zondag 26 februari 2017

Het zou nog een lange zomer worden.



En weer kan ze niet slapen.

Ze draait rusteloos in haar laken en verbiedt zichzelf aan hem te denken. Het is warm, zelfs ‘s nachts wanneer de zomerwarmte zich ongevraagd als een extra deken om haar heen legt. Haar lange haren liggen uitgespreid op het kussen, haar ogen wijd open. Ze ligt op haar zij en staart naar de witte muur. Zo ligt ze het liefst, zo heeft ze een heel canvas om haar geheimen en verlangens op te projecten, om te kunnen zien wat er door haar hoofd woelt.

Niet aan hem denken, dat maakt het erger. De slapeloosheid dan. De rest, dat is al erg, dat kan niet erger, dat kan niet nóg meer of nog heviger. Ze zucht diep. Nog meer warme lucht, nog minder zuurstof, het is zo vol in haar kamer. Ze wrijft een haar van haar rechterslaap tot achter haar oor en ze denkt aan de kapper waar hij ook gaat. Dat mag. De kapper is maar de kapper, nee, ze denkt niet aan hem.

De vorige keer had ze bij de kapper plots zevenentwintig euro moeten betalen. Ze had het biljet van twintig en het biljet van vijf dat ze van haar moeder had gekregen in de broekzak van haar jeans gepropt, maar dat was dus niet genoeg. De kapper mompelde iets over een verhoging van de prijs van het water en daar stond zij. Haar lange haren met frisse puntjes, mooi in vorm geblazen door het meisje dat ook haar haren had gewassen. Het was een mooi meisje, zo wou zij ook worden. Iets groter misschien, maar met net zulke borsten en fijne vingers en zo zelfzeker in haar handelingen. Shampoo inwrijven, haren kammen, het kappersmeisje aarzelde niet. En voor elke nieuwe beweging, had ze naar haar geglimlacht via de spiegel. Niet om goedkeuring te vragen of voor een bevestiging, maar om iets te delen, om te zeggen dat het goed gaat, dat het mooi wordt, dat het fijn is wat er tussen hen gebeurt, het kammen, het knippen, het blazen.

Twee euro te weinig. Ze draaide haar hoofd, maar het meisje was de dunne haren van een oude vrouw aan het wassen. En dan nog, zij had haar niet kunnen redden. Haar hoofd was rood, ze zag zich in drie spiegels tegelijk.

‘Ach kind, vraag het aan je moeder en kom straks nog twee euro brengen.’

Ze had de kapper aangestaard en voelde zich vernederd. Ze was groot, ze was rustig en trots geweest, ze had zonder aarzelen gesproken - de puntjes alsjeblief, en vooraan mag het wat korter -, ze had achteloos in magazines gebladerd en heel volwassen haar ogen gesloten tijdens het haren wassen. En nu maakte de kapper haar weer klein, hij maakte van haar het meisje dat ze was maar niet langer wou zijn.

‘Kom kind, zit er niet mee in. Vraag het aan je mama.’

Op dat moment zag ze ook hem in drie spiegels en hij was mooier dan ooit en ze kon zich niet voorstellen wat hij bij de kapper deed want het was perfect, zijn haar, zijn gezicht, de kleur van zijn hemd en zijn wenkbrauwen, alles was zacht aan hem, dat kleine vlekje op zijn wang, zijn lippen en dat putje in zijn kin, alleen die blik, nee, niet die blik. Hij keek naar haar zoals je naar een kind kijkt, en viste achteloos een muntstuk van twee euro uit zijn broekzak en drukte het in haar hand.



Op de witte muur in haar kleine kamer vol drukkende zomerhitte ziet ze opnieuw hoe zijn hand het muntstuk in het hare drukt. Het was een aanraking, van zijn hand en de hare, zij had het zicht voorgesteld, op vele manieren, al die avonden dat ze hier lag, in haar oude bed met een dekbedovertrek van een of ander tekenfilmfiguur dat ze vroeger leuk vond. Hoe hun handen elkaar zouden raken, en hoe ze niets zouden zeggen, alleen maar zouden kijken. Vorige week was er niets gezegd en ze hadden alleen maar gekeken, maar het was het ergste wat het maar kon zijn. Want hoe zij daar stond, en hoe hij haar raakte en hoe de kapper naar haar keek, het was zo onvermijdelijk, zo duidelijk, zo weinig gelijkend op wat zij zich had verbeeld.

Ze is nog een kind. Een kind van vijftien, maar een kind.

