dinsdag 2 januari 2018

Voornemens voor 2018

Voor 2013 (#1#2#3) en 2014 maakte ik voornemens. Dan had ik er genoeg van, ik moest helemaal niets meer van mezelf, de wereld moest al genoeg van mij en dat deed deugd.
Nu verlang ik er terug naar, naar uitdaging, naar een getekende horizon, naar een punt waar ik naartoe wil.


#1 Minder haast

Haast is het gevolg van te veel tegelijkertijd willen. Daar ben ik helaas heel goed in, in geen keuzes maken, en dan moet ik me dus haasten van het ene naar het andere.
Haasten helpt niet. Ik jakker mezelf én mijn meisjes behoorlijk wat af, een punt waar ik faal in het ouderschap. Het is niet dat zij ellendig traag hun schoenen aandoen, het is dat ik hen te weinig tijd geef. Ik probeer me af te vragen waarom ik me haast, het lijkt soms wel een gewoonte, mijn manier van leven. Bovendien helpt haasten meestal niet. En gelukkig maakt het al helemaal niet.


#2 Meer op tijd zijn

Dat is moeilijk in combinatie met het vorige voornemen. Ik ben niet zo'n vreselijke laatkomer die mijn gezin, vrienden, collega's uren en uren laat wachten. Maar ik ben wél vaak te laat, vijf minuten, tien minuten, ... Omdat ik te laat vertrek. Omdat ik nooit wat reserve tijd inrekenen voor onverwachte dingen... en geloof me, met twee jonge kinderen gebeurt er altijd iets onverwacht. Maar op het werk zijn er geen plotse kakpampers of drama's omdat ze haar regenlaarzen aan wil en niets anders. Dan ben ik het gewoon. Die nog even dit of even dat. Die pas in beweging komt als die andere collega uiteindelijk ook aanstalten maakt. Terwijl er al een derde collega netjes zit te wachten in een vergaderzaal. Zo werk ik elke week minstens een keer bij de collega's van Onderwijs. Dat is in een groot overheidsgebouw met een balie en omslachtige registratie. Elke keer wandel ik binnen op het afgesproken uur en ben dus na die registratieprocedure te laat waar ik moet zijn. Het is laf om te zeggen dat ik me daarmee verzet tegen onnodige bureaucratie. Ik moet gewoon vroeger vertrekken, vijf minuten maar.

#3 Minder scherm

Ik ben verslaafd aan mijn smartphone. Geen fijne vaststelling, maar de verslaving is duidelijk zichtbaar (sorry!), hardnekkig en met duidelijke effecten op mijn concentratie en rust-gevoel. Ik weet nog niet goed hoe ik dit puntje moet aanpakken. Facebook bannen? 4G op mijn telefoon standaard uitzetten? Of mezelf een limiet opleggen? Ik installeerde ter voorbereiding een app die mijn smartphone-gebruik analyseert en de eerste cijfers zijn ontnuchterend. Het aantal gespendeerde uren is hoog en het aantal screen-unlocks gigantisch. En als Juno mijn telefoon ergens ziet liggen, komt ze die ongerust naar me brengen. Hier mama, en haar blik zegt: ik weet dat je niet zonder kan. Au.

#4 Geen leer

Het is eenvoudig, voor leer gaan dieren dood. Ik mag hopen dat het diezelfde dieren zijn die ook worden opgegeten of die melk geven, maar zeker ben ik niet. En ik wil niet verantwoordelijk zijn voor een dood dier en niet voor de impact op de wereld van het leven van dat dier.
Een kennis zei me eens: elke aankoop is een stem. Ik besef dat nu ten volle: door leren schoenen of handtassen te kopen, hou ik mee een systeem in gang. Een systeem dat zegt dat het ok is om dieren uit te buiten en ten dienste te stellen aan de mens. Een systeem dat onze wereld compleet uitput. En er zijn zo veel alternatieven tegenwoordig. De regel geldt voorlopig enkel voor mezelf, maatje 39 biedt oneindig veel (online) mogelijkheden. Wat van maat 48,5 en kindermaten niet noodzakelijk kan gezegd worden. En uiteraard ga ik mijn leren schoenen en handtassen niet buitengooien. Ik denk dat ik tweedehands ook nog wel ok vindt, trouwens.

--

Het gaat er dus allemaal om wat bewuster te leven, meer stil te staan bij de keuzes die ik maak.
Samen met wat kleine, gewone voornemens: terug meer lopen (wat een ellendige, donkere maand was december), minder snoepen (ik ga terug voor een strenge periode 5:2, daar moet ik misschien ook eens over bloggen) en nog meer plantaardig eten (waar het kan).
Ik moest trouwens heel hard lachen met dit stripje van 9 tot 5.


