verdienen. Een paar jaar geleden was ik via het werk op een onderzoekspresentatie van een grootschalig onderzoek naar de amateurkunsten. Ik heb daar niet alles van onthouden, wel dat er bijzonder veel mensen enige vorm van amateurkunst beoefenen (toneel, pottenbakken, fotografie, schrijven,…) al dan niet in verenigingsverband, in het DKO of gewoon op zichzelf.
In Antwerpen heeft de Week van de amateurkunsten een andere naam: het Liefhebber-festival. Is amateur dan een lelijk woord dat je beter kan mijden?  Naar wat ik me ook herinner uit datzelfde onderzoek, zijn er bij de meeste mensen helemaal geen negatieve connotaties zijn bij het woord ‘amateur’. Ik diende voor de voorstelling een subsidie-aanvraag in binnen het kader van datLiefhebber-festival (goedgekeurd, jeuj!). In het beoordelingsverslag van die aanvraag staat dat het een pluspunt is dat ik samenwerk met een professioneel kunstenaar. Marjan dus, netjes afgestuurd aan het conservatorium, top niveau (maar dat zal je zelf kunnen horen binnenkort) en probeert te leven van haar muziek. Maar wat is dan het doel van dit soort festival? Amateurs toch een niveau ‘hoger’ trekken, richting professioneel niveau? Moet ik als amateur toch streven naar professionaliteit?
Ik bén uiteraard een amateur, want niet professioneel bezig met theater en/of schrijven. En amateur zijn vind ik ook veilig, er worden toch net iets meer fouten, slordigheden geduld.

En net door met Marjan samen te werken zit deze voorstelling ook in een soort tussenlaag. Marjan stelt haar cd voor in een uitverkochte Rataplan, plant een tournee langs een aantal cultuurcentra,…Pigment speelt in zaal Zirkus, de zaal van, jawel, het Huis van de Amateurkunsten. Toch een verschil.
Een typische, maar leuke reactie na een toneelvoorstelling die we vroeger kregen bij theatergezelschap Fisk: super tof en veel beter dan sommige van die professionele voorstellingen. Bedankt voor het compliment, maar eigenlijk is dat niet zo moeilijk. Er wordt verschrikkelijk veel gemaakt in Vlaanderen en niet alles is even goed, en, nog belangrijker, komt overeen met je persoonlijke smaak. Bovendien blijven herinneringen aan heel slechte voorstellingen soms ook heel lang hangen. Dus zo’n verdienste om beter te doen dan enkele professionele voorstellingen is het niet. Wie vaak een kijkje neemt in het professionele circuit zal zien dat er zoveel dingen zó ongelofelijk goed zijn.Het spel van Abke Haring. De scènebeelden van Chokri Ben Chika. De theaterteksten van Tom Lanoye. Dan kan ik alleen maar besluiten dat ik inderdaad een amateur ben, louter door een verschil in kwaliteitsniveau.


Maar als ik dan in HUMO lees op welke manier Tom Lenaerts en Tom Van Dyck maanden werken aan hun tv-serie ‘met man en macht’, dan word ik gezond jaloers. Ze prutsen aan elk woord, elk detail, tot het 1000% juist zit. Ze hangen A4’tjes op met uitgewerkte profielen per personage, werken dagen en dagen aan één aflevering… Oefenen de zinnen, puzzelen en schaven. Die luxe zou ik natuurlijk ook wel willen. En tegelijk denk ik dat ik daar niet voor ben gemaakt. Dat ik veel meer plezier zoek in mijn amateuristisch gepruts dan in professioneel geschaaf onder druk.  

Genoeg, deze amateur gaat aan het werk, er moet nog een voorstelling worden geschreven.

Gezien: Goose

En het was geweldig.
Kijk anders zelf.
Een uur en twintig minuten tijd?



Fantastisch gegeten bij Kika trouwens op 100 meter van de AB.

zondag 3 februari 2013

Gezien: flutdans en topjazz

Opa komt babysitten op zijn zieke kleindochter, nestelt zich met Mr Gwyn op de zetel (prima idee, dat vond ook hij achteraf). Ik eet nog iets met een vriendin (we proberen althans te eten tussen het praten door) en haasten ons naar deSingel. De openingsscène van Yes, we can't was grappig. Ik denk dat ik ooit nog al eens iets gezien heb van William Forsythe, maar het is toch niet helemaal bijgebleven. En dat zal ook deze voorstelling niet doen. Want die openingsscène blijft duren en dan komt er een langdradige uitleg over het het mislukken van de scène, dat ze het opnieuw zouden willen proberen, maar dat dat onmogelijk is enzo verder. Alle dansers (het zijn er veel) zijn met enthousiasme in de verkleedkoffer gedoken en maken dansachtige bewegingen. Maar wat een saaiheid. Het gaat nergens naartoe, komt nergens vandaan. Alle vooroordelen over dans worden waarheid, al heb ik me even verzet. Dan dansabonnement van deSingel was een eenmalig ding denk ik.

Vrijdag ons cultuurpeil weer aangevuld met een topper: de Marjan Van Rompay groep. Wat een heerlijk optreden. Per ongeluk geen kaarten gekocht, maar we konden er nog net bij in de Rataplan, fijn om daar nog eens te komen trouwens. En Marjan speelt zó mooi altsax. Het eerste nummer was er meteen pal op, ik was helemaal mee, meteen. De pianist doet wonderlijke dingen, de drummer goochelt met alles wat hij in huis heeft, zonder ooit te willen opvallen, en de bas, de bas die swingt. Alle vooroordelen voor jazz sneuvelen hier. Een heerlijk toegankelijk concert met kleine uitstapjes, maar vol verrassingen. Er hangt liefde in de lucht, hier wordt de wereld, het leven, de muziek graag gezien. Later komt er nog een zangeres bij en het niveau ligt duizelingwekkend hoog. Luister zelf.



Met Marjan werk ik aan een nieuw toneelproject en het duizelt me nu al. Wat een eer om met zo'n prachtmadam te mogen samenwerken. En ik begrijp ook waarom het klikt tussen ons: Marjan wil net als ik verhalen vertellen. Zij  heeft noten, ik heb woorden. En met die combinatie gaan wij iets doen. Nog een dikke drie maanden. Dat is niet zo lang meer. En intussen mag ik met haar repeteren. Het zal weer feest zijn, dinsdag. Kom je kijken?