zaterdag 26 september 2020

1 jaar birdnesting - over thuiskomen en de kerstboom

Hoe gaat het nu, met mij, met ons huis, met ons birdnest? We zijn een jaar later en het gaat goed. En dat van die kerstboom, dat leg ik straks uit. 

Birdnesting is een vorm van co-ouderschap waarbij niet de kinderen, maar de ouders wisselen van huis. De meisjes zijn altijd hier, wij hebben elk een eigen plek. We wisselen ook vaak, van maandag tot woensdagochtend is Michiel bij hen, vanaf woensdagmiddag tot vrijdagochtend is het mijn beurt. En het weekend is afwisselend. Klinkt ingewikkelder dan het is, we vinden het alle vier een goede regeling.

We zijn nu na een jaar ook eindelijk onze zaken juridisch aan het regelen. Ik ben blij dat we dat niet overhaast hebben gedaan. De verstandhouding tussen ons is goed, we hebben deze periode van 'feitelijke' scheiding goed nagedacht hoe we het nu gaan doen. 

De conclusie is eenvoudig: birdnesting werkt voor ons.
Voor de meisjes is er relatief weinig veranderd, hun leven is nog net op dezelfde manier georganiseerd als vroeger. De emotionele schade is al groot genoeg, het is echt wennen voor hen (nog steeds) om ons niet sámen bij hen te hebben. En moesten ze een toverstok hebben, ik weet wat ze zouden wensen. Dat maakt me best verdrietig. Maar dit voelt als 'second best'. Omdat we veel van wat goed was, hebben behouden. Omdat we hier nog altijd thuiskomen, allemaal. 

Op zondagavond eten we samen, met z'n vieren. Dat is helemaal niet raar, dat is net heel vertrouwd. In corona-tijden en in de zomer was ons ritme wat ontregeld, maar nu hecht ik weer veel belang aan die zondag. Omdat het rust geeft. Het weekend dat ik bij de meisjes ben is het een fijne afsluiter, dan kan ik hen zonder al te veel verdriet achterlaten. Het weekend dat ik niet bij de meisjes ben, is het echt het moment om naar uit te kijken. Het helpt dan ook dat ik mijn voetjes onder tafel mag schuiven... Dan bespreken we ook dingen, met z'n vieren, maar ook met z'n tweeën. Als er bijzonderheden zijn in de week, of dingen die we moeten bespreken over de meisjes,... Het is goed dat ik weet dat er elke zondag een moment is waarop dat kan, ik vind het fijn dat ik niet elke keer aan Michiel moet vragen of we kunnen praten. 

Een andere kritische succesfactor is de poetshulp. Die doet net als vroeger de grote kuis en wij doen net als vroeger de kleinere dingen tussendoor. We hadden daar vroeger een goede taakverdeling in, en dat lukt ook nu. Al heb ik moeten leren de vuilniszakken buiten te zetten, want de vuilkar komt op mijn dag...

Het vraagt opofferingen, deze manier van samen-leven. Er zijn dingen in ons huis die ik speciaal doe omdat Michiel dat zo graag wil. Mijn sociale leven, en ook voor een deel mijn job, moet zich maar plooien naar onze strakke regeling. Ik heb een soort van gespleten leven, dagen dat ik door en door mama ben, alleenstaand, wat best heftig is. En dagen dat ik als een vrijgezel hard werk maar ook voluit leef, probeer te gaan lopen, te weinig slaap en alles doe waar ik verdorie zin in heb. Het is vanzelfsprekend maar tegelijk vermoeiend om elke twee à drie dagen te switchen tussen die levens. 

Dit systeem kost geld, veel geld. We betalen elk de helft van de lening van het huis en alle kosten die daarbij horen. En ik betaal maandelijks huur voor een appartement waar ik amper ben. Ik ben nu aan het puzzelen of ik een appartement kan kopen, maar dat wordt echt geen eenvoudige financiële oefening... 

Het sleuren met was katapulteert me terug naar mijn studententijd. Ik vergeet voortdurend dingen, er ligt altijd wel iets op de andere plek dat ik nodig heb. Ja, er zijn heel wat nadelen. 