Nog mensen met voornemens voor 2018? 

vrijdag 29 december 2017

Juno spreekt (alf. 2)

30 maanden vrolijkheid. Ze kan al druk telefoneren, vertellen wat er op de crèche is gebeurd en met Oona en de popjes spelen. Dat is bijzonder fascinerend omdat Oona dat eigenlijk quasi nooit doet, met speelgoed spelen. Maar dat is voor een andere blogpost. Hier een kleine selectie van ons taterwater.
  • Wil je een hatje tekenen? (Juno houdt van kleuren. Maar eerst, een hartje.)
  • Kijk, een baby! (Nadat we eens een mandarijntje hadden met zo'n mini-beentje, zijn alle mandarijnen-beentjes baby's.)
  • Nuno vindt het moelek. (De opvolger van ga nie lukke! Jaja, het gaat snel.)
  • Wat is dat zo? (En dan komt ze aangetrippeld, nieuwsgierig naar wat je doet, in je handen hebt,...)
  • Wil je helpen appeplieft? (Ook aan Oona vraagt ze dit meestal zo mooi. Krak. Dat is mijn hart dan, in stukskes.)
  • Zo. Das beter. (Juno heeft zonet al het licht in de hotelkamer uitgeknipt terwijl we aan het eten zijn.)
  • Konkelnonas. (Nonkel Jonas. Ik heb haar al tien keer gevraagd van wie ze de step heeft gekregen om dit antwoord te krijgen.)
  • Kijk! Een stippetje! (Ik heb een dikke puist in mijn gezicht). 
  • Oh nee. Pakok. (Het is kapot.)
  • Konketuur. Of nee, pekulaaspasta. Of fadefia. (Moeilijke keuze bij de boterhammen.)
  • Mama? Mama? Mama! Praat maar! (Ik ben te lang stil blijkbaar. Huh?)





dinsdag 19 december 2017

Leena: een liefdesverhaal.

Leena kwam even aanwaaien op de laatste dag van papa, op die stormachtige dag, nu 1,5 jaar geleden. Sommige dingen van die dag zijn heel scherp, andere zijn vaag. Maar ik weet nog heel precies hoe Leena keek en wat ze deed. Ze gooide haar tas in hoek, liep naar papa zijn bed en gaf hem zonder aarzelen en met veel toewijding een kus op zijn hoofd. Leena is niet alleen een goede vriendin van mijn zus, Leena was ook een goede vriendin van papa geworden. Ze hadden een verhaal samen, zo maakte hij de foto's bij haar trouwfeest. Papa wou thuis sterven, maar sterven bij Leena, of toch bij verpleegkundige Leena op de afdeling palliatieve zorgen in het ziekenhuis, was een goed plan B. Ik ben dankbaar dat het plan A is geworden en dat Leena er toch bij was.
Ik was verbaasd, geraakt, ontroerd, compleet weggeblazen door de vanzelfsprekendheid van haar kus. Van haar liefde. Ik was zo blij dat ze er was. 

Het is avond, ik hang in de zetel, ik twijfel of ik ga schrijven of nog iets ga doen voor het werk. Ik stel de beslissing uit, surf wat op facebook. Ik dacht dat ik mijn ontroering van de dag wel had gehad door het bekijken van een paar emofilmpjes van de Warmste Week. Tot ik een link zie naar deze reportage

Bekijk de reportage

Ik bekijk het meteen en bedwing mijn tranen niet. 

Er gebeurt veel deze week, ik mis papa hevig. 

Maar dankzij Leena weet ik het weer. Liefde wint altijd. 