Ze draait zich op haar andere zij, weg van de muur, weg van de herinnering, weg van hem. Ze probeert aan ijsjes te denken, aan een zwembad, aan het boek dat ze zou vragen voor haar verjaardag.



Het zou nog een lange zomer worden vol slapeloze zwoele nachten, maar dan zwoel zoals het voor meisjes van vijftien is: je begrijpt alles van de wereld maar het is nog niet voor jou. Je zit er middenin, je ademt het, je voelt de hitte, je poriën staan net zo open als die van andere vrouwen, maar zij kunnen het zwoele voluit beleven en zij, zij kan alleen maar kijken.

Ze staat er middenin maar het glijdt langs haar heen, ze kan helemaal niets.


vrijdag 17 februari 2017

De vingerhoed van Doornroosje


Ze zeggen
dat ze zich dodelijk had geprikt.

Ze zeggen ook:
hij verstikte haar.
met een klosje garen
onbekend van welke kleur.
Ze zeggen ook:
met een vlijmscherpe stofschaar.

Hij wilde haar
dicht bij zich
maar bij het hechten
maakte hij vele kleine wonden.

Nu zat hij eenzaam
op haar torenkamer,
liet lappen satijn en zijde
door zijn handen glijden
- al snel was alles doorweekt.

Hij dronk zijn eigen zoute tranen
uit een vingerhoed
en stierf
verbitterd.

dinsdag 14 februari 2017

de favoriete dingen in het leven van Juno

  • Haar vriendje, of vriendemans zoals we zeggen, om in slaap te vallen.
  • Boekjes. 
  • Het stoffen zakje waar haar sokken inzitten. Ze strooit sokken in ons huis alsof ze hoopt dat er sokkenbomen gaan groeien (okke! okke!).
  • Alles waar je mee kan dippen (stukjes brood, grissini, ...)
  • Alles waar je in kan dippen (sausjes, soep, en eigenlijk alles ...)
  • Ajuinen, blikjes maïs of tomatenpuree, brikken passata, zakjes noten, kortom alles in de voorraadkast dat eenvoudig uit te laden is.
  • Knopjes van de muziekinstallatie, afstandsbedieningen (eentje waren we twee weken kwijt), gsm's, ... the classics zullen andere ouders zeggen.
  • Het opstapkrukje in de badkamer. Ondanks het feit dat ze er al vijf keer is afgedonderd.
  • Haar schoenen (oenen!) en haar jas (jakka!). Want dan gaan we naar buiten en dat is leuk.
  • Oona (Oona! Oona! Oona!).
  • De tube zalf voor haar droog velletje. Want zalf betekent massage. En een massage is heerlijk.
  • De wasmachine.
  • Roltrappen. Zeker als ze gedragen wordt en ze haar handje op de zwarte band kan leggen. Dan straalt ze. 

vrijdag 3 februari 2017

Gedicht voor Oona

Bijna zes


Ze is vijf maar we zeggen bijna zes.


Een blokkendoos, een houten trein en puzzels
al jaren eenzaam, werkloos op haar kamer
want zij speelt alleen voor een publiek
alsof ze niet kan bestaan zonder een toeschouwer in haar leven.
Ze leeft nu al van applaus, zo is zij
en zo ben ik, dat ik na amper weerstand,
- speel toch even alleen -
in mijn handen klap en kussen geef en zeg mijn liefste meisje
en ze straalt nog meer
of ben ik dat
we spiegelen elkaar.


Ze wil weten
hoe dan de eerste aap op de wereld
en met welke kleur een kameleon wordt geboren
en of een bacterie dan zelf weet
is hij goed
of is hij slecht.

Er zit zoveel in haar hoofd:
ze praat zich doorheen duizend scènes en mogelijkheden
en dan nog eens alles waar ze geen woorden voor heeft.
Ik trek haar tegen me aan
streel haar lange blonde haren en maak een nieuwe paardenstaart
en probeer vruchteloos
de eindeloze, - wat als, wat als, wat als -
te bedaren.

Maar kijk mama
en ik kijk
en ze stelt weer een vraag
en ik zeg dat ik het niet weet, omdat ik het niet weet
en ik zie hoe ze dat bij me ziet
en dan iets anders vraagt.

En zo tikken dagen, maanden, jaren weg
mijn meisje van bijna zes
dat nooit gewoon speelt en altijd iets vraagt
en ik kan en wil niet anders.

Ik geef.