Het zorgt ook voor een blijvende, sterke verbondenheid met Michiel, anders krijg je dit niet georganiseerd. Tijdens een leuke date een bericht krijgen of ik eraan wil denken om WC-papier te kopen voor thuis, yep, that happened... 

We doen dit voor de meisjes, natuurlijk, maar misschien ook voor elkaar. Dit is ook het beste voor mij. Omdat dit de relatie is die wél haalbaar is en waaruit veel goeds komt. Zoals een rustige, stabiele omgeving. Voor de meisjes, maar zeker ook voor mezelf. 

Ik denk ook dat het een overgangsscenario is. Maar niet voor even, wel voor lang. We hebben echt de intentie om dit nog enkele jaren vol te houden. Nee, niet volhouden, gewoon doen. Het wordt nog moeilijk. Nieuwe partners in dit systeem, dat wordt een uitdaging. Op dit moment kan ik het idee niet verdragen dat hier een andere vrouw zou rondlopen, de tafel zou dekken, vragen aan de meisjes hoe hun dag was. Rationeel kan ik dat wel begrijpen, vanuit Michiel zijn standpunt. Maar emotioneel... nee, daar ben ik nog niet aan toe. Maar als er nu een ding is wat ik het voorbije jaar heb moeten leren: dag per dag. 

Ik sluit ook compromissen, zoals rond de kerstboom. Excuseer, herfstboom. De meisjes hadden in een papa-weekend het idee om alvast de kerstboom te zetten maar dan met herfstversiering. Ze hebben super schattige diertjes getekend en geknipt en met touwtjes in de boom gehangen. En zo staat er dus al een kerstboom in september...
In mijn eigen huis, op míjn plek zou ik dit niet dulden. Geen kerstboom voor de Sint, daar wijken we niet vanaf! Maar dit is niet mijn huis. Dit is het huis van ons, van de meisjes. Hun allerschattigste gezichtjes toen ik thuiskwam en ze me begroetten bij de boom... Hier plooi ik. Hier ga ik mee, mee met hen. Zelfs mee met Michiel. 

Het is dus zelfs geen compromis, ik heb me er gewoon bij neergelegd. Omdat ik het een kleine prijs vind voor alles wat ik hier bij win. De onderhandelingen over hoe lang de boom mag blijven staan, zijn trouwens al gestart, haha. 

We gaan dus door. 
Na dit woelige, heftige emotionele jaar, weet dit vogeltje waar haar nestje is. 




zondag 9 augustus 2020

Blijf van mijn worst!

Beste vrienden,
beste familie,

Ik zou heel graag aan tafel willen zitten in vrede met u. Ik zou daarom HET GESPREK OVER DE VEGETARISCHE WORST willen schrappen uit ons register.
Ik verklaar me nader.

Op mijn veertiende wou ik geen vlees meer eten. Mijn ouders gingen tot op zekere hoogte mee in mijn argumenten, maar het duurde nog wel enkele jaren voor ik helemaal geen vlees meer at. Ik at nog wel zeevruchten en vis, maar na het lezen van ‘Dieren eten’ (nog steeds een tip trouwens, al zal het boek wat gedateerd zijn) heb ik ook dat afgezworen. En ik ben nog elke dag blij met mijn persoonlijke keuze.

Maar ik had het onlangs weer voor: HET GESPREK. Commentaar op mijn worst. Ik eet zo graag, dat commentaar op eten altijd gevoelig ligt. Maar als het over mijn worst gaat… Gevaar!

Vroeger was het nog interessant, dan vroegen mensen me vaak waarom ik geen vlees at. Dat was meestal een tof gesprek. Al vind ik het nog altijd niet fijn om over dode dieren te praten terwijl we aan tafel zitten, dus ik probeer het gesprek dan wat uit te stellen tot ik ook mijn dessert op heb. Jullie weten dat ik graag eet.