maandag 11 december 2017

Met papa in de sneeuw

Hij zou me bellen vanavond. Om te vragen of het gelukt is vandaag, met al die sneeuw. En hoe het is voor de meisjes, vinden ze het fijn of te koud? Hij zou zijn hoed dragen natuurlijk, en die lelijke warme laarzen.
Ik zou zeggen dat ik aan onze slee moest denken. Hoe die een roestig spoor trok door het witte zachte pak sneeuw. En dat ik daar sterke herinneringen aan heb, papa die niet met ons speelde, maar die ons wel vooruit trok in het eindeloze wit in het park. Ik kan het me plots zo moeilijk voorstellen: papa die rent en trekt? Wat ik wel zeker weet:, hoe hij even later zei tegen ons: luister, het is zo stil. En heel even zouden we luisteren naar die stilte.
Hij zou vragen hoe het nu met Michiel zijn oma gaat. Niet goed nee, maar wat is niet goed na een rijk en lang leven? Sterkte zou hij zeggen, doe ze de groeten daar allemaal.
We zouden allebei denken aan moemoe. Nu pas kan ik me iets voorstellen hoe het verlies voor hem moet zijn geweest. Zijn vader, vava, veel te vroeg verloren, het eerste kleinkind, mijn zus, nog maar net geboren. Zijn moeder, moemoe, met zo veel verdriet, de laatste maanden staarde ze voor zich uit alsof ze aan het wachten was, om zich dan in die laatste uren vast te klampen aan het leven. Ik denk aan haar handen met die lange vingers, en hoe de zijne, weliswaar heel wat groter, zo hard op de hare leken toen ze stierf.

Ik haal Oona van de chiro, ze vertelt over de spelletjes die ik vroeger ook speelde. Over omgekeerde jagersbal, rollend tapijt, en iets met een blinddoek dat ik niet helemaal begrijp. Ik bedenk dat ik wafels had moeten maken zoals papa vroeger. Ik zie de grote beslagkom voor mij op de verwarming, het gistdeeg lauw en plakkerig en klaar voor het hete ijzer. En dat metalen ding voor bloemsuiker, je moet knijpen en het sneeuwt op je bord. Ik heb er later ook zo eentje gekocht en nog maar een keer gebruikt. Ik betaalde voor de herinnering.

Ik weet eigenlijk niet zeker of het wel papa was die de wafels maakte, dat kon ook mama zijn geweest. Ik twijfel ook aan die handen, ik wil misschien gewoon graag dat ze op die van moemoe leken, zoals een lijn die ik zelf teken en verder niet bestaat.

Ik doe het vaak: bedenken wat hij nu zou zeggen en daar dan antwoord op geven. Stilletjes in mijn hoofd. Maar buiten het verdriet - hij is er niet, hij is niet - vind ik ook troost: hij hoeft hier niet te zijn om bij mij te zijn.

Dat van die slee, zo zeker ben ik dus niet, dat gebeurt er met herinneringen. Ik kleur ze in met wat ik nu weet, met wat ik nu voel.
Dat is niet erg, je houdt het niet tegen.
Dat is niet erg, het is met liefde.
We zitten op een slee, papa trekt ons voort, we roepen 'sneller, sneller', hij gaat sneller en daarna eten we wafels.

vrijdag 1 december 2017

Het waait taal.

Er is zoveel taal in ons huis. Het zijn geen woorden, geen zinnen, geen letters. Het is de taal zelf die als een briesje door ons huis waait. Een briesje dat me verrast doet opkijken.

Ik kijk naar dat jongste meisje. Omdat ik een zin van wel zes woorden heb gehoord. Omdat ik wil zien hoe ze triomfantelijk naar me kijkt omdat ze zonet das ni de betoeling heeft gezegd. Ze begrijpt nu niet alleen de woorden, ze begrijpt ook wat woorden kunnen doen. Gretig zoekt ze uit met welke woorden ze wat kan bereiken. En welke toon er nodig is. Ze wil haar laarsjes aan en voegt dan nog toe: zeker, mama. Ze spreekt in foute voltooide deelwoorden, in de cèche een liedje gezingt, ze vraagt zo lief een botam met konketuur appeplief. Ze hoort ABC, ze zegt aa pee see. 
We lezen boekjes, wel vijf per dag.  Het gaat niet meer over het aanwijzen van een vos of een opant of om het omdraaien van de bladzijden. Het gaat om wat ik vertel, plots is er ook voor haar een verhaal. Bijna kan ik zien hoe ze haar oortjes spitst.

Ik kijk naar dat oudste meisje. Ze leest. Het is een wonder. Het is helemaal niet uniek of bijzonder, maar het ís een wonder. Haar geconcentreerde blik, het vingertje, haar mondje dat de letters vormt, haar stemmetje dat volgt, en hoe ik haar zie denken, hoe ze de woorden maakt in haar hoofd, hoe ze de letters en de dingen met elkaar verbindt. Ze is zo mooi.
Kaas. Ze las het op het marktkraam, nu al weer twee maanden geleden. Ik keek haar aan: ze keek zo blij. En verwachtingsvol. We dachten hetzelfde: ze kan lezen, het kan beginnen, het is begonnen.