 

dinsdag 31 januari 2017

Veggie voor beginners - dé lijst

Of het toeval is, dat weet ik niet.
Maar de laatste weken krijg ik heel vaak de vraag naar veggie recepten. Eenvoudig, snel, gemakkelijk. Niemand heeft al gevraagd naar ingewikkelde recepten die veel tijd vragen met allerlei speciale ingrediënten. Daar zijn kookboeken voor. (Maar, nu we het er toch over hebben, ik kan alleen maar aanraden die kookboeken af en toe open te slaan, want jongens toch, eenmaal je proeft weet je meestal waarom granaatappelmelasse nodig was of waarom je die paprika's eerst roostert en dan pas in je hartige taart gooit.)

Veel vragen dus naar dagelijkse veggie-kost. Ik ben 2017 begonnen met het voornemen om weekmenu's te maken (check de blog van mme zsa zsa en de facebook-pagina). De belangrijkste reden is dat wij absurd vaak naar de winkel gaan. Elke dag, minstens, want vaak ga ik dan ook nog tussen de middag iets halen. Ik doe dat graag, naar de winkel gaan, al is dat met een peuter van 18 maanden minder een pretje. (Ik was ze onlangs eens kwijt, maar het meisje stond rustig aan de ingang te wachten en had alvast een tomaat gepakt en daar een hapje uit gebeten.)
Zo vaak gaan winkelen is vooral niet tijdsefficiënt en de tijd tikt genadeloos weg tussen half zes en zeven. En dat is het tijdslot waarin bij een doorsnee-gezin álles moet gebeuren en waarin kinderen moe en hongerig zijn en dus zorgen voor vertraging en complexiteit bij dat alles.

Slechts één keer naar de winkel gaan per week is nog altijd onmogelijk (mijn weekend wíl ik ook niet plannen, en ik vergeet ook altijd wel iets), maar het is wel een verademing.
En dan moest het beste nog komen: we eten sinds de weekmenu's nóg lekkerder en gevarieerder. Michiel zei vandaag dat het precies terug is zoals ons jaar in Uruguay: elke dag ander en lekker eten. En dat wil wat zeggen, want toen had ik écht bijna niets anders te doen dan te bedenken wat we gingen eten.

Om die weekmenu's te plannen, maakte ik een lange lijst van dagelijkse dingen die wij eten en dus allemaal niet giga veel werk zijn. Daar zit nog wel wat variatie in, maar op woensdag heb ik meer tijd en Michiel kan op vrijdag ook al wat vroeger in de potten roeren.
En kijk, we moeten wat meer delen in het leven. Dus die lijst kan je hier nalezen.
Er staat vanalles op, ook heel vanzelfsprekende dingen (denk: appelmoes) maar dat is omdat ik die dan zelf niet zou vergeten wanneer ik mijn weekmenu opstel. Veel links ook naar recepten, en je zal zien dat er ook wat Smartmat recepten bij staan. We bestelden ondertussen een twintig tal keer een veggie-box en ik ben daar zeer tevreden van. Gemakkelijk en lekker en echt gewoon goede recepten en sommige zijn dus blijvers.

Een opiniestuk over vegetarisch koken schrijf ik wel een andere keer. Psychologisch gezien werkt het ook beter wanneer je eerst iets geeft (dé lijst) en dan pas iets vraagt (begrip voor de keuze om twee jonge kinderen vegetarisch op te voeden en dat ik je een schuldgevoel geef als je tonijn eet). Dus hou u maar al vast. Intussen kom ik tot mijn vast mantra dat me ooit is ingefluisterd door mijn schoonbroer: Waarom ik vegetarisch eet? Omdat ik me daar beter bij voel. 

Voor de aardigheid ook onze eerste weekmenu's, allemaal dus dingen uit de lijst.
En als er nog vragen zijn, steek uw vinger maar op.

Week 2


  • maandag: snelle bami
  • dinsdag: pasta met broccoli en walnotencrème (recept Smartmat)
  • woensdag: recept witloof tarte tartin (recept De Standaard) en (rode) salade
  • donderdag: erwtjes en worteltjes, aardappelen in de oven, veggie burger
  • vrijdag: broodpizza
  • zaterdag: snelle citroenspaghetti

Week 3

  • zondag: hamburgers van zelfgemaakte pistolets, gebakken portobello en gebakken witloof, salade
  • maandag: linzen met mozzarella en wraps
  • dinsdag geroosterde wortel/pastinaak/ui/aardappel met veggieburgers en homemade tzatiki
  • woensdag: spinazie-maïs pannenkoeken (recept Smartmat)
  • donderdag: appelmoes met gebakken aardappels in de oven en linzenballetjes met de overschot van de linzen
  • vrijdag: zoete aardappels in de oven met brie en pijpajuin en bulghur
  • appel-pastinaak soep
  • waterkerssoep