Tegenwoordig gaat het aan tafel niet meer over het waarom. De beelden van de slachthuizen zijn gekend en iedereen staarde al eens zuchtend naar de grafieken van de ecologische voetafdruk van vlees en zuivel. Goed nieuws dus, er is veel veranderd de voorbije twintig jaar. Ik hoef niet meer alles uit te leggen. En het vegetarische aanbod is ongelofelijk toegenomen. Maar daar, liefste medemens, knelt voor u blijkbaar het schoentje. In lang vervlogen tijden had ik de keuze tussen een pureeburger-met-een-erwtje uit de supermarkt, een brok smakeloze tofu of een dure spinazieburger uit de biowinkel waar mijn mama gelukkig af en toe naartoe reed. Vandaag de dag is het aanbod gigantisch: er zijn heel wat gespecialiseerde merken, de meeste supermarkten hebben ook producten van hun huismerk, en het lijkt wel alsof er elke week nog nieuwe vleesvervangers opduiken. Vroeger probeerde ik alle nieuwe dingen te testen, maar dat kan ik niet meer bijhouden.

Vandaag in het supermarkt-rek: worsten, hamburgers, spekjes, gehaktballen, ‘kip’stukjes, ‘runds’reepjes en ga zo maar door. En dan beland ik keer op keer in HET GESPREK.

Het gaat ongeveer zo:

Ja, maar wat ik niet begrijp, is dat jullie dan toch dingen willen die er als vlees uitzien en ook naar vlees smaken!

Stel je voor, zeg. Wat een arrogantie toch van die vegetariërs! Willen ze een vlees-uitzicht en een vlees-smaak! Dat is toch te gek?
Ik zou dan willen schreeuwen: leve nep! Leve fake-meat!

Ik zweer vlees af omwille van morele, ethische en ecologisch-duurzame redenen. Met die keuze moet ik dus blijkbaar ook de smaak en het uitzicht van vlees voorgoed afwijzen.
Terwijl, als je aan een vleeseter (of flexitariër) vraagt waarom hij of zij nog vlees eet; dan is het antwoord meestal: omwille van de smaak. Dus, je mag als vleeseter vasthouden aan de gewoonte van vlees eten omwille van de smaak, maar je mag als vegetariër geen vegetarische-worst-die-niet-te-onderscheiden-is-van-een-gewone-braadworst eten, net omwille van de smaak. Geef toe, dat is niet logisch. En het is een wij-jullie-denken dat gewoon niet nodig is.

Jaap Korteweg, aka de Vegetarische Slager, is een straffe ondernemer. Hij wil vanuit visie en gedrevenheid, maar ook vanuit een strak businessmodel, vleeseters overtuigen om steeds vaker te kiezen voor een vegetarisch alternatief. Hij kiest resoluut voor nep en heeft er zijn specialiteit van gemaakt om met zijn bedrijf alles zo goed mogelijk na te bootsen. Met hun nep-kip maak je zeer lekkere vol-au-veggie en de nep-gehaktballen doen het zeer goed in een tomatensaus zoals bij de bomma. Geniaal vind ik dat. Want, zo zegt hij, smaak is belangrijk. Mijn producten zijn er voor wie de smaak van vlees wil, maar niet het dierenleed en niet de ecologische impact. En dat zijn véél mensen.

En misschien, beste flexitariër, dat jij dat een gek een idee vindt. Nep-vlees dat té goed naar vlees smaakt. Dat is je goed recht. Eet iets anders, er is echt heel veel keuze van linzenburger tot pikante tofureepjes. Die proeven in de verste verte niet naar vlees, oef zeg. Maar veroordeel mij en mijn veggie-vrienden niet. Omdat wij ook houden van de smaak van braadworst, van de textuur van hamburgers.
Gun me mijn nep-vleesje.

En nu we toch bezig zijn, ik wil in HET GESPREK nog twee zaken vermijden. Sorry, ik ben op dreef. Ten eerste, HET GESPREK vervolgt dus meestal zo:

Ja, maar, dat is ook helemaal niet gezond hé.

Nee, natuurlijk niet. Ik eet geen worst omdat het gezond zou zijn. Ik ben geen vegetariër omdat ik kilo’s wil verliezen. Soms wil ik gewoon worst en de volgende dag eet ik weer iets gezonder. Punt.