Soms kijken Michiel en ik elkaar aan, dan is er weer iets gezegd, dan is er weer iets gelezen. Dan waait de taal in ons huis, mijn hart dartelt mee.


vrijdag 17 november 2017

Gelezen: Max, Mischa en het Tet-offensief



Volgens mijn e-reader las ik 41 uur in dit vuistdikke boek. In sessies van gemiddeld 36 minuten, niet toevallig ongeveer de trein-tijd tussen Antwerpen en Brussel. Omgerekend een dikke werkweek. En het was elke minuut waard, wat niet van elke werkweek gezegd kan worden. Wat een boek.

Ik ben blij dat Max enkele weken in mijn leven was. Ik ben jaloers op Mischa. Ik zou graag praten met Owen. En de moeder van Max gewoon even vastpakken, voor de zekerheid.

Ik wil terug veel naar jazz luisteren. Miles Davis, Coltrane, Mingus. Ik wil alles horen en alles begrijpen. Ik moet eens over de Vietnam-oorlog lezen, want ik weet helemaal niets. Ik wil meer naar musea gaan, ik wil meer kunstwerken zien, ik wil beter kijken, ik wil lezen over kunst, ik wil dat iemand me vertelt over kunst, over de betekenis, over de waarde, over het idee achter een kunstwerk.
Ik wil theater maken, ik wil nadenken over tekst, over woorden, over scènes. Ik wil schrijven. En ik wil niet schrijven, want hoe Johan Harstad daar schrijft, nou ja.

Ik voel me een beetje stuurloos nu. Maar ook rijker, slimmer, wijzer (misschien). En nieuwsgierig. Hongerig.

En dat is waarom ik lees.
Ik kan dat niet genoeg aanraden.

zaterdag 4 november 2017

De vangrail

Soms wil ik groots en meeslepend leven.
Niet gewoon, vooral niet gewoon, maar waanzinnig, fantastisch, reusachtig.

Dat is absurd, ik weet het.
Want er zijn geen pieken zonder dalen. En ik wil uiteraard geen verdriet.
Maar soms ben ik zo hongerig (of ambitieus, kies maar welk woord het beste bij me past) naar dit leven, dat ik wil dat het véél is, dat het méér is.

Woensdag reed ik tegen een vangrail.
Er zijn excuses te bedenken (de wegomleiding, de onbekende weg, de hellingsgraad en de versnellingen die ik niet altijd met elkaar wist te rijmen die rit, de autoradio die ik niet kon uitzetten,...). Die excuses tellen niet. Want ik deed gewoon iets stom: ik greep naar mijn telefoon met google maps erop die onder mijn stoel was gegleden.
Toen was er een vreselijk geluid, ik keek ik terug op (had ik werkelijk mijn blik afgewend??), ik zag de vangrail en stuurde zo snel ik kon de auto terug naar de juiste kant van de weg. Ik zette me half in de berm. Ik trilde maar was relatief kalm.
Toen kwam er een tegenligger aan en meteen daarna reed iemand me aan een hels tempo voorbij. Er ontplofte iets in mijn hoofd.

(Als er op dat moment een tegenligger was geweest)
(Als er op dat moment iemand achter me reed)
(Als er geen vangrail was geweest)
(Als ik niet snel terug de controle over mijn stuur had gevonden)
(Als ik dan toch Juno zou hebben meegenomen)

Oh.

Het is niets, ik heb niets.
Ik herhaalde het een paar keer. Een beetje pijn aan mijn oogkas, dat was alles.
Uiteindelijk vond ik de moed om uit te stappen om de schade te bekijken. Die is aanzienlijk: een diepe kras over de hele lengte van de auto en aan het portier is het metaal verfrommeld, al was het een vel papier.

Ik heb zoveel geluk gehad. Ik ben zo stom geweest. Ik heb zo veel geluk gehad.

Vrijdag wandelen we in een prachtig herfstbos. Oona probeert de vallende blaadjes te vangen en loopt over een boomstam over de rivier. Ze zal acht kilometer lang blijven zeggen dat we avontuurders zijn omdat dat nu eenmaal een beter woord is dan avonturiers. Juno wil niet in de draagzak. Nuno zal het zelef toen. Kimmen, kimmen! en daar gaat ze, met haar mini beentjes omhoog langs dikke boomwortels. Ik praat met mijn mama over vanalles en nog wat en geef een pistolet met pure chocolade aan mijn liefste.

Gewoon is goed.
Gewoon is echt goed.

Het komt kei hard binnen.