Week 4


  • maandag: koolsla, vegetarische shoarma, pitabroodjes
  • dinsdag: Pasta broccoli mascarpone, gemarineerde tempeh
  • woensdag : Chile sin carne met taco's
  • donderdag: prei puree eitjes kaassaus (schoonpapa kookt)
  • vrijdag: verse ananas, pot tiki massala (AH) rijst kipstuckjes (vegetarische slager)


Week 5

  • maandag: quiche met jonge worteltjes, rode ui en geitenkaas, veldsalade met komkommer en peer
  • dinsdag: wok met geraspte witte kool, noodles, pinda/ketjap saus en iets van veggiestukjes
  • woensdag: vegan risotto met knolselder en kikkererwten en champi's
  • donderdag: penne met avocado, basilicum, kerstomaatjes en parmezaan
  • vrijdag: vegetarische vindaloo met tofu en rijst (recept smartmat)
  • zaterdag: rode linzenballetjes maar met wat erbij?




donderdag 19 januari 2017

We zijn op de goede weg

‘En heb je een idee, wanneer het is ontstaan?’

De therapeut kijkt haar recht in de ogen. Het is dus helemaal zoals ze vreesde. Ze zit op een ongemakkelijke stoel, in een ongemakkelijke ruimte, in een ongemakkelijk gesprek.

Er staat een glas water op tafel. En een doos zakdoeken, met een houten omhulsel er rond. Een modieuze verpakking voor iets banaals. Deze ruimte probeert met de moed der wanhoop niet klinisch te zijn, niet kil. Geen fel licht dus, geen witte muren, geen synthetische vloerbekleding. Nee, hier staan houten meubelen, er hangt een grote donkere luster, zware gordijnen. Een kleine leeslamp brandt. Het is allemaal tevergeefs. Het heeft geen zin te verbergen wat iedereen al weet nog voor hij een stap binnen heeft gezet: hier wordt gehuild. En een zakdoek is altijd wit.

‘Of weet je wanneer je die angst voor het eerst hebt gevoeld?’

Ze heeft niet geantwoord op de vorige vraag. Nu krijgt ze een variant. Deze man is getraind in variaties, dat zie je zo. Hij kent de zijwegen, hij wacht op een opening en hij haalt met woorden uit je lijf wat geen hoogtechnologische camera kan zien. Vooruit dan maar.

‘Mijn moeder denkt dat het komt door de tunnel,’ zegt ze. ‘Mijn grootmoeder woonde aan zee. En als we dan op zondagavond terug naar huis reden, viel ik altijd in slaap. En steevast schrok ik wakker in de tunnel onder de Schelde. In het donker dus. Misschien daardoor.’

De therapeut zegt niets. Wakker worden van donker, dat klinkt goed. Zal ze dat er nog aan toevoegen, om hem te overtuigen? Dan kunnen ze naar de volgende vraag.

‘Wakker worden van…’

Hij onderbreekt haar. Redelijk brutaal omdat hij haar niet aankijkt maar zijn blik over het kleine uurwerk op zijn bureau laat glijden.

‘Dat denkt je moeder dus. Maar wat denk jij?’.

Zijn blik blijft hangen op het uurwerk, alsof hij wacht tot er een cijfer zal veranderen. Zulke dingen ziet zij altijd. Ze weet dat hij nu de minuten telt en zijn kans berekent op resultaat. De tweede sessie van hopelijk slechts drie. Hopelijk zowel voor hem als voor haar.

‘Ik weet het niet,’ zegt ze, ‘misschien. Het kan ook iets van bij mijn andere grootmoeder zijn. Het gebeurde niet vaak, maar af en toe gingen we daar logeren. En mijn moeke was streng, dat is ze nog altijd. Dus de deur van de slaapkamer ging toe en het werd aardedonker. En in de straat waar ze vroeger woonde, reed een tram. Dat geluid van die tram, in dat donkere, zwarte. Ik herinner me nog vooral de geur van die kamer. Een geur die ik met niets anders kan verbinden dan die kamer, dat huis. Maar ik kan hem nog zo oproepen, ik weet exact hoe hij ruikt.‘

‘En is dat een geur die je moeilijk vindt? Die je ongemakkelijk doet voelen?’

‘Nee, niet echt, het is niet echt een warme herinnering maar wel een sterk beeld, een sterke geur, maar niet negatief nee. Waarom?’