En dan, ten tweede:

Ja, maar goedkoop is dat ook helemaal niet hé.

Nee, wie heeft dat beweerd? Voor een goed stuk vlees betaal je ook wat (al is dat nog veel te weinig gezien de hoge kost aan onze wereldbol). Dus ik betaal met plezier €4,49 voor een pakje nep-spek, meer dan het dubbele dan écht spek. Soms wil ik gewoon de smaak van spekjes, de volgende dag maak ik een super goedkoop stoofpotje met een bokaal kikkererwten van €1,09.

Tot slot, een geruststelling. Ik wil niet iedereen tot het vegetarisme bekeren. Omdat ik daar niet in geloof. Dat is zoals iedereen overtuigen om suikervrij te eten. Of alcohol te laten. Ik weet dat ik dik word van suiker en dat alcohol vanalles met mijn lijf en hoofd doet dat niet alleen verslavend maar best ook verwoestend is. En toch at ik net een stuk chocolade en dronk ik gisteren met veel smaak een halve fles cava. Dus, ik geloof in matigheid. Met mate kunnen we de wereld redden. Als iedereen af en toe het vlezeke op zijn boterham laat en gewoon kleinere stukjes vlees eet en niet elke dag, dan maakt dat een verschil. Heel veel flexitariërs hebben een veel grotere impact dan enkele wannabe-vegans die cold turkey (pun intended) overschakelen op een plantaardig dieet er na twee weken de brui aan geven omdat het verdikke moeilijk is en terug in oude vlees-gewoontes (=veel vlees) hervallen.


Ik hoop dat ik niet op zere tenen trap.
En dat je begrijpt dat ik gewoon mijn worst met smaak wil eten.


Tot binnenkort aan tafel, ik kom in vrede.

Katelijne

PS 1: hierbij mijn favorieten, de KONINGEN VAN HET NEPVLEES
PS 2: Ja natuurlijk, ik eet kei graag linzen. En gerookte tempeh. En een stoofpotje van seitan. Heerlijk, zo zonder-vlees-smaak!

zondag 26 juli 2020

Ode aan het porseleinen kopje





mijn allerliefste witte kopje
van heerlijk standaard porselein
U blinkt niet, bent heerlijk wit,
mat, hoe kan u zo doordrongen
van alledaags- en doordeweeksheid zijn?
oh wat bent u niet uniek
in eeuwige stapels, torens
nietszeggend en onpersoonlijk
en altijd belachelijk te klein
o mijn liefste kopje
nooit kan er van u te veel zijn

U heeft een absoluut storend gewicht
een heerlijke absurde zwaarte
U bent ongeëvenaard
het minst geschikte recipiënt
oh vaal scharminkel dat u bent

uw geluid, uw gekling, gekletter
voor mijn oren een lieve last
ik wil u met zo’n belachelijk schoteltje
een lepeltje dat daar natuurlijk niet op past

maar vooral, mijn kopje
wat hou ik van uw oor
te klein voor elke vinger
maar dat is opzettelijk, ik heb u door
want u past ook helemaal niet lekker
in de palm van mijn hand
want onderaan, dat perfect irritante randje,
wat is drinken uit u plezant

ik neem u tussen mijn lippen
ik lik, ik zuig aan u
waarom was ik u zo lang ontrouw
met omhooggevallen mokken
u bent alles
niets lijkt aan u te kloppen

mijn allerliefste kopje
ik wil bij u blijven op dit kamp
u bent mijn favoriete flopje

vrijdag 24 juli 2020

Berichten van het thuisfront - 23 juli

ik krijg een foto toegestuurd
ze is op kamp en het is vandaag vettigen dag
ik haal opgelucht adem, het leven gaat nog steeds zijn gang, het mag

ik ben blij dat we allebei op kamp zijn
zij om te spelen, ik om te schrijven
ik denk dat wij gerust een dagje zouden willen wisselen
het getik op mijn computer ruilen
voor getik van regen op de tent