‘Omdat we zoeken naar het moment dat je bang bent geworden, we zoeken naar het ontstaan van je angst. Of het moment dat je het beklemmende gevoel, wacht, hoe zei je het vorige keer, ja hier heb ik het genoteerd, de angst om te vallen in een pikzwarte put, om eindeloos te vallen, weg te glijden en niets, niets te zien.’

Zijn vinger blijft liggen in het notaboek voor hem. Hij kan zijn eigen hanenpoten nog lezen. Zo had ze dat inderdaad gezegd. Ze kijkt hem aan. Het beginnende baardje staat hem goed. Het mag nog iets langer, vooral op zijn wang is er nog wat weinig haar. Maar hij ziet er niet slecht uit. Wat te oud voor haar. Hoewel.

‘Dus?’

Ja, ze moest weer iets zeggen natuurlijk. Dat zijn de regels; hij stelt vragen, zij moet iets zeggen, hij stelt nieuwe vragen. Variaties. Of zegt gewoon ‘dus’. En dan moet zij antwoorden. En na de laatste vraag betalen.

‘Ja, dus niet zeker? Ik denk niet dat het van daar komt.’

‘Niet erg. Echt niet. Maar laten we teruggaan naar vorige maand. Toen je daar was, toen de angst je overmande, wat was het eerste wat er door je heen ging?’

Vorige maand? Was het al een maand geleden? Het lijkt alsof het nog maar gisteren was, alsof het nog niet is afgelopen, alsof het nog steeds blijft duren, dat ze die donkerte, die zwaarte, dat eindeloze. Ze valt, ze blijft vallen, ze glijdt weg, gitzwart, ze ziet niets en alles is zwaar, dit redt ze niet.

Er is tijd voorbij gegaan. Er is misschien iets gezegd, maar niet door haar.

‘We kunnen volgende week hierop verder gaan.’

Hij staat al recht achter zijn bureau.

‘We zijn op de goede weg.’

Het is een zin die hij vast tegen al zijn patiënten zegt. Omdat hij het zelf wil geloven natuurlijk. Ze geeft hem een hand, bestudeert ondertussen nog eens zijn baardje en loopt de kamer uit, de hal door, de gang in, de trap af, de deur door en ze stapt in het licht. Ze zal niet teruggaan.
Het is te donker daar.


---
Opdracht literaire creatie: Schrijf een verhaal waarin je heden en verleden met elkaar verbindt. 

zondag 15 januari 2017

Een jaar zonder (eigen) auto - Cambio for the win?

Sinds januari 2016 hebben we geen eigen auto meer. Dat hebben we eigenlijk nooit echt gehad, of beter, daar hebben we nooit voor betaald.
Michiel heeft 4 jaar een bedrijfswagen gehad. Sinds januari 2016 is die bedrijfswagen door de verandering van van job weggevallen en heeft Michiel een eigen Cambio-abonnement. Ik had al jaren een Cambio-abonnement.
Voor de periode van de bedrijfswagen, deden we alles met de fiets, openbaar vervoer en af en toe Cambio. We doen het nu terug zo, al is dat nu mét twee kindjes wat de zaken wel verandert.

We kozen voor een deelauto, vanuit ecologisch én financieel standpunt.
Na een jaar vind ik het leuk om een evaluatie op te maken, zowel in cijferkes (wat heeft het ons nu werkelijk gekost?) als naar levenskwaliteit.

Cambio in 't kort

Cambio is een auto-deel systeem. Je 'leent' een auto wanneer je hem nodig hebt. Door de jaren is er veel verbeterd (meer standplaatsen bijvoorbeeld), en ik gebruik nu bijna altijd de handige app om een auto te reserveren.
Je reserveert een auto, je opent die met je kaart, je geeft je pincode in met een speciaal bakje en je kan vertrekken. Je betaalt een abonnementskost per maand, en per rit betaal je een prijs per kilometer en een prijs per uur. De kosten voor een rit loopt snel op, maar daar tegenover staat dan natuurlijk dat je geen vaste of grote kosten hebt (aankoop, onderhoud, belastingen...). Er is een afspraak onder Cambio-gebruikers dat je tankt als er minder dan 1/4 van de tank gevuld is met de Cambio-tankkaart, en dat is het afgelopen jaar bij mij toevallig nooit gebeurd. Dat is goed, want ik haat tanken.
Wij wonen op de ideale plek, in een straal van een dikke kilometer rond ons huis zijn er zeven (!) Cambio-standplaatsen met telkens 2 of meer wagens. We zijn niet zo'n geweldige planners dus vaak wordt er last-minute een auto geboekt en dat lukt bijna altijd bij een van die plekken en hoogst uitzonderlijk op een standplaats nog wat verder weg. Dat is natuurlijk een van de voordelen van wonen in de stad.

Cambio geeft ons veel voordelen: weinig tanken, geen zorgen over onderhoudskosten, geen carwashtoestanden, altijd eenvoudig in te rijden parkeerplaatsen (ik ben een wandelend cliché wat dat betreft), je kan het type auto kiezen (vb. eens een camionette),...
Algemeen is het wel een nadeel dat je een einduur moet opgeven, blijven plakken zit er niet echt in. Je kan de auto verlengen als hij niet is uitgeleend, dat kan je eenvoudig zien via de app. Maar dat lukt niet altijd.

Cambio via het werk

Ik heb een goede werkgever, die nadenkt over duurzaamheid én voordelen voor werknemers. Sinds jaren (we waren een van de eerste aangesloten bedrijven) hebben heel wat medewerkers dus een Cambio-abonnement dat wordt betaald door de werkgever. Uiteraard voor verplaatsingen voor het werk (wat ik enkele keren per jaar nodig heb). Daarnaast mag je dit ook privé gebruiken, en worden deze kosten verrekend met je loon. Dus, ik betaal zelf géén abonnement (vast bedrag per maand, dat krijg ik cadeau, dankudanku), maar wél mijn privé-ritjes.
Ik hoop dat meer en meer bedrijven hier de voordelen van gaan inzien en vooral dat de overheid hierrond in gang gaat schieten, al wil ik nu niet meteen de hele discussie over bedrijfswagens openen. Of misschien wel.

2016 in de praktijk

Cambio houdt uiteraard een net overzicht bij van al je ritten, dus het is een plezier om dat eens allemaal te bekijken en wat berekeningen te doen.
Een typisch uitstapje naar vrienden of familie die wat verder weg wonen, kost ons ongeveer €20. Een ritje naar de Colruyt om boodschappen op te halen, kost €4. Een avondje naar de sauna (niet goed bereikbaar met het openbaar vervoer) kost ongeveer €25.
De goedkoopste rit was een ritje om Juno af te zetten (8 km op een uurtje) en dat kostte slechts €3,66.
De duurste daguitstap was iets minder dan €50 waarbij we 10u op pad waren en 196 kilometer reden.
We zijn ook voor het eerst een weekendje weg geweest naar de Ardennen met een Cambio wagen en dat heeft ons (met 386 kilometer op de teller) €96 euro gekost.
Al deze bedragen zijn zonder de abonnementskost (voor Michiel), enkel de prijs per rit.
Oh ja, als je ritjes alsnog annuleert, betaal je enkel een uurprijs (niet als je op tijd annuleert), maar we betaalden nog geen €6 voor geannuleerde ritten, dus dat is ook niet de moeite.

We reden in totaal iets meer dan €3.000 kilometer met Cambio. 

Michiel reed 1.992 kilometer met Cambio, goed voor 140 uren rijplezier.
Ik reed 1.015 kilometer met Cambio, goed voor 111 uur rijplezier.
We gaven in totaal €1.374.43 uit.
Dat is een bedrag waar ik toch van schrik, ik had gedacht dat het minder was.
Je zou kunnen omrekenen dat een Cambio auto ons gemiddeld €0,46 per kilometer kost.

Zijn er dan nog andere kosten? 

De Tijd maakte deze interessante simulatie, maar dat is een situatie waarbij je een (tweede) wagen ook gebruikt voor woon-werk verkeer.


Wij namen sowieso voor heel wat verplaatsingen de trein, maar dat is wel nog toegenomen sinds we geen eigen auto meer hebben. Ecologisch gezien proberen we eerst ergens te geraken met de trein. Laat ons stellen dat we toch twee railpassen extra hebben gekocht.
Ik denk niet dat we veel extra ritten hebben gemaakt met De Lijn, want de verplaatsingen in de stad, doen we ofwel met de fiets, ofwel met tram en bus. De kosten voor buskaarten zouden we dus sowieso maken, eigen auto of niet.
We doen wel af en toe collect'n go, dus laat ons dat ook 4 keer meetellen.
En af en toe leenden we ook een auto van familie, en betaalden we enkel de naft, dus ik heb ook daar een gokje in gewaagd.
Al ons 'alternatief' vervoer samen kostte ons €1700 in 2016.
We kunnen afkloppen op minder dan €150/maand vervoerskosten voor ons gezin. 

Zijn we nu goedkoper af?