misschien kan ik dan in een bos, een vlag of kamp veroveren
zingen over vrolijke vrienden en dat we er bijna zijn
mijn tandenborstel en een sok ergens verliezen
takken sprokkelen voor het vuur

en dan zou ik een kaartje schrijven dat het leuk is
het eten superlekker
en dat ik haar niet mis

welnee, ik ben gewoon nog hier
ik mis haar, gun haar alles
weet dat ik binnen enkele dagen
mag delen in haar verhalen, in haar plezier


donderdag 23 juli 2020

Bericht van het thuisfront - 22 juli

ik krijg een foto toegestuurd.
ze komt uit de toekomst, dat kan niet anders
want wanneer is dit gebeurd?
dat de jongste op de oudste lijkt?
de hals wat ranker, het neusje meer naar voren?
hoe kan het dat die handjes, van een kleuter toch, wortels kunnen schillen?
hoe komt in die ogen, in haar blik,
een eigen verhaal van een meisje, zo groot al, dat iets zou willen?

ik ben slechts enkele dagen weg,
tijd tiert welig voor wie niet keek
zoals onkruid maar dan beter
nog meer bloemen, nog meer leven

woedt maar meisje, groei, bloei,
neem alle ruimte, elke kans, alle kieren en alle voegen

ik vat het niet, de tijd
het verstrijken van de jaren
ik ben ook maar een moeder met eenzelfde lot
mijn kindje, vanochtend telde ik plots
vele grijze haren




woensdag 22 juli 2020

Berichten van het thuisfront - 21 juli


Ik krijg een foto toegestuurd.
Ze draagt een netje van ajuinen.
Ze heeft het over haar gezicht gespannen, achter haar oren, van haar ogen tot haar kin onder het fijne gaas. Haar rode lippen, het rode net. Haar blonde haren hangen sluik en ongekamd, maar ach wat, de dag moet nog beginnen.

Topmasker, zegt ze, om het virus niet verder te verspreiden.

Ik kan wel huilen om deze woordenschat, om het jargon van deze maanden, de taal waarmee ze opgroeit, de dreiging ervan. De sfeer van hygiëne, van maatregelen en van bediscussieerde veiligheid.

Ik wil niet de moeder zijn met een masker.
Ik wil niet de moeder zijn die voortdurend vraagt of handen wel gewassen zijn.
Ik ben het toch.

Maar als dit kan, als zij een netje van ajuinen op haar hoofd zet en speelt dat het een mondmasker is, als zij, net negen jaar, de absurditeit ziet van het gaas en de gaten en de nutteloze bescherming, dan ga ik maar beter mee.

Mee in de taal, in het plezier, in het lachen om de ellende, in het leven leven zoals het nu is.


Weer mag ik van haar leren.





dinsdag 21 juli 2020

Berichten van het thuisfront - 20 juli


Ik krijg een foto toegestuurd. 
Ze heeft haar roze badpak aan. Er staat een citroen op en er hangen frutsels aan, alsof de citroen een rokje draagt. Het is een vrolijk badpak, zij is vrolijk in haar badpak. Ze heeft ook een veiligheidsbril op. Die heeft ze wellicht gevonden tussen de spullen in de berging en kan prima dienen als duikbril. Ze is in de kamer van haar zus. Dat mag meestal niet. Soms mag het wel, de regels van een negenjarige zijn nogal ingewikkeld. De regels voor een bijna-vijfjarige zijn meestal niet erg belangrijk, je kan om regels heen draaien en er vrolijk voorbij lopen. Maar ze is dus in de kamer waar soms geheimen zijn en kunstwerken waar je voorzichtig mee moet zijn. Ze heeft een meetlint in haar handen en meet, zo lijkt het, de afstand tussen de vloer en het raamkozijn.

Ons huis meet duizend miljoen, zegt ze. 

Ik weet niet waarom ze haar badpak draagt. Als daar al een reden voor is.
Ik weet niet waarom ze wil weten, waarom ze wil meten. Als daar al een reden voor is.

Maar het zou best kunnen. Duizend miljoen liefdesmeters.