Ik dacht dat eens even te vergelijken met een eigen auto, maar dat is niet zo eenvoudig.
Nieuwe of tweedehandse auto? En heb je een 'geluksjaar' met je auto (geen kosten) of een 'pechjaar'? En moet je nog een garage huren/kopen?

In elk geval hebben wij geen kosten voor:
- aankoop auto (afschrijving over x aantal jaar natuurlijk)
- onderhoud en reparaties
- verzekeringen
- belastingen
- carwash...

voorbeeldje 1
Een vriendin die ook al een tijdje is overgestapt naar Cambio, betaalde voor een Ford Fiesta zo'n €500 euro per maand (incl. afschrijving auto) en zit nu met Cambio aan circa €200-€300/maand. Serieuze winst dus ondanks dat ze regelmatig wat ritjes doet Antwerpen-Gent. Ze woont net als wij in de stad, dus profiteert ook van de vele Cambio-standplaatsen.
Cambio for the win dus.

voorbeeldje 2
Een vriend had een tijdlang een tweedehandse Mazda maar hij verkocht die zelfs met winst. Dus we laten de aankoop van die auto even buiten beschouwing. Die auto reed op LPG en was dus laag in verbruik. Hij kwam uit op iets meer dan €100/maand en reed heel wat meer kilometers. In dit geval zou Cambio duurder uitkomen, maar die vriend heeft een nieuwe gezinswagen gekocht en beseft nu al dat de kosten dit jaar heel wat hoger zullen liggen. Ik ben benieuwd naar wat een goede tweedehandswagen kost op jaarbasis, maar vermoed dat het veel kan verschillen per jaar (grote kosten gehad?).

voorbeeldje 3
Een ander bevriend koppel rijdt  met een  zes jaar oude wagen, een eerder klein model. Ze betaalden in 2016 circa €400 aan onderhoudskosten, €1000 voor verzekering (daalt wel vanaf dit jaar) en €200 aan wegentaks. Op die manier kost die auto al evenveel als wij met Cambio zonder dat die ook maar een kilometer heeft gereden en zonder de aanschaf van die auto te verrekenen.
Cambio zéker for the win.

Cambio komt zelf uit op deze cijfers:
Hoe minder kilometers op de teller, hoe groter je winst. Zo kan wie slechts 7.000 kilometer per jaar aflegt met de auto ca 1.100 euro uitsparen op jaarbasis. Voor wie heel weinig rijdt en bijvoorbeeld maar 3.500 kilometer per jaar rijdt, stijgt dit voordeel tot maar liefst 2.100 euro ... per jaar!
Hier zie je dat ook in een tabel en dat komt dus overeen met onze bevindingen. 

Maar! Maar! Maar! Ik hoor jullie bijna roepen tot hier. Er is inderdaad een dikke 'maar'.
Maar ik wil eerst nog iets anders zeggen. Of we gelukkig zijn.

Zijn we blij?

Ja, we zijn blij met Cambio. Om financiële redenen (meer centen om iets anders mee te doen) maar we voelen ons er ook beter bij. Net zoals ik me beter voel bij geen dieren eten, voel ik me ook beter bij het feit dat we geen eigen auto hebben. 1 Cambio wagen haalt 12 particuliere auto's van de baan. En bovendien kies je automatisch minder snel voor de auto en ga je eerst alternatieven opzoeken. De eerste maanden van haar leven werd Juno hysterisch in haar maxi-cosi, dus beperkten we autoritten ten zeerste. En omdat we weinig auto rijden, heeft ook Oona een aversie gekweekt en begint ze al te zuchten als ze het woord 'auto' nog maar hoort.
Maar hier komt dan de lijst waar sommige criticasters al van bij het begin van de blogpost op zitten te wachten: de problemen.


Probleem 1: natuuruitstapjes

Gaan wandelen, dat is moeilijk met het openbaar vervoer. Het lijkt soms alsof er een station dicht bij een natuurgebied is, maar dan is het nog altijd 1 tot 3 kilometer voor je écht begint te wandelen, en met kleine beentjes zijn dat ondankbare kilometers. Bovendien zijn dat vaak vreselijke verbindingswegen.
In de zomer maakten we een uitstap naar de Kesselse Heide en moesten we een heel stuk langs een drukke baan stappen. In de blakende zon. Ook voor de Kalmthoutse Heide moet je minimum 1,5 km asfaltweg doen voor je op de heide bent. En onlangs hadden we bijna een onderkoelde peuter omdat we het hadden onderschat hoe ver het échte Zoniënwoud nog ligt van station Groenendael. Waar bovendien amper treinen rijden. En waar geen cafeetje in de buurt is om op te warmen. Ik had heel graag gewoon geparkeerd op de parking waar de wandeling start. Nu was het heel veel moeite voor een kleine wandeling... Op al deze momenten heb ik de keuze voor het openbaar vervoer vervloekt.

Dé grote teleurstelling was echter de Ardennen. We boekten een nachtje in een hotel in Verviers, om vandaar een wandeling te maken. Dat is hopeloos mislukt. Ik heb een hele avond opties zitten bekijken: waar kunnen we in een bos geraken met het openbaar vervoer? En ik heb niets, niets gevonden dat ook maar een beetje acceptabel was. Er rijden maar 4 bussen per dag naar de Hoge Venen. Voor de heenweg kan je dat nog wel plannen, maar bovenop de Botrange wachten op een bus die eens in de vier uur komt? Dat is te zot.
Een fietsweekendje eerder op het jaar naar Limburg was al niet veel beter. Overstappen in Hasselt met een slechte verbinding, geen liften, veel niveauverschil tussen de trein en het perron,... Michiel heeft zijn rug serieus bezeerd met de zware mama-fiets op te tillen. Ook niet voor herhaling vatbaar.

Zijn we te gierig om dan ook voor deze uitstappen een Cambio auto te nemen? Misschien, maar het is ook overtuiging: we zijn ons zeer bewust van de nefaste gevolgen van autorijden en hebben er dus best wat extra moeite (en dat is meestal tijd) voor over. Maar dat heeft dus zijn grenzen... Er ligt zo'n grens in het Zoniënwoud, op de Hoge Venen en in het station van Hasselt, dat kan ik wel zeggen. Ik denk dat we in 2017 toch wat vaker ook hiervoor Cambio zullen gebruiken.

Probleem 2: autostoelen

Je kan een Cambio-wagen reserveren met een kinderstoel maar dat is een stoel van groep 3, dus pas geschikt vanaf 15 kilo. Voor Oona is dat prima, en als het een wagen is zonder stoel, dan nemen we haar kleine stoelverhoger mee, dat is geen moeite.
Voor Juno is het moeilijker: de eerste maanden zat ze nog vrolijk in haar maxicosi (schrap 'vrolijk', de eerste maanden was de maxicosi haar ergste nachtmerrie, wellicht door een geblokkeerd spiertje). Zo'n maxicosi kan je op buggy-wielen klikken, en zo naar de standplaats van Cambio wandelen. Dat kan niet met een autostoel van groep 2, die meestal erg zwaar zijn. En dan begint de miserie. Meestal gaat een van ons de Cambio-auto ophalen en rijdt dan langs huis om de hele annekesnest op te halen. Maar als je dus alleen een uitstapje wil maken met de meisjes, dan is het heel moeilijk. Zeulen met een buggy, daarin een mega autostoel, ondertussen een kind in de draagzak en een ander kind dat aan de buggy hangt en dan nog ergens een handtas en een verzorgingstas en een vers gebakken cake. Been there, done that and never again. Ook al is dat dus maar een wandelingske van 600 meter.


Probleem 3: autovakantie

En dan is er natuurlijk ook echt reizen. We vlogen dit jaar naar Noorwegen (ook niet geweldig qua ecologische voetafdruk, al valt dat nog wel mee gezien de korte afstand) en huurden ter plekke een auto. Die kosten zouden we misschien ook in rekening moeten brengen, maar langs de andere kant hadden we deze reis zeker niet gemaakt met een eigen auto, zo lang rijden, nee, daar had ons voltallige gezin geen zin in.
Maar met korte autovakanties zitten we ook wat in de knoop, we plannen nu misschien een tripje naar Zuid-Engeland en zo eenvoudig is dat niet. Al zie ik hier weer een andere reden om vooral niet met de auto te gaan, maar dat heeft dan weer met mijn angst voor tunnels te maken.

---------

Deze problemen wegen echter niet door. We zijn blij met Cambio, we hebben de juiste keuze gemaakt. 

En dan is er nog die maar. Geen probleem voor ons, maar misschien wel voor jou.
Ik besef heel goed dat dit niet voor iedereen mogelijk is. Ten eerste wonen wij in de stad, dicht bij een treinstation, bussen en trams en met heel veel Cambio-standplaatsen rondom ons. Ten tweede wonen ook veel van onze familieleden en vrienden in deze stad. En hebben we geen auto nodig voor het werk (ik pendel met de trein naar Brussel).

Dus lees dit vooral niet als een pleidooi om iedereen te laten auto delen. Lees het als een pleidooi om na te denken over je vervoerskeuzes, zowel financieel als naar ecologie.